Dochters
Het vaderschap komt met grijze haren. Het is een avontuur dat zal voortduren tot mijn laatste snik. Mijn dochters zijn nu 23, 20 en 19 jaar oud en in hun ogen heb ik de gebruikelijke fases doorlopen van ‘liefste papa’, ‘bemoeial’ , ‘sukkel’ en ‘aandoenlijke kluns’. Mijn dochters zijn de recensenten van mijn handel en wandel. Als ik mijn muziekvrienden in Glimmen aanduid als ‘de jongens’ is een luid commentaar mijn deel. In het algemeen wordt mijn gedrag liefdevol neergezet als een soort mislukte midlife-crisis. Als het over opinies gaat staat mijn echtgenote doorgaans aan de kant van de dochters, met als gevolg dat ik dus alleen moet strijden. Ik klaag niet, want al die vrouwelijke betrokkenheid komt natuurlijk voort uit pure liefde. Althans, met die analyse onderga ik alle folteringen in dit vrouwenhuis met een lach. In 2007 vloog mijn oudste dochter uit, in 2009 gevolgd door de middelste. Die ging samenwonen, maar de relatie strandde. Ze vloog weer in en dat is zoals het hoort. Het nest blijft altijd beschikbaar. Destijds had ik mijn meisje met mijn eigen auto naar haar nieuwe ‘home’ verhuisd. Maar ze had in een jaar tijd zo’n onnoemlijke berg huisraad verzameld (Mamamini, Blokker, Action, Ikea) dat ik een kleine vrachtwagen moest huren om haar weer terug te verhuizen. Mijn garage werd het pakhuis van het gebroken hart en is dat nog steeds. De fietsen passen nog net tussen kasten, tafels en prullaria. Vorige maand is zij opnieuw uitgevlogen. Ze heeft een Nijestee-unit gehuurd vlakbij het UMCG. Mooi, nieuw en compleet. Maar ook: klein. Als we haar huisraad erin zouden plaatsen, zou ze een tweede unit moeten huren. Dus wat doet zij: ze richt haar nieuwe stekje leuk in met nieuwe kleine meubeltjes en huisraad van Ikea. “Ja maar, de garage staat nog vol…..” werp ik tegen. Eén blik vol verwijt was voldoende om mijn verzet te breken. Dus heb ik vorige week een geheime operatie op touw gezet. Terwijl ik alleen thuis was heb ik mijn auto volgeladen met overtollig spul en heb dat afgevoerd naar de vuilstort, waaronder een compleet bureau dat zij nog had willen ombouwen tot kaptafel. Toen ik de stortplaats verliet heb ik een strijdkreet geslaakt: “Ik stort, dus ik besta! Leve de ruimte!” Deze krant mag mijn lieve dochter niet onder ogen komen. Want dan zwaait er wat.
Hein Bloemink mei 2011
2 reacties