Opiniestuk deel 2 door René Valkema, oud-raadslid in Haren: Voor de provincie heiligt het doel de middelen
De provincie zet een zwaar middel in om Haren te dwingen met Groningen en Ten Boer te gaan praten. Dat middel is art. 8 uit de wet ARHI. De provincie stelt de gemeentebesturen van Haren, Groningen en Ten Boer in de gelegenheid om samen het zogenoemd ‘open overleg’ te voeren over de wens de provincie dat deze gemeenten samengaan.

René Valkema
Woensdag op RTV-Noord gaf de heer Brouns (gedeputeerde) een toelichting dat Haren nog steeds zelfstandigheid kan en mag aantonen als ze ook maar gelijktijdig in gesprek gaat met Groningen en Ten Boer.
Voor de provincie is een herindeling van Haren met Groningen en Ten Boer heilig is en daarvoor mogen alle middelen worden ingezet.
Maar is dat ook zo?
Is er maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak voor de beslissing van de provincie?
Minister Plasterk schrijft in het beleidskader herindelingen het volgende: ‘Draagvlak voor een herindeling is belangrijk. Het streven moet zijn gericht op herindelingen die op een zo groot mogelijk draagvlak kunnen rekenen. Het kabinet juicht voorstellen die op de steun van alle betrokken gemeenten en (een meerderheid van) hun inwoners kunnen rekenen dan ook toe. Maar dit betekent niet dat unanimiteit bij gemeentebesturen (of inwoners) voor het kabinet vereist is om een herindelingsadvies over te nemen. Het kabinet zal de mate van draagvlak volgens dezelfde maatstaven beoordelen als in de voorgaande kaders: lokaal bestuurlijk, maatschappelijk en regionaal’.
In tegenstelling tot het eerdere beleidskader is draagvlak niet langer het belangrijkste criterium. Maar in de context van de beslissing van de provincie schrijft Plassterk in datzelfde kader ook: ‘Om het draagvlak van de inwoners en maatschappelijke organisaties te kunnen beoordelen, vraagt het kabinet wel aan gemeenten, of wanneer de provincie het initiatief neemt tot de herindeling, in het herindelingsadvies aandacht te besteden aan het maatschappelijk draagvlak en de wijze waarop dit is vastgesteld, inclusief de ingediende zienswijzen. Het kabinet vraagt ook aan de betrokken gemeenten in een logboek bij te houden op welke wijze burgers en maatschappelijke organisaties betrokken en geraadpleegd zijn in het herindelingsproces. Indien een provincie het herindelingsadvies heeft opgesteld, en dus niet de gemeenten, vraagt het kabinet een nadere onderbouwing waarom bij een gebrek aan unaniem draagvlak bij de betrokken gemeenten toch een herindeling gewenst wordt door de provincie.
Feitenoverzicht
A
Bij de gemeenteraadsverkiezingen op 19 maart 2014 heeft gelijktijdig een referendum plaats gevonden met de vraagstelling of de burger ‘het eens of oneens is met een samenvoeging van Haren met Groningen en Ten Boer’. Bij een opkomstpercentage van 71% stemt ruim74% van de kiezers tegen een samengaan van Haren met Groningen en Ten Boer.
B
De gemeenteraad van Haren heeft met 12 stemmen voor en met 5 stemmen tegen in december 2014 besloten om als zelfstandige gemeente verder te gaan. Deze keuze is ingegeven op basis van de dialoog met haar burgers, instellingen en bedrijven. De met succes geïmplementeerde de taakoverheveling WMO2015 en Jeugdwet, legde verder de basis om te kiezen voor zelfstandigheid. Maatwerk dichtbij mensen.
C
Partijen die voor de raadverkiezingen van 2014 hebben ingezet op een samengaan van Haren met Groningen en Ten Boer hebben stemmen en zetels verloren. Partijen die hebben ingezet op zelfstandigheid of een samengaan met Tynaarlo hebben zetels gewonnen. Per saldo zijn drie zetels van de voorstanders gegaan naar de tegenstanders van een samengaan van Haren met Groningen en Ten Boer. Dat is een politieke aardverschuiving.
D
Met het inzetten van artikel 8 ARHI krijgt de burger pas in een laat stadium de gelegenheid om zich via een zienswijze (art 8.3) uit te spreken.GS heeft zich dan al schriftelijk en openlijk vastgelegd op een bepaalde voorkeursvariant. Het is dan voor GS niet eenvoudig om van de ingeslagen weg terug te keren.
Wanneer de provincie de zienswijzen naast zich neer legt (wat vaak, zo niet meestal het geval is), is er voor burgers geen toegang tot een onafhankelijke rechter. De achterliggend gedachte is dat herindeling een politiek proces is. Dat wil zeggen dat de burger krijgt bij de provinciale verkiezingen, de raadsverkiezingen en bij de verkiezing van de Tweede Kamer de gelegenheid zich uit te spreken over het gevoerde bestuur
En hoewel een provincie terugdeinst voor het vroegtijdig betrekken van burgers in een herindelingsproces, kan zij er in het geval van Haren niet omheen dat juist hier sprake is van burgers die zich zeer duidelijk hebben uitgesproken over hun voorkeur met betrekking tot een eventuele herindeling.
Op basis van deze feiten A t/m D kunnen de volgende conclusies worden getrokken:
Er is een duidelijke uitspraak van burgers, zowel in het referendum als de gemeenteraad. De provincie gaat volledig voorbij aan het bestuurlijk en maatschappelijk draagvlak voor zelfstandigheid.
De provincie geeft niet de gevraagde nadere argumentatie die nodig is bij inzet van art. 8 ARHI.
De provincie is niet zorgvuldig door een uitspraak van burgers te negeren en vervolgens de burger feitelijk buitenspel te zetten in de procedure conform ARHI art. 8 .
Conclusie: Gelet op voorgaande is er sprake van gebreken in het door de provincie gevoerde proces. De provincie had er verstandig aan gedaan haar besluit tot een procedure ex art. 8 ARHI te nemen na 1 juni 2016. En dit alleen indien zij op dat moment tot de conclusie zou komen dat de gevraagde onderbouwing door de gemeente Haren onvoldoende toekomstbestendig zou zijn voor de duur van tenminste 10 jaar.
NB: Dit is een beoordeling van het proces in het kader van de wet ARHI en het beleidskader. Het zegt over de onderbouwing die college en gemeenteraad opstellen om langdurige zelfstandigheid aan te kunnen tonen. Het zegt dus alleen iets over de handelwijze van de provincie.
Wordt vervolgd. Deel 1 verscheen 4 april 23.00 uur op deze website.
Rene Valkema MBA
6 reacties