Harenaar wilde ‘het verschil maken’
Harry Moes uit Haren hielp een gemeenschap in Indonesië. “Één keer in mijn leven wilde ik het verschil maken”, dat was zijn drijfveer. Haren de Krant wilde meer weten…

Hij wilde voor minstens één onbekende het verschil maken en iemand helpen die in andere omstandigheden verkeerde dan hijzelf. Harener Harry Moes ging op zoek en kwam in Indonesië terecht. Waar hij met een relatief klein bedrag een hele gemeenschap vooruit hielp.
“Misschien heeft het met leeftijd te maken. Zoiets wil je als je ouder wordt.” Het klinkt bijna verontschuldigend. Harry Moes (50) haalt zijn schouders op. “Ik wilde één keer in mijn leven iets doen voor iemand die ik niet ken en die in beroerde omstandigheden verkeert. En dan iets persoonlijks, dus geen donatie aan een club waar heel veel geld verdwijnt naar de organisatie en de salarissen van directeuren.”
Met dat idee in zijn hoofd ging hij op zoek. Al snel kwam hij uit bij Indonesië. “Mijn vader is daar geweest van ’46 tot ’49, tijdens de Politionele Acties. Hij is inmiddels overleden en heeft er nooit iets over verteld maar via een vriend van hem kwam ik toch wat dingen te weten en ik wilde er graag eens kijken. Ik ging op vakantie naar Java”, vertelt Harry. Het bleek niet gemakkelijk een project te vinden. “Ik ontmoette een moeder en dochter met en klein bedrijfje waar ze flessen siroop maakten. Ze waren opgelicht toen ze geld hadden geleend om het bedrijf uit te breiden en met een relatief klein bedrag zou ik ze kunnen helpen”, zegt Harry. Het ging mis door cultuurverschillen. “De verwachtingen die de dochter van me had, kwamen niet overeen met wat ik wilde: het bedrijf weer op poten helpen.”
Water uit een lekkende hoofdleiding
Een jaar later reisde Harry weer naar Indonesië voor een vakantie, slenterde er door een dorp en bleef even staan kijken bij een schoolklas die op de foto kwam. “Ondanks de grote taalbarrière waren ze erg enthousiast over mijn belangstelling en lieten me de school zien. Daar viel nog heel wat aan op te knappen”, vertelt Harry. Hij zag wel wat in dat project. “Maar gaandeweg bleken we veel verschillende opvattingen te hebben. En uiteindelijk had ik er geen vertrouwen in, hoe jammer ik het ook vind.”
Op Flores, waar Harry dit jaar naartoe ging, vond hij wat hij zocht. De Nederlandse fysiotherapeut Rosalien Rutten heeft op het eiland een massagekliniek waar ze mensen die blind of doof zijn, opleidt tot masseur. “Haar zwager woont met zijn gezin in Dalong in de jungle. De omstandigheden waaronder dat gezin woonde, waren er moeilijk. Water haalden ze door een jerrycan onder een lekkende hoofdleiding te houden en daarmee vervolgens vijfhonderd meter door het oerwoud te sjouwen. Elektriciteit konden ze opwekken door een generator maar de benzine voor dat apparaat is erg duur”, vertelt Harry. “Het zag er vrij uitzichtloos uit want doordat het er zo onbegaanbaar was, bleef het aantal inwoners te klein en kwamen er dus ook geen voorzieningen.” Omdat de aanleg van een waterleiding het gehucht uit de vicieuze cirkel zou helpen, besloot Harry dat hij het project had gevonden dat hij zocht.
Met geld van anderen wilde ik het helemáál niet verknallen
“Ik had wat spaargeld dat ik toch niet gebruik. Daarmee wilde ik mijn plan uitvoeren”, zegt hij. Waarom niet collecteren, sponsors zoeken of een rekening openen waarop mensen geld konden storten? “Als ik geld van anderen had gebruikt, had ik me veel te verantwoordelijk gevoeld. Dan wil je het toch helemáál niet verknallen. Nu zegde ik toe het materiaal te kopen en stelde ik de gebruikers zelf verantwoordelijk voor de aanleg. Ik wilde ze geen dingen opleggen en dus vroeg ik wat ze nodig hadden. Dat was, behalve een waterleiding, een toilet- en wasgebouwtje met een ruimte om kleren te wassen.” Harry stortte vijftienhonderd euro om de eerste materialen aan te schaffen en bleef drie weken op Flores om te helpen bij de opzet en het begin. Vorige maand reisde hij opnieuw naar Indonesië om het project af te sluiten.
“Een geweldig slot”, vindt hij. “De waterleiding is een succes geworden. De dorpelingen hielden een uitgebreide ceremonie, met toespraken, liederen, gebeden, palmwijn, een levende kip als cadeau en een heerlijke maaltijd. Het hoofd van de waterleidingmaatschappij gaf ze een compliment over de kwaliteit van de aangelegde leiding. De dorpsgemeenschap is een stuk meer zelfvoorziend geworden.”
Als Maxima
Al met al heeft het project hem zo’n vier- à vijfduizend euro gekost. En zijn collega’s van het IVF-laboratorium van het UMCG zorgden voor een mooi extraatje aan het eind van dit project. “Ze legden een bedrag bij elkaar waarvoor we varkens hebben gekocht. Omdat de watervoorziening onvoldoende was, konden ze die eerder niet houden maar nu gaat dat wel”, vertelt hij. “We bekijken nog of we een zonne-energiesysteem kunnen aanschaffen. Dan hebben ze alle voorzieningen goed voor elkaar.” Of hij zichzelf socialer vindt dan anderen? “Nee, dat niet. Maar deze aanpak werkt gewoon heel goed. Het lijkt op de microkredieten van Maxima. En één keer in mijn leven wilde ik gewoon zoiets hebben gedaan.”(GB)

Geen reacties