De krant die je leest van A tot Z
Donderdag 21 februari, 2019

donderdag 13 december 2018

Nieuws:

Comeback van gewone winkels na hype van internetshoppen?

Door: Redactie

Drie onderzoekers hebben onderzocht of het marktaandeel van internetverkoop niet wordt overschat. Het antwoord is: ja. Het drietal publiceerde deze week en we zetten een bloemlezing hieronder. Het gehele artikel is te lezen op: https://www.linkedin.com/pulse/91-van-de-totale-retailomzet-fysiek-9-online-strabo-van-tellingen/.

91% van de totale retailomzet is fysiek, 9% is online: de lancering van de Strabo Online Monitor (SOM)

Door Hans van Tellingen, Milan Caspers, Jeroen Verwaaijen en Jeroen van der Weerd *)

Zou het dan toch waar zijn? Dat het gros van de retailbestedingen online gaat plaatsvinden? Uit eerdere publicaties van Thuiswinkel.org leek het wel deze kant op te gaan. In 2015 grepen wij daarom ook al in (1). En wisten daarmee te bewijzen dat het aandeel online hooguit een procent of 7 bedroeg. Thuiswinkel.org stelde het aandeel online naar beneden bij (zij zaten toen al per abuis op 18%). Als reactie op onze ingreep. Maar in de jaren daarna – tot aan dit jaar- vloog het aandeel weer alle kanten op. Tijd dus voor een betrouwbare monitor. Eenduidig. Representatief. En wetenschappelijk verantwoord. Waarvan akte.

Het door Strabo berekende totale marktaandeel van online bestedingen – door particuliere huishoudens in Nederland aan producten op binnen- én buitenlandse online verkoopkanalen – bedraagt 9,2%. Oftewel € 9,6 miljard op een totaal van € 105 miljard aan productbestedingen. Diensten – zoals reizen en verzekeringen – die in het verleden stelselmatig tot de online omzet werden gerekend, zijn hier uiteraard niet in meegenomen. Thuiswinkel.org publiceerde in september 2018 haar nieuwste halfjaarcijfers (5). Zoals altijd focussen zij in hun publicaties op de groeicijfers – en niet op het aandeel – maar dit wordt zijdelings wel genoemd. Zij komen uit op 10,2% marktaandeel van online voor producten. Een jaar eerder – in 2017 – op 9,2%. Voor diensten wordt het marktaandeel op 77% geschat. Verwarrend is overigens dat Thuiswinkel.org in de infographic die bij de halfjaarcijfers horen – en die wijd verspreid is – het heeft over 17% online aandeel voor producten. En dat incorrecte percentage blijft dan hangen in de media. Thuiswinkel.org blijft dus goochelen met cijfers. En daardoor wordt het marktaandeel ‘internet’ continu overschat.

Let wel: ‘ons’ aandeel van iets meer dan 9% is inclusief omnichannel (op internet bestellen en het in de winkel halen), een vorm van webwinkelen die niet zonder een fysieke aanwezigheid van een winkel kan. Maar is ook inclusief bestedingen bij buitenlandse webshops (van AliExpress tot Amazon).

Redenen om wel/niet online te winkelen
Binnen dit onderzoek is respondenten ook gevraagd wat voor hen de redenen zijn om online te winkelen. Of om dit juist niet te doen. Onderstaand overzicht laat in feite zien dat online winkelen de consument vele voordelen biedt. Maar dat er twee nadelen bovenuit steken. Met name het feit dat men het product niet vooraf kan zien of voelen is belangrijk.

Naar leeftijd bestaan er een paar opvallende verschillen: jonge huishoudens vinden vooral de enorme keuze een voordeel. Maar voor dezelfde groep (met weinig tijd) zijn juist de verzend-/retourkosten en de complexiteit van een ruilproces een nadeel. Andere groepen hebben daar minder moeite mee.

Toekomst van het online aandeel, onze prognose
In 2002 verwachtte Thuiswinkel.org dat in 2005 een kwart van de consumentenbestedingen (inclusief diensten) in Nederland plaats zou vinden via verkoop op afstand. Pas nu – in 2018 – wordt dit aandeel gehaald. En dan is het nog maar de vraag in hoeverre deze voorspelling echt is uitgekomen. Want het gros van de online bestedingen betreft diensten. Bij producten is het aandeel dus de eerder genoemde 9%.

Dat het online aandeel nog gaat groeien lijkt zeker. Zo geeft 30% in het Strabo-onderzoek aan dat hun online-bestedingen naar verwachting in de komende twee jaar zal stijgen. Tegenover 6% dat verwacht dat het zal afnemen. Met name jonge huishoudens verwachten dat hun eigen aandeel zal groeien. Maar deze groei geldt niet voor alle branches. Omdat voor een aantal artikelgroepen het verzadigingspunt bereikt lijkt. Thuisbezorging door (web)supermarkten groeit nog wel, maar zal naar alle waarschijnlijkheid (in 2025) niet meer dan 5% van de markt beslaan. Voor alle producten is het verder van groot belang om te weten in hoeverre de omzet verdeeld wordt tussen de pure player webshops en multichannelende retailers. Dit is van belang om de heersende opinie dat ‘alles’ online gaat en ‘we geen winkels meer nodig hebben’ te nuanceren en weerleggen. Daarbij is het maar de vraag of retailers al hun online activiteiten voortzetten, daar er structureel geen winst gemaakt kan worden met onlineverkoop (6). Het is goed mogelijk dat er daardoor minder rek zit in de groei. Als prijzen en bezorgkosten gaan stijgen kan dat tot gevolg hebben dat mensen maar nauwelijks meer gaan bestellen op het internet. En ook zou het aanbod mogelijk kunnen zal verschralen omdat e-commerce geen duurzaam verdienmodel biedt. En online aanbieders ermee ophouden.

Het gemak van online is groot. De keuze aan producten is niet te evenaren door de fysieke retailer. Het betaalgemak is ook groot. Er is geen enkele belemmering meer. Maar de inspiratie, innovatie, beleving én het sociale aspect die de winkelcentra en winkelgebieden bieden, is online niet te kopiëren.

Het is al eerder gezegd in deze reeks. Retail gaat erom dat mensen naar een bepaalde plek komen om te consumeren. Een hapje, een drankje, een product kopen. Het liefste allemaal tegelijk. Juist: het draait om de transactie, de attractie is ondersteunend. Consumeren is de allerleukste activiteit van mensen. Dat doe je het liefst op een leuke plek. Samen met andere mensen. En niet vanachter je laptop, tablet of smartphone. Alhoewel die laatste middelen soms handig zijn als je functioneel op zoek bent naar een heel specifiek product.

De auteurs:
*) Drs. Hans P. van Tellingen is algemeen directeur van winkelcentrumonderzoeker Strabo bv. www.strabo.nl. Hij is hoofdauteur van #WatNouEindeVanWinkels. Hans werkt momenteel met mede-auteurs aan #WatNouEindeVanWinkels deel 2; ‘Waarom Stenen Winkels Winnen (en webwinkels verliezen)’. Reacties?: vantellingen@strabo.nl / 020 6260817 / 06 54348080/ Twitter: @hansvantelling.

(*) Drs. Jeroen P. Verwaaijen is directeur onderzoek van Strabo bv en is voor 50% eigenaar. verwaaijen@strabo.nl / Twitter: @jpverwaaijen. Jeroen is tevens columnist van Shopping Centre News.

(*) Drs. Milan Caspers is senior projectleider van Strabo bv. Milan schrijft jaarlijks tientallen rapporten over het functioneren van winkelcentra en geldt binnen Strabo als dé specialist op het gebied van de relatie tussen parkeren en winkelbestedingen. caspers@strabo.nl.

Geen reacties

Wilt u reageren?




Wij plaatsen alleen inhoudelijke reacties. Reacties met voornamelijk slogans en kreten worden niet gepubliceerd.