Column Hein Bloemink – augustus 2026
Gazelle
Mijn jaarlijkse ‘verre fietstocht’ ging deze zomer weer naar Maastricht. 320 kilometer fietsen zónder batterij, maar mét een fietstas gevuld met energiereepjes en -drankjes, water, kleding voor drie dagen, tandenborstel, tandpasta en paracetamol. In mijn oren prachtige muziek en in mijn hart het verlangen naar de verre brug over de Maas. Dag 1: naar Zutphen. Dag 2: naar Venlo. Dag 3: rond 13.30 uur aankomst in Maastricht. Dat zijn de feiten. Het verhaal erachter is veel mooier. Tijdens zo’n tocht op mijn gewone Gazelle beleef ik heel compact alle aspecten van het leven: onzekerheid (ga ik het weer halen?), pijn (niet nader uit te leggen), keuzestress (moet ik hier linksaf of rechtsaf?), kramp (bij Ommen na 100 kilometer), honger (te laat gegeten), verwondering (ik krijg vleugels door energiereepjes), dorst (visioen van water als het heel heet wordt), vragen over zingeving (waarom doe ik mezelf dit ieder jaar aan?), euforie bij gunstige wind (wat heb ik toch een rijk leven), luisteren naar je lijf (honger, dorst, rustpauze nemen?), duistere gedachten (ik haal het niet, ik word oud), ergernis (waarom rijdt dat oude mens me voorbij op haar e-bike?), trots (bij het zien van het bordje Maastricht 11). Dit alles (en meer) beleef je in drie dagen. Heel basaal. Iedere beslissing (hoe klein ook) neem je zelf. Het draait allemaal om jou en jouw fiets. Om jouw route naar dat ene euforische moment: de brug over de Maas op en het gezellige stadsgedruis van Maastricht inrijden. Uitsmijter eten op het Vrijthof, met uitzicht op mijn lieve Gazelle, die eergisteren nog Haren uitreed. Op eigen kracht. Mijn schoonzoon zegt: Fietsen is Leven. Hij heeft gelijk. Tussen Haren en Maastricht heb ik intenser geleefd en tegelijk in een roes. Het gevoel van ‘voor het eerst alleen op reis’, gewoon op mijn Gazelle. Ik kan er weer een jaar tegen.
Geen reacties