Nieuwe column Hein Bloemink – maart 2016
Voetbal
Als ik thuis over voetbal begin word ik meewarig aangekeken door zowel schoonzoons als dochters. Ik geef toe dat het hoogmoedig is als ik mijn schoonzoon aanbied om coach te worden van het elftal waar hij speelt: VV Glimmen 1. Het is mijn manier om aandacht te vragen voor een aantal basistheorieën die zelfs topspelers niet schijnen te snappen. Als ik coach was zou ik het verbieden om te appelleren voor een overtreding terwijl de scheidsrechter nog niet heeft gefloten. Je verliest kostbare seconden, omdat je afgeleid bent door gevoelens van onrecht. Fout! Verder is het lachwekkend hoe spelers op een scheids af rennen met het klemmende verzoek een beslissing terug te nemen. Kansloos en slecht voor je concentratie. En wat te denken van de energie die verloren gaat aan theater? Kermend van de pijn over het gras rollen, tersluiks spiedend of de scheids je leed wel ziet. Het is trouwens gek dat volwassen spelers bij een doelpunt op elkaar springen dat het een lieve lust is en dat je dan nooit iemand kermend van de pijn op de grond ziet vallen. Een ander punt van aandacht: traptechniek. Als kind leerde ik al bij de tennisles dat de stand van je lichaam bepalend is voor de richting van de bal. Hoe kan het dan dat topspelers in de maanstand staan als ze een schot op doel lossen? Vangbal voor passanten buiten het stadion. Dan nog even over de communicatie van de coach. Als ik de trainer van FC zie staan, vind ik hem lijken op een uitvaartverzorger. Ieder mens weet dat een coach moet motiveren in plaats van rouwen. Maar ja, met mijn niet-verstand van zaken word ik niet serieus genomen. Of toch?
2 reacties