Ik ben groot geworden in een verzuilde samenleving. De verhoudingen waren toen nog erg duidelijk. Er was sprake van een overheid die beleid vaststelde. Dit werd door de mensen geaccepteerd. De opvatting was dat je naar de overheid moet luisteren. Dit was een tamelijk verticale relatie tussen overheid en inwoner.
Hoe anders is het tegenwoordig? De samenleving verandert in een rap tempo. Het is veel meer een netwerk samenleving geworden, waarin de TV bovenop het nieuws zit. Niets blijft geheim in de drang naar publiciteit. Alles is nieuws. Er wordt meer over het nieuws gesproken dan over de inhoud van waar het werkelijk om gaat. De Tweede Kamer doet daar in haar drang om zich te profileren hard aan mee.
De netwerken zijn virtuele netwerken: Hyves, Linkedin, Twitter, mobiele telefoon. Allemaal middelen van tegenwoordig om het nieuws razendsnel te verplaatsen.
De mensen hebben veel meer kennis gekregen. Werden ze vroeger nog wel eens dom gehouden. Tegenwoordig weten ze vaak veel beter hoe het zit dan een plaatselijk politicus. De kennis is door internet ook nog eens makkelijk te verkrijgen. Dus mensen organiseren zich rondom thema’s die spelen in hun buurten en wijken, of zaken die hun direct aangaan. Wanneer mensen dan het gevoel hebben dat ze niet worden gehoord, zijn ze snel in staat om actiebereidheid te organiseren.
Dat vraagt om een andere manier van communicatie met burgers. Niet langer verticaal (de overheid weet het zo goed) maar steeds meer horizontaal (tussen de mensen).
Dat wil niets anders zeggen dan dat de overheid de samenleving opzoekt, in gesprek gaat, contact legt en mensen laat meedenken in te kiezen en mogelijke oplossingen.
De kloof tussen politiek en burger bestaat niet zegt Alfred E. Smith. Er is een andere kloof: De samenleving horizontaliseert terwijl de politiek vanuit de oude verticale gezagsverhoudingen opereert.
Dat is waar de schoen wringt.
Dat is waarom mensen zeggen ‘de politiek luistert niet’.
Dat is waarom de politiek dreigt los te raken van de mensen die de samenleving zijn.
Wil je vertrouwen op de democratie, zul je ook in die democratie moeten investeren. Dat betekent voor het CDA opereren vanuit waarden en normen. En de mensen moeten aanzienlijk meer invloed krijgen op beleid en besluitvorming. Interactieve burgerparticipatie wordt dat ook wel genoemd.
In de motie Willems (1993) is vastgelegd dat ‘betrokkenheid van burgers in een vroegtijdig stadium van beleidsontwikkeling kan bijdragen aan de verbetering van de relatie tussen burger en bestuur en aan een verhoging van de kwaliteit van het beleid’. Het is de opmaat voor interactief besturen.
Er is slechts 2,5% van de mensen lid van een politieke partij. Er zijn steeds lagere opkomsten bij verkiezingen. Tegelijk kiezen burgers steeds vaker voor vormen
van protestparticipatie. Juist dit gedrag van burgers is een teken voor meer politieke transparantie en meer zeggenschap voor burgers. Leyenaar (2007) noemt dat: ‘de vraag naar meer ruggespraak met burgers’.
Voor het CDA in Haren betekent het vooraf de mensen benaderen in wiens woonomgeving je van plan bent veranderingen tot stand te brengen.
Leg altijd eerst contact met de eigen inwoners, betrek mensen bij beleidsvorming en creëer zo draagvlak. Als inwoners en bestuurder dat proces negeren, dan is er geen communicatie over en weer.
Het CDA zoekt horizontale communicatie samen met mensen en instellingen. Dat is voor het CDA de wijze waarop wij bestuurskracht willen tonen.
Valkema (2008) noemt die bestuurskracht: ‘Het beschikken over zodanig bestuurlijk handelen en organiserend vermogen dat locale taken en problemen in samenwerking met maatschappelijke organisaties, burgers en bedrijven worden omgezet in duurzame resultaten, waarbij het handelen erop is gericht het vertrouwen van burgers te vergroten en public governance de betrouwbaarheid van het locale bestuur versterkt’.
Hebt u vertrouwen in onze aanpak door het betrekken van mensen bij planvorming in een vroegtijdig stadium, stem dan CDA op 3 maart.
Rene Valkema,
Lijstrrekker CDA.
www.haren.cda.nl






Recente reacties