Harense helpt bij taalproblemen in provincie
“Een school voor dove kinderen”, “Het doveninstituut” en “De Guyotstichting” zijn de antwoorden die je krijgt wanneer je een willekeurige voorbijganger vraagt wie of wat er is in de villa aan de Rijksstraatweg 63. Toch zijn het niet alleen doven en slechthorenden die gebruik maken van de villa. Het mooie oude pand is ook het centrum van waaruit begeleiders werken die met hun auto de provincie in trekken om kinderen met ernstige spraak- of taalmoeilijkheden te helpen.

Taalproblemen bij kinderen zijn er echt...
Dorothy Damoiseaux (51) is zo’n ambulante begeleider. Dorothy, die vanaf haar negende opgroeide in Tuindorp, werkte eenentwintig jaar als leerkracht in de onderbouw van de Meent in Glimmen toe ze besloot dat het tijd werd om iets anders te gaan doen. “Ik heb een zwak voor kinderen die iets extra’s nodig hebben”, vertelt ze. “Voor kinderen die anders zijn dan ‘normaal’, gemiddeld moet je iets verzinnen waardoor ze hetzelfde kunnen lezen, puzzelen of wat dan ook als hun klasgenootjes. En dat is nou echt ‘mijn ding’.”
Rond dezelfde tijd waarop Dorothy besloot dat ze een andere baan wilde, werd op het terrein van het Instituut voor Bodemvruchtbaarheid een asielzoekerscentrum gebouwd. Ze kreeg een baan aan de school van het centrum en voelde zich bevestigd in het idee dat kinderen die iets extra’s nodig hebben degenen zijn met wie ze het liefst werkt. “De kinderen van het asielzoekerscentrum hadden allemaal trauma’s, voelden zich onveilig en sommigen waren nooit naar school geweest”, vertelt ze. “En één van de eerste dingen waaraan ze werken, is het leren van de Nederlandse taal.” Ongeveer vijf jaar na de opening sloot de school omdat het asielzoekerscentrum verdween.
Dertien kinderen verspreid over Groningen en Drenthe
Dorothy voelde er niet zoveel voor om terug te keren naar een ‘gewone’ school. “Nog steeds wilde ik graag werken met kinderen die iets extra’s nodig hebben en tijdens mijn asielzoekerstijd was ik veel met taal in aanraking gekomen en dat vond ik toch ook wel heel erg leuk”, zegt ze. “Ik ging de opleiding voor remedial teacher volgen. Die is erop gericht kinderen met een leerprobleem te begeleiden.” Na deze studie volgden er nog meer want ze solliciteerde naar de functie van ambulant begeleider bij Kentalis, zoals de Guyotstichting heet na de verscheidene fusies. Ze werd aangenomen en werkt er nu vanaf januari 2006. Dat betekent dat ze zich voortdurend moet bijscholen.
“Er is een groep kinderen die spraak- en/of taalproblemen heeft die zo ernstig zijn dat het ze beperkt op school en in het dagelijks leven”, legt Dorothy uit. “Ze kunnen naar het Speciaal Onderwijs maar meestal kunnen ze met een ‘rugzakje’ op een ‘gewone’ basisschool blijven. Dat rugzakje zorgt voor geld. Daaruit kan een extra leerkracht worden betaald, voor een bepaald aantal uren per week, er kunnen leermiddelen worden aangeschaft en mijn collega’s en ik worden eruit betaald. Wij ondersteunen met onze deskundigheid. Op dit moment heb ik dertien kinderen, verspreid over de provincies Groningen en Drenthe.”
Het kind snapt het gewoon niet
De kinderen die Dorothy begeleidt, hebben een taalstoornis. Dat het een stoornis is, betekent dat het niet over gaat. Hoe erg zo’n stoornis is? “Een leerkracht begint een les bijvoorbeeld met te zeggen op welke bladzijde van welk boek de kinderen moeten kijken. Een kind met een taalstoornis kan dan al afhaken. Hij snapt het gewoon niet omdat hij de taal niet goed begrijpt. Daar loopt hij voortdurend tegenaan. Hij heeft extra uitleg nodig. Er zijn ook kinderen die geen aansluiting kunnen krijgen bij anderen. Zo was er een meisje dat vreselijk gepest werd omdat het haar niet lukte te communiceren met haar klasgenoten. Ik heb veel met haar geoefend”, vertelt ze. “Als ik een nieuwe leerling krijg, lees ik eerst het dossier, dat al heel uitgebreid is. Deze kinderen hebben een forse voorgeschiedenis. Ik ga op huisbezoek, observeer in de klas en praat met de leerkracht en de logopedist. Daarna volgt een heel administratieve klus en dan kan ik praktisch aan de slag door met het kind te werken, de leerkracht te ondersteunen of de ouders advies te geven.”
Veel op pad
Op deze manier helpt Dorothy in drie of zes jaar de kinderen zoveel verder dat ze zelf met hun stoornis uit de voeten kunnen. “Want de taalstoornis houden ze. Die kan ik niet wegnemen”, zegt ze. “Ik kan ze alleen helpen en mijn deskundigheid inzetten.”
Wat ze nu doet, is heel anders dan juf zijn aan de Meent. “In het begin miste ik de klas”, zegt ze. “En mijn asielzoekers. Maar nu weet ik zeker dat dit is wat ik leuk vind. Het is afwisselend, ik ben veel op pad en ik kan een hoop doen voor de kinderen.”
En de dovenschool, waar is die dan gebleven? Ze wijst naar een deel van het terrein om de villa. “Die is er ook hoor. Kentalis werkt voor kinderen met ESM, ernstige spaak- en/of taalproblemen maar ook voor dove en slechthorende kinderen.” (GB)
Geen reacties