De krant die je leest van A tot Z
Zondag 30 augustus, 2026
Deze post is bekeken 143 keer.

maandag 21 juni 2010

Nieuws:

Herinneringen aan de Onnerweg

Door: Redactie

De Onnerweg in Haren speelt een belangrijke rol in het leven van een Amsterdamse. Hoe dat kan, vertelt ze aan Haren de Krant.

Aan de Onnerweg 100 in Haren, de laatste boerderij voor de spoorwegovergang, was in de oorlogsjaren de veilige haven voor de Amsterdamse baby Mary van Veen. Nu, 65 jaar later, zegt ze tegen Haren de Krant: “Daar in dat huis is mijn leven twee keer gered door de familie Vrieling, die er woonde.”

Ze heet Mary van Veen en werd in de oorlogsjaren geboren in Amsterdam. De beproevingen van de oorlog misten hun uitwerking op kinderen niet.  “Ik heb de eerste maanden van mijn leven papjes gegeten die mijn moeder maakte van Hyacintbollen. Ik was broodmager en verzwakt. Omdat alles schaars was in Amsterdam hebben mijn ouders ervoor gezorgd dat ik snel geen luiers meer nodig had. In de Hongerwinter zei de dokter tegen mijn moeder: Ze moet vruchtensap en bouillon hebben, anders ligt ze binnen een maand in het graf. Mijn ouders hebben mij samen met heel veel baby’s op transport gezet naar Groningen om aan te sterken. Ze hadden niet gedacht me weer te zien, want eerder was zo’n transport gebombardeerd.”

In de tas van de baby zat een brief van de dokter, waarin hij de zeer zwakke gezondheid beschreef. Die brief kwam onder ogen van dokter Offerhaus. Die kende het gezin Vrieling uit Haren, waar dertien kinderen woonden. Daar kon vast nog wel een veertiende kind bij, was de redenatie. Zo geschiedde. Een half jaar lang werd Mary van Veen liefdevol opgenomen in het gezin. Na de bevrijding keerde ze naar Amsterdam terug, waar haar moeder spoedig weer in verwachting raakte. “Toen de familie Vrieling dat hoorde hebben ze aangeboden me opnieuw op te vangen”, zegt Mary van Veen. “Ik werd ’s nachts in vrachtwagens naar de boot Enkhuizen-Lemmer gebracht en daarna via een paar tussenstops om zes uur in de nacht afgezet aan de Onnerweg in Haren.”

Nog geruime tijd bleef de Amsterdamse peuter in Haren. Vervolgens zou ze ieder jaar een paar weken in Haren doorbrengen om aan te sterken. “In die periode heeft de familie Vrieling voor de tweede keer mijn leven gered. Ik had difterie en was doodziek. Ze hebben veertien dagen aan mijn bed gewaakt. Ik ben ze er nog dankbaar voor!” Eén van de dertien kinderen Vrieling van Marie Ploeg-Vrieling, die nog steeds in Haren woont. “Ik herinner me nog hoe erg we het vonden toen zij weer naar Amsterdam terug moest”, zegt ze. De logé was dan ook een onderdeel van het gezin geworden en zo voelde ze het zelf ook. Mary van Veen: “Ik heb zoveel mooie herinneringen. Ik werd op een paard gezet en mocht mee naar het weiland waar Vrieling zijn koeien ging melken. Hij was boer, maar ook rietdekker en slachter.”

Na al die jaren heeft de ‘hongerwinter-baby’ nog steeds een band met Haren. “Als ik naar Groningen ga stap ik altijd even af in Haren. Dan rijd ik over de Onnerweg, de plaats waar mijn leven twee keer is gered.”

Geen reacties

Wilt u reageren?




Wij plaatsen alleen inhoudelijke reacties. Reacties met voornamelijk slogans en kreten worden niet gepubliceerd.


Recente berichten