De krant die je leest van A tot Z
Zaterdag 27 Juni, 2026
Deze post is bekeken 84 keer.

donderdag 14 april 2016

Nieuws:

Opinie: Burgercomité wil geen dwang in fusieproces

Door: Redactie

Het Burgercomité Haren dringt aan op intrekking van besluit van Gedeputeerde Staten van Groningen van 30 maart 2016 in kader van herindeling gemeente Haren. Op 30 maart besloten Gedeputeerde Staten van Groningen onverwacht de gemeente Haren te dwingen om deel te nemen aan open overleg met de gemeenten Groningen en Ten Boer onder leiding van de provincie. Dit overleg is gericht op een fusie van deze drie gemeenten. Het eerste gesprek was op 8 april.

Gisteren heeft het Burgercomité herindeling Haren een kritische reactie op dit besluit van GS gestuurd naar Provinciale Staten van Groningen. Vanmiddag spreekt het burgercomité ook in bij de Statencommissie Bestuur, Financiën en Veiligheid.

Volgens het burgercomité is het besluit op diverse punten in strijd met de Wet algemene regels herindeling en de beginselen van behoorlijk bestuur. Bovendien staat het op gespannen voet met het Collegeakkoord provincie Groningen 2015-2019. Daarin zegt het nieuwe college van Gedeputeerde Staten dat het herindeling niet aan gemeenten zal opleggen. Door toch in te grijpen, is het vertrouwen van de inwoners van Haren en andere gemeenten in de provincie ernstig geschaad. Dat GS de uitslag van de burgerraadpleging en de gemeenteraadsverkiezing op 19 maart 2014 ten onrechte totaal negeren, vindt het burgercomité ook heel ernstig. Herindeling tegen de wil van de inwoners is gedoemd te mislukken.

Daarom dringt het burgercomité aan op intrekking van het besluit van 30 maart. Beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald. Want de prijs van dwalen is hoog!

Tot slot pleit het burgercomité voor een herijking van het provinciale herindelingsbeleid. De weer¬standen in o.a. Haren, Noord-Groningen en Westerwolde wijzen erop dat er wel wat schort aan het ‘blauwdruk-denken’ in het rapport ‘Grenzeloos gunnen’ uit 2013. Er is behoefte aan oplossingen op maat. Ook zonder gemeenten op te heffen kunnen vaak de nodige verbeteringen worden bereikt. Twee recente rapporten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken laten zien dat het anders kan én anders moet. Den Haag is daar inmiddels achter, nu de provincie Groningen nog.

Wat vooraf ging
De gemeenteraad van Haren besloot op 14 december 2015 de zelfstandigheid van de gemeente te continueren. Dit besluit doet recht aan de duidelijke uitspraak van de inwoners van Haren op 19 maart 2014 dat de gemeente Haren niet moet fuseren met de gemeenten Groningen en Ten Boer. Na dit besluit heeft het bureau B&A in opdracht van de gemeente en de provincie Groningen onderzocht welke tekortkomingen moeten worden opgelost om als zelfstandige gemeente door te kunnen gaan. Begin maart 2016 hebben de gemeente en de provincie een afspraak gemaakt over hoe de geconstateerde knelpunten zouden moeten worden aangepakt. De raad van Haren heeft op 7 april j.l. unaniem hiermee ingestemd.

BRIEF

In een zeer lange brief werpt het Burgercomité Haren, bij monde van haar woordvoerder Gustaaf Biezeveld, haar licht op de recente ontwikkelingen. De brief treft u hieronder aan.

Betreft: Reactie op besluit van GS van Groningen Haren, 12 april 2016
d.d. 30 maart 2016 ex art. 8 Wet Arhi
(Haren, Groningen, Ten Boer)

Geachte leden van Provinciale Staten van Groningen,
Met het oog op de vergaderingen van de Statencommissie Bestuur, Financiën en Veiligheid op 13 april a.s.
en van Provinciale Staten op 20 april a.s. stuurt het Burgercomité herindeling Haren U onderstaande reactie op
het besluit van het college van Gedeputeerde Staten d.d. 30 maart 2016 tot toepassing van artikel 8 Wet
algemene regels herindeling met betrekking tot de gemeenten Haren, Groningen en Ten Boer.
Een afschrift van onze reactie wordt gestuurd naar het college van Gedeputeerde Staten.
Verzoek
In het belang van de inwoners van Haren doen wij met klem een dringend verzoek op de Provinciale Staten om bij
Gedeputeerde Staten te bepleiten dat:
1) Het besluit van 30 maart wordt ingetrokken (om de hieronder genoemde redenen); geen vervangend besluit.
2) Het gemeentebestuur van Haren alsnog voor het maken van een plan voor het aanpakken van de 6, door B&A
benoemde tekortkomingen voor zelfstandigheid dezelfde termijn krijgt als voor het open gesprek met
Groningen en Ten Boer: maximaal 6 maanden. Dit met het oog op een zorgvuldige afweging van de beide
varianten (zelfstandig de knelpunten aanpakken of samen met de gemeenten Groningen en Ten Boer) tegen
de vraag wat het beste is voor de inwoners van Haren.
3) De duidelijke uitspraak van de inwoners van Haren op 19 maart 2014 niet wordt genegeerd of gerelativeerd.
4) Het provinciale herindelingsbeleid, zoals neergelegd in de Visie op de bestuurlijke organisatie in Groningen
(2 juli 2013), waarvoor Grenzeloos gunnen de basis vormt, wordt herijkt in het licht van de sindsdien binnen
de provincie Groningen opgedane ervaringen en bereikte resultaten en de sindsdien door BZK uitgebrachte
onderzoeksrapporten, waaronder in elk geval Verborgen krachten. Over de bestuurskracht van vijf typen
gemeenten (2014) en Maak verschil. Inspelen op regionaal-economische opgaven (maart 2016).
Het besluit van GS van 30 maart 2016
Dit besluit is volgens ons in strijd met de wet en de beginselen van behoorlijk bestuur. Bovendien staat het op
gespannen voet met het Collegeakkoord provincie Groningen 2015-2019 en de daarin gewekte verwachtingen.
Ter onderbouwing van dit standpunt voeren wij de volgende feiten en omstandigheden aan.
Feiten en omstandigheden
A. In het Collegeakkoord staat o.a. het volgende:
“De opstelling van de provincie is [bij gemeentelijke herindeling] niet die van een bovenliggende partij die de
aanwijzingen uitdeelt. Maar van een partner die zichtbaar, betrokken en met vertrouwen tussen de Groninger
gemeenten staat en als procesbegeleider kijkt naar het regionaal belang. Ons uitgangspunt is dat de
herindeling niet wordt opgelegd, we ondersteunen de initiatieven die gemeenten aandragen. We zien voor
2
ons een stimulerende rol, maar de gemeenten bepalen zelf het proces van herindeling. Wij faciliteren,
ondersteunen en bevorderen met als doel het tot stand komen van gemeenten met voldoende toekomst
bestendige bestuurskracht.”
B. Gedeputeerde Staten kunnen onder bepaalde omstandigheden zelf een Arhi-procedure starten. In het
Beleidskader gemeentelijke herindeling (28 mei 2013, p. 3, 4) worden twee omstandigheden genoemd:
a. Jarenlang voortdurende herindelingsdiscussies tussen gemeenten zonder reëel zicht op een bevredigende
uitkomst;
b. Urgente problemen die alleen kunnen worden opgelost met een herindeling.
Van geen van beide is in dit geval sprake. In het besluit worden zij ook niet genoemd.
Opmerking: Het is daarom niet goed te begrijpen dat de provincie dit instrument heeft ingezet. Met o.a. als
rechtsgevolg dat de besprekingen tussen Ten Boer en Groningen volkomen onverwacht worden doorkruist.
Of was misschien de werkelijke reden dat alleen door Haren te dwingen snel deel te nemen aan de fusiebesprekingen
van Groningen en Ten Boer de mogelijkheid open kon worden gehouden dat niet alleen Ten Boer,
maar ook Haren op zal gaan in de gemeente Groningen op 1 januari 2019 (de door Groningen en Ten Boer
beoogde datum)? In dat geval is sprake van een motiveringsgebrek, want die reden staat niet in het besluit.
Daar komt bij dat dit geen omstandigheid is die toepassing van art. 8 Wet Arhi rechtvaardigt. De door
Groningen en Ten Boer gewenste fusie van beide gemeenten per 1 januari 2019 kan probleemloos worden
gerealiseerd zonder Haren.
C. De gemeenteraad van Groningen heeft tussen 2 juli 2013 (brief GS aan de gemeenten n.a.v. rapport
Grenzeloos gunnen en 30 maart 2016 geen besluit genomen over de wenselijkheid van een fusie met Haren.
Opmerking: dit past bij het algemene beeld dat een eventuele fusie in de Stad niet echt leeft. Van een
maatschappelijk draagvlak voor zo’n fusie is tot nu toe niet gebleken.
D. Op 15 maart 2015 laten GS aan het college van Haren weten, ter bevestiging van een mondelinge afspraak
tussen de gedeputeerde en dat college, dat de uitkomst van het rapport Verkenning zelfstandigheid
gemeente Haren van bureau B&A het nodig maakt dat de gemeente op korte termijn de mogelijke
oplossingsrichtingen voor de geconstateerde knelpunten nader gaat onderzoeken. De gemeente krijgt
hiervoor tot 1 juni a.s. de tijd.
Tevens geven zij het college van Haren het dringende advies “in de komende maanden” intensief het gesprek
aan te gaan met de gemeenten Groningen en Ten Boer en gezamenlijk te onderzoeken “op welke wijze u
oplossingen kunt vinden voor de geconstateerde knelpunten”. Dat het college van Haren dit wil doen vanuit
de invalshoek van zelfstandigheid, wordt door GS geaccepteerd.
GS voegen hieraan toe: “Daarna kunt u dan de beide varianten (zelfstandig de knelpunten aanpakken of
samen met de gemeenten Groningen en Ten Boer) afwegen tegen de vraag waar u uw inwoners het beste
mee dient.”
Opmerking: Vanuit provinciaal perspectief is het aan Haren bieden van de mogelijkheid tot een tweesporenaanpak
begrijpelijk. Minder goed is te begrijpen waarom voor het eerste spoor (= opstellen van plan
van aanpak voor oplossen van 6 tekortkomingen voor zelfstandigheid) slechts 2,5 maand wordt uitgetrokken
(erg kort!), terwijl voor het tweede spoor (= bestuurlijk overleg met Groningen en Ten Boer onder leiding van
de provincie) geen termijn wordt gesteld, maar de wet spreekt over ‘ten hoogste zes maanden’. Een gelijke
termijn voor beide sporen zou meer voor de hand hebben gelegen, nu GS zelf aangeven “Daarna kunt u dan
beide varianten (…) afwegen.” Zie ook G.
E. Twee weken later, op 30 maart, besluiten GS tot het starten van een Arhi-procedure om te komen tot
herindeling van de gemeenten Haren, Groningen en Ten Boer. Met als wettelijke consequentie dat de raden
van deze gemeenten niet langer zelf mogen beslissen over de bestuurlijke toekomst van hun gemeente. Dit in
tegenstelling tot de voorkeur van het kabinet voor herindelingsadviezen die van de gemeenten zelf vandaan
komen (‘van onderop’, op basis van artikel 5).
3
Opmerking:
Bij de beoordeling van het provinciale herindelingsadvies zal voor het kabinet ‘draagvlak’ een zwaarwegend,
zo niet het zwaarste toetsingscriterium zijn, zoals uit het beleidskader gemeentelijke herindeling (p. 4) kan
worden opgemaakt. “Draagvlak voor een herindeling is belangrijk. Het streven moet zijn gericht op herindelingen
die op een zo groot mogelijk draagvlak kunnen rekenen. Het kabinet juicht voorstellen die op de steun
van alle betrokken gemeenten en (een meerderheid van) hun inwoners kunnen rekenen dan ook toe. (…) Het
kabinet zal de mate van draagvlak volgens dezelfde maatstaven beoordelen als in de voorgaande [beleids-]
kaders: lokaal bestuurlijk, maatschappelijk en regionaal.”
Het ingrijpen van GS is volkomen in strijd met de volgende passage in hun brief aan de Raad van Haren d.d. 3
december 2015. “Ons uitgangspunt is dat gemeentelijke herindeling niet wordt opgelegd. Dit betekent dat
ons college niet eigenstandig gebruik zal maken van zijn bevoegdheid om herindelingsvoorstellen te doen, als
daarvoor geen draagvlak bij de betrokken gemeenten bestaat. Wij geven de gemeenten nadrukkelijk de
ruimte om hun eigen verantwoordelijkheid in deze te nemen en die in te vullen.”
Zoals bekend, bestaat er bij de gemeente Haren geen draagvlak voor een herindeling met Groningen/Ten
Boer.
F. Voor de inzet van dit zware middel, zo kort na de afspraak over de aanpak, wordt als reden gegeven dat “wij
op 24 maart mondeling hebben vernomen dat het college van Haren [wel had besloten te gaan praten met
Groningen en Ten Boer], maar dit niet in het raadsdebat heeft gemeld en dit ook geen onderdeel van het
debat heeft uitgemaakt en evenmin onderdeel uitmaakt van het op 29 maart door de gemeenteraad van
Haren vastgesteld besluit.”
Opmerking: GS gaan helemaal voorbij aan het feit dat zij zelf het college van Haren hadden opgeroepen om,
in het kader van het maken van een plan van aanpak, te gaan praten met beide gemeenten en dat de raadscommissie
op 21 maart aan het college van Haren groen licht heeft gegeven om tegen de achtergrond van de
keuze voor zelfstandigheid te gaan praten met Groningen/Ten Boer en andere omliggende gemeenten.
G. Het besluit van 30 maart laat de afspraak, zoals verwoord in de brief van 15 maart, voor het overige intact.
Derhalve worden de twee sporen bewandeld en kan het college van Haren beide varianten (zelfstandig de
knelpunten aanpakken of samen met de gemeenten Groningen en Ten Boer) afwegen tegen de vraag wat het
beste is voor de inwoners van Haren.
Op 7 april heeft de raad van Haren unaniem besloten dat wordt deelgenomen aan het open overleg met de
gemeenten Groningen en Ten Boer onder leiding van de provincie, parallel aan het eerste spoor (voorbereiding
plan van aanpak). In dezelfde vergadering heeft de raad van Haren unaniem ingestemd met het
projectplan ‘Beterr Haren’, bestaande uit zes deelprojecten: 1) toekomstvisie, 2) financieel toekomstbestendig,
3) burgerparticipatie, 4) bestuurskracht, ambtelijke organisatie en 6) regionale samenwerking. Dit
moet resulteren in een plan van aanpak voor het oplossen van het zestal tekortkomingen voor zelfstandigheid,
dat door B&A is benoemd (par. 8.3 Verkenning zelfstandigheid gemeente Haren).
Opmerking: Nu GS Haren hebben verplicht tot deelname aan het open overleg, waarvoor in artikel 8 Wet Arhi
een termijn staat van ten hoogste 6 maanden, is er alle reden om ook voor het eerste spoor aan Haren een
termijn van ten hoogste 6 maanden te geven.
H. Het besluit wekt op z’n minst de schijn innerlijk tegenstrijdig te zijn, doordat het enerzijds erop is gericht dat
de raden van Haren, Groningen en Ten Boer niet meer gaat over de bestuurlijke toekomst van hun gemeente
en anderzijds ruimte laat aan de raad en het college van Haren tot het volgen van twee sporen en het maken
van een afweging tussen beide varianten (zelfstandigheid of herindeling met Groningen/Ten Boer).
I. In de brief van 15 maart en in het besluit van 30 maart wordt volledig voorbijgegaan aan de uitslag van de
burgerraadpleging in Haren op 19 maart 2014. Bij een opkomst van 74,5 % is met ruim 74,1% van de geldig
uitgebrachte stemmen een fusie van Haren met Groningen/Ten Boer afgewezen (bijlage 1 bij deze reactie).
Opmerking: U zult zich kunnen indenken hoeveel zienswijzen er uit Haren tegen het door de provincie
beoogde herindelingsontwerp zullen worden ingebracht en welke indruk dat in Den Haag zal maken.
4
J. GS nemen, blijkens de brief van 15 maart en het besluit van 30 maart, het B&A-rapport zonder meer als
grondslag voor hun beleid.
Opmerking:
Bij dit rapport zijn de nodige kritische kanttekeningen te plaatsen (zie bijlage 2 bij deze reactie) en vragen te
stellen.
 Is het GS niet opgevallen dat het rapport van B&A ernstige gebreken vertoont? Is er wel een kritische
contra-expertise op het rapport van B&A uitgevoerd? Op zijn minst zou het voor de hand hebben gelegen
dat door GS de kritiek die in de raadscommissie op 21 maart door de fractie van D66 en andere fracties
op het rapport werd uitgeoefend, zou worden meegenomen en expliciet meegewogen in de redengeving
van hun besluitvorming.
 Is er eigenlijk wel aan drie onderzoeksbureaus een offerte gevraagd? De indruk dient beslist te worden
weggenomen dat hier sprake is geweest van een strategisch gebruik via opdrachtonderzoek.
 Zijn bij de opdrachtverlening tot dit onderzoek leden van de Provinciale Staten en van de gemeenteraad
van Haren betrokken?
 Op een bestuursorgaan rust gelet op de Awb de plicht om een ingewonnen advies kritisch te beoordelen
voordat het tot grondslag wordt gemaakt van een ingrijpende beslissing. Twee vragen:
– Hebben GS zich na lezing niet afgevraagd hoe de bevindingen van de onderzoekers zich verhouden tot
de situatie in hetzelfde type gemeenten in het land? I.c. had een vergelijking moeten worden gemaakt
met andere relatief welvarende randgemeenten die ten opzichte van een nabij gelegen forse
hoofdkern een forensenfunctie vervullen en zelf geen centrumfuncties aanbieden (behorend tot type:
welvarende, minderkernige gemeenten zonder centrumfunctie, zie Verborgen krachten. Over de
bestuurskracht van vijf typen gemeenten (BZK, 2014), p. 28. Dus met gemeenten als Blaricum,
Landsmeer, Naarden, Laren, Son en Breugel, Schinnen en Wassenaar.
– Hebben GS zich serieus verdiept in de vraag of een fusie met Groningen (dat zoals bekend grote
problemen heeft, niet alleen op financieel vlak) reëel uitzicht biedt op een oplossing van de 6
geconstateerde tekortkomingen in Haren zonder dat de sterke punten van Haren verloren gaan?
Zoals dat de burgers in het algemeen zich betrokken voelen bij en tevreden zijn over hun gemeentebestuur,
de burgerkracht potentieel groot is, decentralisaties/ bezuinigingen in het sociale domein in
Haren goed zijn verwerkt en de schuld daalt, mede dankzij de aantrekkende bouwactiviteiten (net als
bij veel andere gemeenten is de schuldenlast in Haren in belangrijke mate veroorzaakt door verliezen
van het grondbedrijf ten gevolge van de economische crisis).
K. Uit het besluit van 30 maart blijkt niet dat GS zich ten volle de consequenties ervan hebben gerealiseerd en
afgewogen. Want laten we eerlijk zijn, niet alleen wordt de goed lopende besluitvorming krachten artikel 5
Arhi tussen Groningen en Ten Boer volkomen onnodig lam gelegd en overgenomen door de provincie; met
het risico dat de door deze gemeenten beoogde herindelingstermijn van 1-1-2019 straks niet meer zal kunnen
worden gehaald. Ook de politiek-bestuurlijk verhoudingen in de gemeente Haren en tussen de provincie en
het bestuur van Haren en daarmee ook de inwoners, worden verstoord. Bezien vanuit de provinciale
verantwoordelijkheid voor goed lokaal bestuur is dit onbegrijpelijk. Eerder heeft de provincie, i.c. de
Commissaris van de Koning, al de gemeente Haren geblokkeerd in het streven om weer een vaste, eigen
burgemeester te krijgen, die zich ten volle kan en wil inzetten voor het belang van de burgers van Haren en
het verbeteren van de verhoudingen binnen de raad en tussen de raad en het college van Haren.
Door de duidelijke volksuitspraak in maart 2014 bij de gemeenteraadsverkiezingen en de burgerraadpleging
te negeren, doen GS feitelijk een oproep aan de volksvertegenwoordigers van Haren om het door de burgers
aan hen gegeven mandaat te doorbreken. Dit is geen bijdrage aan goed en zorgvuldig bestuur, waarvoor het
provinciebestuur zich blijkens het Provinciale Collegeakkoord juist sterk wil maken. Betrouwbaar bestuur
begint met het respect voor de duidelijke uitspraken van de bevolking.
5
Conclusies
 De wijze en het moment waarop en het doel waarvoor art. 8 Wet arhi is toegepast, zijn naar letter en geest in
strijd met de wet. Van de in het Beleidskader gemeentelijke herindeling (p. 3, 4) genoemde omstandigheden
die toepassing van art. 8 Wet Arhi rechtvaardigen, is in dit geval geen sprake; zij worden in het besluit terecht
niet aangevoerd.
 De in het besluit wel aangevoerde reden, namelijk dat het college van Haren de raad niet tijdig heeft geïnformeerd
over zijn besluit om deel te gaan nemen aan het gesprek tussen Groningen en Ten Boer, zoals door GS
bij brief van 15 maart 2016 dringend was geadviseerd, is geen omstandigheid die toepassing van art. 8 Wet
Arhi rechtvaardigt.
 Het heeft er alle schijn van dat het besluit is genomen voor een omstandigheid waarvoor art. 8 Wet Arhi niet
kan worden toegepast (‘détournement de pouvoir’).
 Doordat de motivering van het besluit die schijn niet wegneemt, voldoet het besluit niet aan de transparantie
die in het Collegeakkoord is beloofd, en de eis van deugdelijke motivering.
 Het zou heel opmerkelijk zijn als de werkelijke omstandigheid gelegen zou zijn bij de gemeente Groningen. De
raad van Groningen heeft tussen 2 juli 2013 en 30 maart 2016 niet besloten dat een fusie met Haren wenselijk
is. Van een maatschappelijk draagvlak in de Stad voor zo’n fusie is tot nu toe niet gebleken. Het idee leeft
niet echt in de Stad.
 Het besluit wekt op z’n minst de schijn innerlijk tegenstrijdig te zijn. Dit komt door de combinatie van het
door de provincie overnemen van de zeggenschap van de raden van Haren, Groningen en Ten Boer over de
bestuurlijke toekomst van hun gemeente en het laten van ruimte aan de raad en het college van Haren om
via twee sporen te werken aan behoud van zelfstandigheid en het maken van een afweging tussen de
uitkomsten van beide sporen in het belang van de inwoners van Haren. Of die combinatie verenigbaar is met
de gekozen grondslag (art. 8 Wet Arhi) kan worden betwijfeld.
 Voorts is de handelwijze van het college van GS, in het bijzonder de onverhoedse wijze waarop de raad van
Haren en de inwoners op 30 maart buitenspel zijn gezet, niet in overeenstemming met de passages over de
bestuursstijl en de opstelling van het college van GS in het Collegeakkoord (p. 1, 2). Deze schending van
vertrouwen en verwachtingen die dit akkoord bij gemeenten en inwoners heeft gewekt, is niet gemotiveerd.
 Het besluit van 30 maart is bovendien strijdig met de brief van GS aan de Raad van Haren d.d. 3 december
2015, waarin met zoveel woorden staat dat “ons college niet eigenstandig gebruik zal maken van zijn
bevoegdheid om herindelingsvoorstellen te doen, als daarvoor geen draagvlak bij de betrokken gemeenten
bestaat. Wij geven de gemeenten nadrukkelijk de ruimte om hun eigen verantwoordelijkheid in deze te
nemen en die in te vullen.”
 Onduidelijk is waar deze haastige spoed vandaan komt. Herindelingsprocessen behoren in het teken te staan
van zorgvuldigheid. Een herindeling wordt immers nooit meer ongedaan gemaakt. Van de provincie mag als
hoeder van de interbestuurlijke verhoudingen worden verwacht dat zorgvuldigheid en diplomatiek handelen
de voorrang krijgen boven ongeduld en onvoorspelbaar gedrag. Onvoorspelbaar handelen is geen bijdrage
aan goede bestuurlijke verhoudingen. In het Collegeakkoord zijn hierover behartenswaardige dingen gezegd.
Het is altijd belangrijk in de politiek om de daden in overeenstemming te doen zijn met hetgeen in het
openbaar werd aangekondigd. Ingrijpen twee weken na de brief van 15 maart past hierbij niet.
 Bij het nemen van hun besluit hebben GS volledig de uitkomsten genegeerd van de gemeenteraadsverkiezing
en de burgerraadpleging in Haren (19 maart 2014) en daarmee het bij herindeling zwaar wegende criterium
‘draagvlak’ bij de bevolking. Bij de uitspraak van de inwoners past de keuze van de raad voor de zelfstandigheid
wel, gedwongen aansluiting bij Groningen niet.
 GS doen er verstandig aan het besluit van 30 maart in te trekken en zo de ongewenste gevolgen ervan
ongedaan te maken, dan wel te voorkomen. Het oogmerk dat Haren in gesprek gaat met Groningen en Ten
Boer, is bereikt. Een vervangend besluit is niet nodig en niet gewenst. Er is geen reden om aan te nemen dat
6
de raad en het college van Haren zullen terugkomen op hun instemming met het volgen van de door GS
gewenste twee sporen.
 De burgers van Haren hebben er ook recht op dat het besluit wordt ingetrokken, gezien de uitkomst van de
gemeenteraadsverkiezing en de burgerraadpleging in maart 2014 en de in het Collegeakkoord gewekte
verwachtingen.
 Voor een zorgvuldige afweging van de beide varianten (zelfstandig de knelpunten aanpakken of samen met
de gemeenten Groningen en Ten Boer) tegen de vraag wat het beste is voor de inwoners van Haren, is het
zeer gewenst dat door GS alsnog voor beide sporen een gelijke termijn wordt gesteld: ten hoogste 6
maanden.
Herindelingsbeleid toe aan herijking
Wij kunnen ons niet aan de indruk onttrekken dat het bestuurlijke en het maatschappelijke draagvlak voor de
voorstellen van de Commissie Jansen, zoals die door de provincie in juli 2013 zijn overgenomen door de provincie,
in de afgelopen jaren eerder zijn afgenomen dan toegenomen. Niet alleen in Haren, maar ook elders in de
provincie is er openlijke of niet-openlijke weerstand, zoals recent tot uiting gekomen in Noord-Groningen. Dit
doet vermoeden dat de analyse en gekozen oplossingsrichting in Grenzeloos gunnen, die in overheersende mate
zijn gebaseerd op het begrip ‘bestuurskracht’, onvoldoende overtuigend zijn en/of onvoldoende recht doen aan
de werkelijkheid zoals die door bestuurders en burgers wordt ervaren. Bovendien zijn zij inmiddels achterhaald
door nieuwe inzichten.
In dit vermoeden voelen wij ons gesteund na kennisneming van twee belangrijke rapporten die het ministerie van
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft uitgebracht.
De centrale boodschap van de schrijvers van het eerste rapport, Verborgen krachten. Over de bestuurskracht van
vijf typen gemeenten (2014), luidt: “In het bestuurlijk debat over bestuurskracht wordt vaak gesproken in termen
van harde indicatoren zoals euro’s, inwoners en hectares. Naast deze harde cijfers zijn er echter ook zachtere
waarden die van belang zijn voor het vinden van een goede balans tussen taakzwaarte en hulpbronnen. Tot die
zachtere, soms moeilijk meetbare, hulpbronnen behoren volgens ons: burgerkracht, politieke betrokkenheid, het
vermogen om samen te werken, en ook het vermogen om het beleid uit te leggen en te verantwoorden.
Aan ons als onderzoekers werd gevraagd om een bruikbare typologie van gemeenten te ontwikkelen die kan
worden gebruikt om verschillen in bestuurskracht op het spoor te komen. Terugkijkend kan worden gesteld dat
het de moeite waard is om de categorie centrumgemeenten apart te onderscheiden van de gemeenten zonder
centrumfunctie. Binnen de categorie centrumgemeenten maakt het een groot verschil of deze centrumgemeente
wordt bewoond door een welvarende dan wel door een minder welvarende bevolking. Een welvarende bevolking
betekent een lagere taakzwaarte. Opvallend is daarnaast dat de welvarende centrumgemeenten meer
samenwerkingsrelaties aangaan met buurgemeenten.
Kijken we naar de gemeenten zonder centrumfunctie dan zien we opnieuw grote verschillen tussen de typen.
Meerkernigheid plaatst gemeenten zonder centrumfunctie voor een specifiek probleem. Soms resulteert deze
meerkernigheid in rivaliteit tussen grotere kernen binnen de gemeenten en lokale lijsten die in een van deze
kernen hun uitvalsbasis kiezen. Het voeren van integraal, gemeentebreed beleid kan daardoor moelijker worden.
Ook zien we dat meerkernige (streek)gemeenten meer dan voorheen een actief kernenbeleid voeren.
Meerkernige gemeenten kampen met een lagere politieke betrokkenheid en dienen voorzieningen te bekostigen
in een veelheid van kernen.
Ook bij deze gemeenten zonder centrumfunctie is de economische dimensie van onderscheidende betekenis. De
minder welvarende, meerkernige (streek)gemeente in de perifere delen van ons land heeft een gemiddelde
taakzwaarte (en soms ook bovengemiddelde taakzwaarte) maar een benedengemiddelde optelsom van
hulpbronnen. Een punt van aandacht, zeker met de drie decentralisaties in het verschiet. Wat dat betreft is de
7
positie van de welvarende, minderkernige (rand)gemeenten zonder centrumfunctie in het economisch centrum
van ons land het meest gunstig.
Vaak blijven deze verschillen in bestuurskracht onbenoemd en verborgen. We hopen met dit rapport hierin een
begin van verandering te hebben kunnen brengen.” (p. 64/65).
De centrale boodschap van de schrijvers van het tweede rapport Maak verschil. Inspelen op regionaaleconomische
opgaven (maart 2016) luidt: “De aanbevelingen richten zich op de versterking van het bestuurlijk
vermogen in regionaal verband. Dit volgt uit de analyse: indien de economische kansen zich voordoen op een
andere schaal dan onze formele bestuurlijke inrichting, maar nieuwe `blauwdrukken’ [bedoeld is: gemeentelijke
schaalvergroting] in de 21e eeuw van netwerken en supersnelheid van ontwikkelingen geen antwoord kunnen
zijn, dan moet de overbrugging worden gevonden in oer-Nederlands verenigd samenwerken: met veel ruimte
voor verscheidenheid en met beduidend minder ruimte voor vrijblijvendheid. Dat vraagt van de regering en het
parlement dat richting wordt gegeven en tegelijkertijd voldoende ruimte wordt gelaten aan de medeoverheden
daar invulling aan te geven.” (p. 9)
Met andere woorden: de opstellers, waaronder de Secretaris-Generaal van BZK roepen op tot herwaardering en
stimulering van nauwe interbestuurlijke samenwerking op basis van een gedragen interbestuurlijk kader in de
vorm van programma’s voor economisch regionaal-bestuurlijk opgaven als mogelijk beter alternatief voor
regionale ontwikkeling dan gemeentelijke herindeling. Voor regio’s als de Regio Groningen-Assen, het Eemsmondgebied
en Oost-Groningen/de Groningse en Drentse Veenkoloniën is dit een uiterst relevant pleidooi.
Haren, 12 april 2016
Namens het Burgercomité herindeling Haren,
Gustaaf Biezeveld, woordvoerder

3 reacties

peter zegt:

Namens wie spreekt het “het Burgercomité herindeling Haren” eigenlijk?

Harm Jan Verweij zegt:

Ik heb de gehele inspraakreactie gelezen en kreeg gaandeweg het idee dat het niet zozeer een inspraakreactie is van het burgercomité bij een zitting van een Statencommissie, ik kreeg de indruk dat het een juridisch pleidooi was voor de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Het bestuursrecht is mijn sterkste kant niet maar de bestuursrechtelijke argumenten komen goed onderbouwd over. Ikzelf heb geen contacten met het burgercomité maar als het betoog dat ik zojuist gelezen heb inderdaad een vingeroefening is voor een eventuele bestuursrechtelijke procedure tegen het besluit van 30 maart dan is het College van GS gewaarschuwd. Niet alleen zou de provincie gecorrigeerd kunnen worden door de Raad van State, de kans dat een eventuele fusie van Haren, Groningen en Ten Boer gerealiseerd zou kunnen worden met ingang van 1 januari 2019 zou er in ieder geval niet groter op worden.

Ik vind het trouwens iedere keer vreemd om te lezen dat de provincie zich op het standpunt stelt dat de door haar gewenste gemeentelijke fusies van onderop tot stand moeten komen. Het rapport Grenzeloos Gunnen was formeel een serie adviezen door de visitatiecommissie ‘Bestuurlijke Toekomst Groningen’ maar zo wordt de politiek vaak gespeeld. Ikzelf heb het rapport altijd beschouwd als een opdracht van de provincie aan de gemeenten in Groningen en het was meedoen of op termijn de fatale gevolgen ondervinden van het niet meegedaan hebben. Bovendien had de commissie/provincie enkele belangrijke gebiedsoverdrachten van de ene gemeentelijke cluster naar de andere opgenomen in het rapport en adviseerde het rapport dat de provincie de rol van procesregisseur op zich zou nemen en dit doet de provincie ook. Dan stel ik me toch iets anders voor bij een gemeentelijke herindeling van onderop.

Mevrouw de Wit zegt:

In ieder geval namens mij!

Wilt u reageren?




Wij plaatsen alleen inhoudelijke reacties. Reacties met voornamelijk slogans en kreten worden niet gepubliceerd.