Verdwijnziekte speelt imkers parten
Imker Doeke Driesens heeft in Haren bijenkasten, waar het gonst van honderduizenden bijen. Driesens maakt er Harense Honing. Hij is gefascineerd door het leven in zijn bijenvolken, waar de natuur haar finesse en genialiteit laat zien. Immers, hoe kunnen de werksters (werkbijen) ervoor zorgen dat het kraambed gespreid ligt als de koningin haar eitjes komt brengen? Waardoor vindt de koningin haar kast terug als zij naar kilometers hoogte is gevlogen om zich te laten bevruchten door sterke mannen (darren), die ook die hoogte bereiken (de zwakke vaders halen dat niet)? Hij geniet als hij ziet hoe werksters de voedselvoorraad afdekken met bijenwas om als het ware de houdbaarheid te bevorderen.
In een lezenswaardig verhaal zal Haren de Krant in september haar lezers inwijden in die bijengeheimen. Maar dit verhaal heeft ook een zwarte kant. Imker Driesens kampt met een jaarlijks verlies van wel 25% van zijn volken. “Dat komt door de verdwijnziekte. In de winter krijgen grote aantallen bijen de kolder in de kop en vliegen weg, de kou in, en sterven. Nooit vind je dode bijen. Het is een raadsel en door imkers wordt dit de verdwijnziekte genoemd.” Driesens denkt dat er een verband zou kunnen zijn met het gebruik van bestrijdingsmiddelen, maar niemand heeft dit ooit aangetoond.
Doeke Driesens maakt jaarlijks zo’n 25 kilo honing per volk (hij heeft er tien) en deze wordt vekocht in Harense winkels onder de naam Harense Honing. Wilt u de foto’s vergroten? Klik erop.

Geen reacties