Kunstmarkt
Bij gebrek aan opa’s en oma’s was mijn moeder vroeger denk ik de enige die mijn tekeningen kon waarderen. Als ik mijn gewrochten daarna, gesterkt door haar complimenten aan mijn vader liet zien, keek hij mij meewarig aan en legde ze zwijgend ter zijde. Met mijn latere tekenleraar Jan van der Baan op de Dalton HBS sprak ik uit voorzorg uitsluitend over zeilen op het Paterswoldsemeer en dat leverde dan een welverdiende zeven op. Ik ben dan ook nooit in de verleiding gekomen om verder nog anderen met mijn zelfbenoemde kunstwerken lastig te vallen. In Haren en omgeving is dat anders. Zich stierlijk vervelende min of meer welgestelde huisvrouwen, die vaak nooit aan sport gedaan hebben anders zouden ze dat wel blijven doen, denken in zichzelf een talent ontdekt te hebben. Samen met een sneue overgang rijpe vriendin, die ze ompraten en waarvan ze weten dat die nog minder kan en ook wanhopig op zoek is naar erkenning, schrijven zij zich in voor een workshop of cursus. Of het nou verven, schilderen, kliederen, kleuren, kleien, kettingrijgen, antroposofisch breien,figuurzagen, solderen of prutje prakken is, hun ongeremde creativiteit kunnen ze naar hartenlust botvieren. Na een paar cursusuren worden de eerste mislukte frutsels al mee naar huis genomen en verschijnen ze voor visite en kinderen op tafeltjes en kastjes in hal en woonkamer. Na niet al te lange tijd verrassen ze vrienden, buren, bekenden en andere slachtoffers op hun zelfgemaakte rampen omdat hun eigen huis vol begint te raken. Ze blijven zich echter verdiepen en verbreden in hun drang naar erkenning, maar hebben niet door dat ze al minder uitgenodigd worden voor feesten en partijtjes, bang als de mensen zijn opnieuw blij gemaakt te worden met een in een boze droom bedachte kunstuiting. De afzetkanalen drogen op en de rotzooi werkt de kunstenaar bijna het huis uit.
Nieuwe markten moeten aangeboord worden, maar dat is niet eenvoudig. De vrijmarkt op Koninginnedag biedt geen oplossing want die is er uitsluitend voor de kinderen. Het probleem werd thuis besproken en de partner werd erin betrokken. Nog net niet juichend over het voortschrijdend inzicht begon die ook mee te denken. En ja hoor, nog amper uit zijn woorden komend na een paar flessen wijn tijdens een lange avond denken, was de schaamte verdwenen en zei hij: “Zou de kunstmarkt niet iets voor jou zijn?”
Een groter compliment had ze in haar treurige bestaan als kunstenaar nog niet gekregen.
En daar stond ze dan, te midden van collega kunstenaars op de kunstmarkt. Eigenlijk vond ze, als ze eerlijk was, niets mooi van wat ze om zich heen zag: een stalletje met stukken openhaardhout, geschuurde stenen, oude stropdassen, gefiguurzaagde lijsten, vaasjes waar geen bloem in kon, borden waar je niet van kon eten, ingelijst behang, beschilderde lapjes, één en al droefenis. Met haar talent zou ze dat ook gemakkelijk kunnen maken; dus om zoiets nou te kopen? Alleen het stalletje van NOVO was eigenlijk mooi; eenvoudig en kleurrijk. Zo in gedachten verzonken ging de dag voorbij; zwijgend en staand in een stalletje. Het weer was mooi, dat wel. Maar de mensen vroegen haar niets, liepen al slenterend en somber kijkend verder en kochten ook bij haar niets. Zelfs bekenden had ze niet aan zich voorbij zien trekken.
En nou moest alles ook nog weer mee terug naar huis.
Cees Bosman, september 2010. Reageren? cornelisbosman@hetnet.nl
4 reacties