De krant die je leest van A tot Z
Zaterdag 25 Juli, 2026
Deze post is bekeken 175 keer.

dinsdag 10 april 2012

Nieuws:

Preek online: ds. Marja de Jager met Pasen

Door: Redactie

Met Pasen preekte ds. Marja de Jager niet in de Gorechtkerk, maar in de Semskerk te Stadskanaal. Haar preek leest u, net als andere weken, online hieronder. Afgelopen zondag preekte in de Gorechtkerk overigens ds. Marco Schut. Deze dienst was live te beluisteren op Haren FM.

Overdenking ds. Marja de Jager bij 1e Paasdag 2012

 

Lezing uit het Oude Testament: Ezechiël 37: 1-14

Lezing uit het Nieuwe Testament: Marcus 16: 1-8

 

Gemeente van onze Here Jezus, Christus,

 

Pasen valt altijd in de lente. Dit jaar aan het begin ervan. Om ons heen ontluikt de natuur. Elke keer weer verwonder ik mij daarover. Hoe de natuur ontwaakt uit haar winterslaap.

Hoe het mogelijk is, dat dor hout groen wordt. Dat uit bollen, verstopt in de donkere grond, kleurige bloemen bloeien. Mensen ademen op in het licht van dit nieuwe seizoen. De lente vertelt ons: het leven gaat door, houdt niet op te bestaan na een donkere, koude winter. Als een schat bergt de lente deze hoop in zich.

Maar soms gebeuren er dingen in ons leven of in de wereld die ons alle hoop ontnemen. Wanhoop overvalt ons, waardoor de lente ongemerkt aan ons voorbij gaat. We zien geen tekenen van hoop meer. En mochten we ons al verwonderen, dán over het feit dat het leven zo’n pijn kan doen en verdriet zo diep kan binnendringen. Vandaag heeft dan meer dan genoeg aan zichzelf. Morgen is een brug te ver, de toekomst lijkt afgesloten. Hoe vaak hoor ik het niet: ‘Ik zit er helemaal doorheen’, of ‘wordt het ooit nog beter, lichter?’ oehoeDeze diep menselijke ervaringen en vragen, zijn van alle tijden. We hoorden erover bij het volk Israël dat vijf en twintig honderd jaar geleden in ballingschap leefde in Babylon. Jeruzalem, haar moederstad, is verwoest. Haar hoop is vervlogen, God té ver weg. Het volk zit op een dood spoor. Terugkeer naar het vaderland lijkt een utopie. Blijven…, verlies van haar identiteit en voortbestaan. Ze klaagt: ‘onze botten zijn verdord, onze hoop is vervlogen, onze levensdraad is afgesneden’.  Het is over en uit. Door haar wangedrag heeft Israël haar eigen graf gegraven.

De profeet Ezechiël wordt door God’ geest meegevoerd naar dit slagveld. Voor zijn ogen doemt het beeld op van een dal vol dorre doodsbeenderen, een gruwelijk desolaat gezicht. God toont hem het zelfbeeld van Israël in ballingschap: één en al wanhoop en uitzichtloosheid. Ademloos ziet Ezechiël het aan. Hij snakt naar lucht. Maar Gods Geest, zijn adem houdt hem staande. God is bij hem, daar in dat doodse dal. God is bij zijn volk in duisternis, God is bij ieder mens die het aan levenskracht ontbreekt. En juist dan, dáár, spreekt God hem aan. Ezechiël moet namens God woorden van leven spreken. Zeg tegen dit volk: er is een weg uit dit doodse dal, uit deze chaos van het leven. Mens herpak je, knoop alle losse eindjes van je leven aan elkaar, sta op en adem in. Ezechiël moet profeteren, in en door Gods geest.

Nee, God grijpt niet in als een donderslag bij heldere hemel. Al zouden we dat soms wel graag willen. Diep verlangen zelfs, op al die momenten dat het ons tegenzit of als de nood in de wereld ons bij de keel grijpt. ‘Dééd God nu maar eens iets!’, ‘ik merk niets van Hem!’ Ezechiël mag zijn volksgenoten vertellen: ‘God is er, zelfs hier in dit doodse dal van jullie bestaan’. Deze woorden klinken als een belofte van hoop. God is er, als de bron die levenskracht geeft. Die kracht gaat aan al ons menselijk denken en doen vooraf. Het is de wind, de geest van het begin, waarmee God alles tot leven riep. Die kunnen wij niet vangen of opsluiten binnen onze menselijk systemen. Die wind komt uit alle vier windhoeken van de aarde en waait waarheen zij wil. Elke levenskern beademt zij, elke groei bevordert zij, elke dood weerstaat zij.  Zij breekt dwars door aard’ en steen heen en wekt mensen op, om op te staan. Gods geest, schenkt woorden ten leven. Woorden van heil, van hoop, van toekomst, die de dor- en doodsheid van het menselijk bestaan teniet doen.  Die hoop heeft generaties mensen gaande gehouden. Het volk Israël ís na jarenlange ballingschap thuisgekomen in Jeruzalem. Mensen hervinden nieuwe levensmoed en levenszin na een lange nacht van ballingschap in eigen leven. Als een stevig fundament ligt de hoop onder hun voeten waardoor het wonder gebeurt dat ze de groene twijgjes zien uitbotten op het eerst zo dorre hout. Gods geest, zijn adem maakt alles nieuw. Nooit is dat zo duidelijk geworden als op die morgen van de eerste dag.

Vrouwen gaan heel vroeg in de ochtend naar het graf. Doodse stilte om hen heen, doodse stilte in henzelf. Ademloos, leeg, gaan ze daar. Hun oren doof voor het vrolijke getjilp van de vroege vogels. Hun ogen blind voor de dauw die als een doorzichtig vlies de bloemen bedekt. Hun harten koud ondanks de milde warmte van de opkomende zon. Ze lopen verloren in een wereld die snakt naar een nieuw geluid. Maar mét Jezus’ dood is de hoop in henzelf gestorven. De hoop op een leven in liefde en genade, van vergeving en verzoening. Hij immers bracht hen op adem, hij gaf betekenis aan hun leven. Hij liet zien wie God was. In en door Hem was God bij hen, dichterbij als ooit. En nu is hij dood. Het enige wat ze nog voor hem kunnen doen, is hem de laatste eer te bewijzen door zijn lichaam te balsemen met geurige olie. Maar wie zal de dikke steen wegrollen die ervoor gewenteld is? Ze lopen vast in hun denken en doen. Geen rekening houdend met een God die ongekende toekomstperspectieven opent. Die gaat waar zij niet zijn. Die zelfs is in de dood, maar er niet het leven laat.

‘U zoekt Jezus, de man uit Nazareth die gekruisigd is? Hij is opgewekt uit de dood, hij  is hier niet’.

Die stem, deze woorden: ze maken de vrouwen bang, doodsbang. Ze begrijpen niet wat ze betekenen. Zoals ook wij vaak pas achteraf een bepaalde gebeurtenis kunnen duiden. Dit wonder van de opstanding moet nog landen, zijn volle betekenis nog krijgen. Daarom moeten de vrouwen het verder vertellen, eerst aan de discipelen en dan aan iedereen die het maar horen wil. Dan zal het langzamerhand tot hen gaan doordringen: Jezus is opgewekt. De dood heeft hem niet verzwolgen. Zijn laatste adem heeft zijn stem niet gebroken, zijn woord van liefde en vrede niet doodgezwegen. Dat woord wordt tot leven gewekt op de adem van Gods stem en opent de poort naar de toekomst. Dat is onze hoop. Het open graf, hier op de aarde. De vallei vol doodsbeenderen herleeft op de adem van Gods stem; een wereld verloren in schuld staat herboren op in het licht van de nieuwe morgen. Deze mens, Christus de Heer, maakt alles nieuw door zijn Geest. Daarover mogen wij ons verwonderen, met Pasen, elk jaar weer. En er de belofte in horen: dor hout wordt groen, na elke nacht wordt het weer morgen, het heil is ophanden. Jezus leeft en wij met hem!

 

Amen.

Ds. Marja de Jager van de Gorechtkerk (Gereformeerde gemeente)

 

 

.

 

Geen reacties

Wilt u reageren?




Wij plaatsen alleen inhoudelijke reacties. Reacties met voornamelijk slogans en kreten worden niet gepubliceerd.