Als redactie word je wel eens op het spoor gezet van spannend nieuws. Meestal wordt zo’n bericht in eerste instantie aangeboden in de vorm van een gerucht. “Ik heb gehoord dat die-en-die failliet is, misschien moet je er eens achteraan…” Soms wordt het gerucht doorgegeven met de stelligheid die aan de harde waarheid grenst: “Die-en-die heeft gestolen van zijn baas en is ontslagen”. Een geruchtenstroom is net als een rivier. Die begint met een straaltje water en ontaardt in een waterval. Dan is er geen houden meer aan. Vooral is dat erg vervelend voor mensen over wie het gerucht gaat en helemaal ernstig wordt het als blijkt dat het gerucht geheel of gedeeltelijk onwaar is. Terug naar de twee voorbeelden. De ‘failliete ondernemer’ schrikt zich een hoedje als hij merkt dar er verhalen gaan over zijn lot. Misschien heeft hij iemand ontslagen en is die gaan rondbazuinen dat het slecht gaat. Misschien is de omzet door de crisis inderdaad teruggevallen en heeft hij dat wel eens aan mensen verteld. Misschien is hij tot overmaat van ramp begonnen met een mega-opruiming met de slogan ‘alles moet weg’. Geruchten worden gevoed doordat allerlei feiten met elkaar in verband worden gebracht. En dan het voorbeeld van de man die van zijn baas heeft gestolen. Misschien heeft zijn werkgever hem inderdaad moeten ontslaan omdat de man ongeschikt was. En misschien heeft die werkgever bij een glas bier weleens verzucht: “Ik ben blij dat ik hem kwijt ben, want die jongen heeft me veel geld gekost.” Aha, een nieuw gerucht is geboren! Geruchten zijn als een onbedwingbaar virus en door internet is de besmettelijkheid enorm toegenomen. Als krant is het de kunst om een gerucht te controleren en te neutraliseren. In quarantaine te doen en uit te roeien als het niet waar is. Maar ja, sommige geruchten zijn zo snel. Neem nou het NOS-journaal dat op 24 mei meldt dat professor Jan Pen uit Haren is overleden. Alle media namen het over en Jan Pen zelf aanschouwde het op TV en in de kranten. Heel pijnlijk. “Ik ben springlevend”, zei hij tegen me toen ik naar zijn huisadres belde om te horen wat er aan de hand was. Ik was namelijk zelf ook in de val van het geruchtencircuit gelopen en geloofde de landelijke media. Ik plaatste het op de website van de krant en werd gelukkig door een oplettende lezer gewaarschuwd. Geruchten: levensgevaarlijk! Hein Bloemink, mei 2009







Recente reacties