De krant die je leest van A tot Z
Zaterdag 25 Juli, 2026
Deze post is bekeken 151 keer.

maandag 02 april 2012

Nieuws:

Preek online: zondag 1 april 2012 Gorechtkerk te Haren

Door: Redactie

Met regelmaat zullen wij op maandagen de preek van ds. Marja de Jager van de Gorechtkerk (Gereformeerde Kerk  Haren) online zetten. We denken hiermee mensen een genoegen te doen die niet in de kerk komen, maar wel belangstelling hebben voor het christelijk geloof. U ziet eerst welke lezingen centraal stonden, daarna de integrale tekst van de preek. Wilt u reageren op dit initiatief? Mail dan aan: redactie@harendekrant.nl 

Palmzondag 2012                      Lezingen:

Uit het Oude Testament: Ezechiël 33: 21-33

Uit het Nieuwe Testament: Marcus 11:1-11

 

Inleiding op de lezingen:

In deze veertigdagen vóór Pasen lezen we uit het boek Ezechiël. Het boek is genoemd naar een profeet van priesterlijke afkomst die in de jaren 593-571 v. Chr. werkzaam was in Babylon. De historische achtergrond wordt gevormd door de zgn. Babylonische ballingschap. Dat is de periode waarin de bovenlaag van de Judese bevolking als ballingen in Babylonië verbleef, na de inname en verwoesting van Jeruzalem door de Babyloniërs onder koning Nebudkadnessar in 597 en 586 v. Chr. Het centrale thema van Ezechiël is de ondergang en het herstel van Israël en Juda.

Op Palmzondag wordt traditioneel gelezen van Jezus’ intocht in Jeruzalem. Jezus wordt koninklijk onthaald, maar gedraagt zich niet zoals we van een koning mogen verwachten.Wat is dit voor een koning?

Deze zondag lopen de kinderen na de preek met hun versierde palmpasenstokken zingend door de kerk. In de palmpasenstok zien we de twee kanten van de palmzondag weerspiegeld. Enerzijds het Hosanna, in de kleurige versiering, anderzijds het kruis als de basis. De lezing uit Ezechiël laat de kant van kruis, lijden en oordeel zien. Het evangelie vertelt van nieuwe hoop, die te maken heeft met Jezus, ‘zachtmoedig gezeten op een ezel’.

 

Gemeente van onze Here, Jezus Christus,

We naderen het eind van de veertigdagentijd. Zes weken zijn we onderweg naar Pasen. Met Bijbelteksten die vreemd aandoen, die wringen. Ze bepalen ons bij wat er mis is in de wereld, bij de pijn die mensen elkaar aandoen. Bij al die verwachtingen die wel, maar ook niet uitkomen. Nu staan we op de drempel van de Stille Week. Een week waarin we het leven van Jezus gedenken en stil staan, heel intens, bij zijn lijden en sterven. Deze mens, kind van God bij uitstek, wordt overgeleverd aan de machten in de wereld die Hem niet moeten. We staan in deze week oog in oog met de omgekeerde wereld die onze wereld ook is. Goedheid wordt opgeofferd aan haat.  Alles op z’n kop, verwachtingen die de grond in worden geboord.

Terwijl het allemaal zo anders, begon. Jezus rijdt als koning Jeruzalem binnen. De mensen spreiden hun mantels voor hem uit op de weg en trekken het groen uit het veld waar ze als vlaggen mee zwaaien. Luidkeels roepen de mensen Jezus toe: Hosanna! Gezegend die komt in Naam van de Heer; gezegend het komende koninkrijk van onze vader David. Alles kloprt. Lang gekoesterde verwachtingen zijn uitgekomen. Hier rijdt hun koning op een ezel Jeruzalem binnen. Hij zal de Romeinse bezetter verjagen, overwinningen voor hen behalen en ervoor zorgen dat al hun verlangens naar vrede en recht, rust en voorspoed worden vervuld.

Dat heb je soms, van die momenten waarop niets meer stuk lijkt te kunnen. Alles waar je naar verlangde, waar je op hoopte, vindt zijn vervulling. Je bent helemaal in de gloria, je loopt met je hoofd in de wolken. Feesten, een samenzijn met familie of goede vrienden, de ontmoeting met een bijzonder mens, dat kunnen van dit soort momenten zijn. Ik had dat zelf bij de inauguratie van president Obama drie jaar geleden. De hele wereld stond op zijn kop. Een integere, welbespraakte president met mooie idealen, die de harten van velen veroverde. Wat we amper voor mogelijk hadden gehouden, gebeurde: een zwarte president werd  wereldleider. Door sommigen werd hij als de Messias binnengehaald. Met hem zou er een andere, betere tijd aanbreken. Die dag 20 januari 2009 klopte alles en het kon niet meer stuk.

De mensen rondom Jezus verwachten veel van hem. Een mens die zó vol liefde over God kan vertellen, die de godsdienstige leiders uitdaagt en van repliek dient, die openstaat voor iedereen, die geneest en vergeeft, hij moet wel de Messias zijn. Met zijn gaven zal hij ook de macht en kracht hebben om Jeruzalem te verlossen van de vijand. Zo staat het toch geschreven? Dat Jeruzalem het stralende middelpunt van de aarde zal zijn, waar alle volken naartoe zullen stromen om in vrede samen te leven?

Die verwachting leefde sterk in Jezus’ tijd. Het herstel van het koningschap van David. De glorietijd van weleer opnieuw en definitief in eer hersteld. Alle politieke en religieuze macht in handen van zijn erfgenaam. Van Jezus uit de stam van David. Kan ’t nog mooier? Alles klopt. Zoals op het schilderij van Pietro Lorenzetti uit de 13e eeuw. We zien Jezus in koninklijk blauw, gezeten op een ezel. Paarden stonden in die tijd symbool voor de oorlog. Veel paardenkracht dwong de overwinning af. De ezel symboliseert vrede, wat op het schilderij nog eens onderstreept wordt door Jezus die zijn wijs- middelvinger in een ‘v-teken’, het teken van de vrede, omhoog houdt. De twaalf discipelen volgen hem en de goede burgerij ontvangt hem bij stadspoort.

Met een beetje fantasie kunnen we er de intocht van onze koningin op Koninginnedag in herkennen. Met haar gevolg wordt ze warm onthaald in stad of dorp om vervolgens de bevolking hartelijk tegemoet te treden en hen vooral niet teleur te stellen, want ze hebben zolang en zoveel voorbereidingen getroffen. Ten aanzien van de koningin leven verwachtingen. Maar voldoet ze daar niet precies aan, dan klopt het beeld wat mensen van haar hebben niet meer en haken ze af. Ruim drie jaar na de inauguratie van de eerste zwarte president van de Verenigde Staten is er weinig over van de euforie van die dag. Obama ligt zwaar onder vuur, mensen zijn teleurgesteld. En dan gaan mensen op zoek naar nieuwe leiders van wie ze verwachten dat zij ons wel begrijpen en gelukkig zullen maken.

Pietro Lorenzetti heeft Jezus volgens menselijke verwachtingen geschilderd. Zo’n koning willen we. Een koning die de wereld zal redden, onze waarden zal bevechten in de politieke arena, onze traditie zal verdedigen, ons goede gedrag belonen, onze idealen onderstrepen en ons godsbeeld verkondigen. Een koning namens ons, zoals wij die graag zien. Marcus echter… schildert ons een heel andere koning. Hij beschrijft een Jezus die, wanneer hij Jeruzalem binnengekomen is, naar de tempel gaat en daar alleen maar rondkijkt. Hij gedraagt zich volstrekt anders dan je verwachtte. Geen overwinningsspeech, geen gloedvolle woorden. Hij kijkt en hij zwijgt en keert met zijn leerlingen terug naar waar ze vandaan kwamen.

Wat gaat er achter Jezus’ zwijgen schuil? In Ezechiël lazen we hoe God het zwijgen van de profeet Ezechiël doorbreekt. Dat gebeurt vlak vóór het moment dat een vluchteling hem vertelt dat Jeruzalem gevallen is. Met Jeruzalem valt alles in duigen. Het toekomstbeeld van een stad van vrede waarover God als koning heerst in recht en gerechtigheid spoelt weg door het afvoerputje van de wereldgeschiedenis. God zelf lijkt met Jeruzalem gevallen te zijn. Overgeleverd aan de verwoestende machten van het kwaad. Maar voordat het bericht Ezechiël bereikt, brengt God hem tot spreken. Voordat het verdrietige bericht van de ondergang bekend wordt, legt God Ezechiël woorden in de mond om te spreken tegen zijn volksgenoten in het verre Babylon. Wie dát woord hoort, zoals wij net deden, hoort daarin de kritiek op alles wat menselijk leven kapot maakt. Maar ook de hoop dat door alle ellende en nood heen er een weg blijft die naar leven leidt. Dat is: de weg naar God en naar elkaar. Die boodschap zegt Ezechiël zijn volk aan. De mensen hangen aan zijn lippen. Hij heeft immers gelijk gekregen met zijn voorspelling dat Jeruzalem zou vallen. Hij verdient het dat er voortaan naar hem geluisterd wordt. Heeft Ezechiël zoveel geleden onder het feit dat het volk zich eerst verzette tegen zijn boodschap,  nu lijdt hij misschien nog wel meer onder het feit dat men wel naar hem luistert maar er niet naar handelt. Het hart van zijn volk gaat nóg niet naar God uit. De mensen luisteren… en gaan over tot de orde van de dag. Ze passen ervoor alles op z’n kop te zetten om de profeet – en daarmee God –  te gehoorzamen. Mensen die spreken in Gods Naam trekken aan, bekoren een moment als zangers van liefdesliedjes, zoals Ezechiël maar voldoen uiteindelijk niet aan de verwachtingen. Van een profeet verwacht men wonder en spektakel namens God, van een koning een machtig optreden. Anders stellen ze maar teleur. Toch zwijgt Ezechiël niet langer stil, het woord van God klinkt uit zijn mond.  Zolang dat woord klinkt, blijft er de mogelijkheid en dus de hoop dat men Gods spreken hoort, zijn aanwezigheid ervaart en hem gehoorzaamt. Jezus neemt de tempel in ogenschouw en keert stil naar Betanië terug. Geen toespraak, geen troonsbestijging. Wat is dit voor vreemde koning?

In het vorige hoofdstuk van Marcus heeft Jezus zelf al gezegd wat voor koning hij is. Een koning die dient. Met andere woorden: een koning die zijn onderdanen op de troon zet. De omgekeerde wereld. En het is maar de vraag of wij dat prettig vinden. Het is zo veel makkelijker om een ander met jouw verwachtingen op te zadelen. Om de verantwoordelijkheid om er wat van te maken bij een ander neer te leggen. Ja hoor eens, u bent de dominee, de minister, de koningin,  dan hoort het erbij dat u dit en dat doet, u wordt er goed voor betaald! Ja hoor eens, jij bent de Messias, dat geloven we. Dan hoort het erbij dat jij de politieke en religieuze heerschappij aanvaardt die wij je gunnen. Wees een man, en vecht voor onze idealen! Als je dat niet doet heb je afgedaan. Maar Jezus aanvaardt niet die heerschappij. Hij zet ons op de troon. De verwachtingen die we ten aanzien van het bewerken van vrede en het stichten van het Koninkrijk van God bij hem neerleggen worden teruggebogen naar onszelf. Teleurstellend.

Als we onze teleurstelling te boven komen, zien we, dat aan ons de verantwoordelijkheid is om er iets van te maken. U bent koningin, en u, en jij. En jij bent koning, en u, en u. Dat is niet alleen een opgave, een last op onze schouders. Als we geloven dat in Jezus God mens geworden is, dan is dat een dikke streep onder wat mens-zijn is. Dan ben jij de moeite waard, en jij, en u. Dan hebben wij het vertrouwen van de Eeuwige, dat we het kunnen. Met zijn hulp! Zo zetten we de wereld op zijn kop, stellen we onze verwachtingen bij en  geloven we – staande op de drempel van de Stille Week – dat in Jezus Gods koninkrijk op handen is.

Amen

Ds. Marja de Jager van de Gorechtkerk (Gereformeerde Kerk Haren)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Geen reacties

Wilt u reageren?




Wij plaatsen alleen inhoudelijke reacties. Reacties met voornamelijk slogans en kreten worden niet gepubliceerd.