Preek Online: Ds. Marja de Jager – 25 maart 2012
Met regelmaat zullen wij op maandagen de preek van ds. Marja de Jager van de Gorechtkerk (gereformeerde gemeente te Haren) online zetten. We denken hiermee mensen een genoegen te doen die niet in de kerk komen, maar wel belangstelling hebben voor het christelijk geloof. U ziet eerst welke lezingen centraal stonden, daarna de integrale tekst van de preek. Wilt u reageren op dit initiatief? Mail dan aan: redactie@harendekrant.nl
Lezingen zondag 25 maart 2012 in de Gorechtkerk te Haren. Voorganger: Ds. M. de Jager
Uit het Oude Testament: Ezechiël 33: 10-20
Uit het Nieuwe Testament: Johannes 8:31-43
Inleiding op de lezingen:
In deze veertigdagen vóór Pasen lezen we uit het boek Ezechiël. Het boek is genoemd naar een profeet van priesterlijke afkomst die in de jaren 593-571 v. Chr. werkzaam was in Babylon. De historische achtergrond wordt gevormd door de zgn. Babylonische ballingschap. Dat is de periode waarin de bovenlaag van de Judese bevolking als ballingen in Babylonië verbleef, na de inname en verwoesting van Jeruzalem door de Babyloniërs onder koning Nebudkadnessar in 597 en 586 v. Chr. Het centrale thema van Ezechiël is de ondergang en het herstel van Israël en Juda.
Het evangelie naar Johannes leert ons Jezus kennen als het Woord, het licht, de enige Zoon, de profeet, de van God gekomen leraar, de Heer, de weg, de waarheid en het leven. Johannes benadrukt Jezus’ nauwe band met de Vader. Jezus is in spreken en handelen één met God.
Gemeente van onze Here, Jezus Christus,
Ik ben lid van een exegese groep. Zo vaak als ik kan, ga ik er naar toe. We lezen dan de Bijbelteksten voor de komende zondag in de grondtekst en we praten erover. Meestal lezen we het Grieks van het Nieuwe Testament. Dat gaat ons redelijk tot goed af. Maar nu Ezechiël op het rooster staat, lezen we de teksten voor de zondag in het Hebreeuws. Afgelopen donderdag was het weer zover. We waren met een klein clubje en elk van ons las om de beurt – zo goed en kwaad dat ging – een vers hardop voor. We vinden het Hebreeuws lastig, zeker als je zelf aan de beurt bent. Als stille meelezer heb je het wat gemakkelijker. Dan heb je vaak al eerder dan de voorlezer gezien hoe het woord moet worden uitgesproken. Zo ook deze keer. Een collega las voor- en hoe ik ook worstel als ik zelf aan de beurt ben – meelezend met haar rolden de woorden als het ware uit mijn mond. Ik heb dat in de groep gezegd: ‘Dat het heel wat gemakkelijker is voor een ander te weten hoe het moet dan voor jezelf’. Iedereen herkende zich hierin. Eén collega merkte op: ‘gebruik dit gegeven als inleiding voor je preek’. ‘Maar’…voegde ze eraan toe: ‘ik heb gemakkelijk praten, ik ben zondag vrij, en altijd als ik zelf niet hoef te preken komt er van alles bij me op, voor anderen….’
Voor een ander denken en spreken, te weten wat goed of slecht voor hem is, is vaak gemakkelijker dan voor jezelf. ‘Zou ik niet doen’ of ‘dat kun je niet maken’ of als ‘ik jou was, dán wist ik het wel’, is zomaar gezegd. Maar te weten wat goed is voor jezelf, welke afwegingen en keuzes jij zult maken, welke weg jij zult gaan, hoe eerlijk je naar jezelf durft en kunt kijken, is vaak veel moeilijker. Helemaal als je daar ook nog aanspreekbaar op bent. We lazen hoe Ezechiël, in Gods Naam, het volk aanspreekt op haar eigen verantwoordelijkheid. En ook Jezus wijst de Joden die bij hem komen op hun eigen daden van rechtvaardigheid. Deze twee gaan samen: zelfonderzoek, nadenken over je eigen spreken en handelen en hierop aanspreekbaar willen zijn. In de Bijbel heet dit ‘aanspreekbaar-zijn’:’oordelen’. ‘Oordelen’ heeft bij ons vaak een negatieve klank. We denken dan gelijk aan veroordelen, iemand schuldig verklaren. In een eerlijke rechtszaak is dit geoorloofd. Maar wanneer dit zonder goede reden of aanleiding gebeurt, voelt de veroordeelde zich in een hoek geduwd, monddood gemaakt. Elke vorm van dialoog ontbreekt dan.
Laatst las ik een artikel. Het ging over moeders die elkaar veroordelen. Ze doen dit over van alles. Andere moeders geven te lang of te kort borstvoeding, ze laten hun kinderen te veel of te weinig op de computer, ze krijgen de schuld van hun kinds overgewicht en ze worden veroordeeld omdat hun kind zich slecht gedraagt. Ook hieruit blijkt maar weer dat het gemakkelijker is voor een ánder te weten hoe het wel en niet moet dan voor jezelf. Want uit datzelfde artikel bleek ook dat moeders elkaar vaak veroordelen uit eigen onzekerheid. Door anderen af te breken, lijk je het zelf beter te doen en voel je je ook beter. Het bijbelse oordelen daagt uit tot hoor en wederhoor, tot stem en tegenstem. Het is de manier waarop God oordeelt. Het volk Israël leeft in Ballingschap, ver weg van Jeruzalem, haar godsdienstig centrum. Vergeten zijn de tien geboden die God gegeven had. Mensen verrijken zich ten koste van anderen, roven, plegen ontucht, ze buiten uit, begaan onrecht, dienen afgoden. God ziet met lede ogen aan hoe zijn volk alle menselijkheid op het spel zet. Daarom roept Hij profeet Ezechiël op, om namens Hem, het volk aan te spreken op haar verderfelijk gedrag. Daarop horen we horen hoe het volk tot besef komt van wat ze aan het doen is: Onze misdaden en zonden worden ons aangerekend en wij gaan eraan te gronde – hoe kunnen we dan nog blijven leven? Het volk erkent haar zonde, maar ziet geen weg uit de zonde. De vraag rijst: Hoe zouden wij leven? Het denken van de ballingen wordt bepaald door schuldgevoelens en doemdenken. Alles ziet er somber uit, er is niets meer te redden. Wat overblijft is duisternis en dood. God immers zal hun zonden zwaar straffen. Maar zij rekenen buiten de waard. Zo waar ik leef- spreekt God, de Heer – de dood van een slecht mens geeft me geen vreugde, ik wil dat hij een andere weg inslaat en in leven blijft. Kom toch terug van de heilloze weg die jullie zijn ingeslagen, keer om!
Keer om en je zult leven! Wij hebben sinds kort een ‘Tom-Tom’. Een ‘Garmin’ om precies te zijn, die wanneer je fout rijdt, dwingend opmerkt: keer om, bij de volgende straat keer om. ‘Herberekening’…Net zolang totdat je de goede weg weer gevonden hebt. Het lijkt op de manier waarop God mensen aanspreekt: Keer om, herberekening. Kom tot bezinning, tot inkeer en bereken opnieuw waar je staat in je leven. Breek je af of bouw je op? Zoek je recht of bega je onrecht? Heb je lief of laat je je leiden door haat? In het ‘keer je om’, klinkt de beoordeling over je eigen leven door: onderscheid maken tussen wat goed is en slecht, tussen recht en onrecht. Ook als je jezelf als een goed en rechtvaardig mens beschouwt. Immers, een mens is niet altijd, onder alle omstandigheden, goed. En ook een slecht mens kan iedere dag veranderen ten goede. Dat maakt de scheidslijn tussen rechtvaardig en onrechtvaardig, tussen goed en slecht, flinterdun. Een rechtvaardige kan zich bij een misstap niet beroepen op zijn goedheid uit het verleden. En zo is ook een onrechtvaardige geen gevangene van zijn slechtheid. De keuze voor het goede moet elke dag bevochten worden. Daarvoor waarschuwt God en spreekt hij ieder mens persoonlijk aan: geldt voor jou dat je op de goede weg bent of zul je omkeren, herberekenen en een andere weg inslaan? Dat is de weg van de geboden, de weg van liefde, trouw, gerechtigheid. Die weg ligt open voor iedereen: Rechtvaardige of onrechtvaardige. Het ‘keer je om’, ‘herberekening’, klinkt elke dag. Het houdt de rechtvaardige scherp en het biedt de onrechtvaardige kansen om het oude leven achter zich te laten en met een schone lei te beginnen. Gods oordeel zet mensen op de weg ten leven, op de weg van ware menselijkheid. Gods oordeel is genade. Hij geeft elk mens, iedere dag opnieuw, de kans zijn leven te vernieuwen. Dat is misschien wel het grootste geschenk van leven.
Toch is dit niet altijd even goed te begrijpen. Wij oordelen en veroordelen naar eigen maatstaven, zoals het volk Israël dat deed. Dit volk in ballingschap denkt zwart-wit. Eens een rechtvaardige, altijd een rechtvaardige, eens een zondaar altijd een zondaar. God straft de zondaar en daarmee houdt zijn leven op te bestaan. Het fatalisme druipt eraf. Het volk rekent niet met een God die ieder naar zijn en haar weg, recht zal doen. Dit is ook de houding van de joden die bij Jezus komen. Zij menen dat Jezus’ oproep aan mensen om zich te bekeren niet voor hen geldt. Zij zijn immers al rechtvaardig omdat ze kinderen van Abraham zijn en daardoor vanzelfsprekend kinderen van God. Het keer om, herberekening, hebben zij niet nodig. Ze zijn al vrij – zonder zonde – enkel en alleen door hun bloedband met aartsvader Abraham, de grote rechtvaardige. Die afstamming maakt hen onaantastbaar en staat garant voor een met God verzoend, leven. Jezus wijst hen op hun gebrek aan inzicht. Hoe gelovig ze ook zijn, zij hebben Gods woord – zoals dit klinkt in Ezechiël- niet begrepen. Zij weten precies voor anderen hoe die rechtvaardig moeten leven, zonder rekening te houden met een God die hen aanspreekt op hun eigen verantwoordelijkheid.
Jezus leert dat ieder mens kind van God is. Ieder mens die in Hem Gods stem hoort en die in zijn daden Gods waarheid ziet. Jezus volgen is Hem liefhebben en zijn stem horen die zegt: ‘keer om, herberekening’. Antwoorden op die stem, maakt vrij. Voor elke misstap worden tien nieuwe kansen geboden. En elke goede daad is een teken van liefde voor de Heer. Gods oordeel is genade. Zet ons in de vrijheid en maakt met ons een nieuwe begin.
Amen.

Ds. Marja de Jager werkt mee aan ons experiment Preek Online. Zij leverde op ons verzoek de tekst van haar preek op zondag 25 maart 2012 aan ter publicatie.
Geen reacties mogelijk