Preek Online
Ds. Marja de Jager sprak op eerste Pinksterdag de onderstaande preek uit in de Gorechtkerk te Haren.
Lezing uit het Oude Testament: Genesis 11: 1-9 ‘De toren van Babel’
Lezing uit het Nieuwe Testament: Handelingen 2: 1-13 ‘De komst van de heilige Geest’
Gemeente van onze Here Jezus Christus,
Onze kerk heeft een toren. Een echte kerktoren met een haan in top. De Dorpskerk heeft ook een toren, met een kruis. En deze is behoorlijk wat hoger dan die van ons. Hij is zelfs vanaf de snelweg te zien. De kerkboerderij moet het zonder toren stellen. We zullen hier verder maar geen conclusies uit trekken…Vroeger was het ondenkbaar om een kerk zonder toren te bouwen. De toren werd niet alleen hoog en mooi gemaakt om God te behagen, maar diende ook als statussymbool. De rijkdom en macht van de stad en zijn heren waren eraan af te lezen. Er heerste zelfs concurrentiestrijd over wie de hoogste kerktoren had, zoals tussen de Domkerk van Utrecht en de Martinikerk van Groningen. Op een haar na wint de Domkerk. Al is de Martinitoren met zijn 96,8 meter wel de hoogste van onze provincie.
Hoge torens. Tot op de dag van vandaag troeven landen elkaar af om records te verbreken. Op dit moment is het in handen van Dubai met zijn Burj Khalifa van 828 meter hoog. Stel je dat eens voor… 828 meter en 160 verdiepingen. Een kunstwerk op maat. Een toren die tot in de hemel reikt. Zouden ze aan zo’n toren gedacht hebben? De mensen uit ons Bijbelverhaal die zochten naar een manier om naam te maken, om beroemd te worden. Ze zijn er in ieder geval vol van…van hun toren. Vol passie praten ze erover: ‘dit moet echt iets worden. Niet zo’n gammel ding van hout dat in weer en wind vergaat. We gaan stenen bakken en maken bakken vol species om ze stevig samen te voegen.’ Iedereen wordt met het bouwvirus aangestoken. Er lijkt niets anders meer te bestaan, dan deze toren. Hij is het gesprek van de dag: ‘let maar een op’, zeggen de mensen tegen elkaar ‘deze toren gaat ons beroemd maken’. ‘Iedereen zal tegen ons opkijken en de goden daarboven zullen versteld staan van onze macht en potentie’. En de burgemeester doet een oproep: ‘we gaan hier niet meer weg’, zegt hij, ‘nooit zullen we afstand nemen van onze toren’! ‘Nee, nooit!’, valt het hele volk hem bij.
De mensen uit Babel bestormen de hemel en voelen zich daarin één. Heel hun denken en doen vernauwd zich tot hun toren, die symbool wordt voor éénheid en macht. Vol zelfvertrouwen zijn ze. Ze voelen zich sterk en onafhankelijk. Hier is het te vinden: het goede leven, een goddelijk bestaan. Zo gaat het vaak binnen gemeenschappen, waarin iedereen hetzelfde denkt en doet. Men spreekt er dezelfde taal. De taal van de ideologie. Daarin verstaan de mensen elkaar, soms woordeloos. Of het nu om religieuze sektes, politieke bewegingen of militante milities gaat. En men past er over het algemeen wel voor op om deze hechte gemeenschappen te verlaten want de buitenwereld wordt hen steeds vreemder. Zo blijven de torenbouwers ook bij elkaar. Eén volk, één taal. Een machtig vooruitzicht! Een golf van onoverwinnelijkheid rolt door Babelstad. Als ze een hemelhoge toren kunnen bouwen, kunnen ze alles…En vol trots zeggen ze tegen elkaar: ‘wij zijn nog eens hemelbestormers!!!’ ‘Maar toen daalde de Heer af om te kijken naar de stad en de toren die de mensen aan het bouwen waren’. Midden in het verhaal, staat het er. Haast grappig. We zien een hemelhoge toren, reikend tot in het domein van de goden. God had er zijn hoofd wel aan kunnen stoten. En toch moet God uit de hemel afdalen om haar te vinden. Wat mensen hoog en groot achten, bevindt zich blijkbaar toch nog op grote afstand van God. Wij denken tot Gods niveau te kunnen opstijgen? Dat gaat ons niet lukken met het oprichten van torens om ons daarmee naam te maken. Op deze manier vervreemden we ons zelfs van God. Dat zegt de toren van Babel ons. Deze is een vuist tegen de hemel. Een opgestoken vuist tegen God. Tegen waar Hij voor staat. Bij God gaat het om mens-zijn en draait het om de vraag of wij het aandurven ‘mensen’ te zijn. Machtsdenken staat dit in de weg.
De torenbouwers van Babel leven in het teken van macht. Zij rekenen met hooggezeten goden die hun onderdanen met geweld onder de duim houden. Nu ze hun eigen kracht ontdekt hebben, willen ze goden gelijk worden. En aanvankelijk werkt dit! Dan is het toch logisch dat je bij elkaar blijft en deze macht verder uitbouwt. Zo werkt het… Mensen klitten samen in hun strijd om status en macht. We hoeven maar om ons heen te kijken om dat te zien. Hoeveel machtige torens staan er niet opgericht in onze maatschappij? De gouden torens van de economie; de massieve torens van banken en multinationals, de ivoren torens van de wetenschap, religie, poliek en vul zo maar aan…Het zijn de torens van hemelbestormers waarvan de blik zich vernauwd tot het belang van de eigen groep. Het zijn torens zonder vensters. Zonder zicht op wat er buiten gebeurt. En ze zijn hoog. Zo hoog, dat er amper contact met de aarde is. Deze torens zijn het toonbeeld van een onbewoonbare, onvruchtbare aarde. Menselijkheid, laat staan mede-menselijkheid, is er ver te zoeken. Terwijl God de mens de toch opdracht gegeven heeft om de aarde bewoonbaar te maken. Een plaats van samen-leven, samen-werken, samen-geloven. En daar werkt machtsdenken niet. We hoeven geen vuist naar de hemel te maken om onze macht met die van God te meten. En wij hoeven ook geen vuist te maken naar elkaar, bang als we zijn om te verliezen wat we hebben en om mens voor mens te zijn. We mogen onze handen openen naar God en naar elkaar.
Want bij God gaat het om ‘mens-zijn’ en draait het om de vraag of wij het aandurven ‘mensen’ te zijn. Buiten de hoge torens om waarin we ons verschuilen en die we gebruiken als bunkers van macht. Zullen we het aandurven om onze torens te verlaten? En om te leven dicht bij de grond en dicht bij elkaar? immers, daarmee zetten we zekerheden op het spel. Want dat is een leven waarin we vertreden kunnen worden, zoals zaad dat vertrapt wordt. Dat is een leven in weerklank en meerklank. Een leven waarin niet onze klank en kleur per se voorrang krijgen, maar waarin we ons afstemmen op meerstemmigheid. Leven in Babel is leven in de schaduw van een machtige toren die zekerheid biedt. Leven buiten Babel is leven in het veelstemmig licht van een wereld die bewoonbaar wil zijn. Is ontdekken waar binnen gemeenschappen messiaanse kiemkracht en oogstkracht oplichten.
Leven buiten Babel is Jeruzalem waar de volgelingen van Jezus verstrooid bij elkaar zitten, opgesloten in hun toren van verdriet zonder uitzicht. Ook nu daalt God af uit de hemel. Niet om te kijken, niet om te verstrooien. Pinksteren is het feest van de oogst. Van het bijeenbrengen. God waait met zijn adem de toren waarin Jezus’ volgelingen opgesloten zitten omver en ontsteekt een vuur in hun midden! God schept ruimte voor zijn Geest. De Geest die de mensen binnen opwekt om naar buiten te gaan. Om uit hun torens te treden. Daar wachten de velden om te zaaien en te oogsten. Het bevrijdende woord van Jezus wil verstrooid worden en kiem vatten. Wil landen in harten van mensen en binnen gemeenschappen waarin Jezus’ stem wordt gehoord en verstaan. Wil wortel schieten in ons hart en in onze gemeenschap. Zodat we, daardoor aangevuurd, nieuwe torens gaan oprichten. Niet hemelhoog als de toren van Babel. Deze nieuwe torens mogen zijn als vuurtorens die licht verspreiden, als uitkijktorens die uitzicht geven op lijden en nood; als kerktorens die mensen samenbrengen. Wanneer we zo bouwen geven we de Geest de ruimte: in ons eigen leven, hier in de kerk, binnen onze kerkelijke gemeenschappen en buiten in de wereld. Waardoor de aarde bewoonbare aarde wordt. Vol van heilige Geest die mensen bij elkaar brengt en doet verstaan. Als we zó de hemel bestormen, zal God ons met liefde tegemoet komen.
Amen

Geen reacties