Nieuwe column Ageeth Vanderveen – maart 2016
Sorry
‘Sorry’, zeg ik zacht. Niet zacht genoeg, want een voorbijganger kijkt me verbaasd aan. Vlug doe ik alsof ik het tegen mijn hond had, voordat hij 112 belt met de mededeling dat er een verwarde vrouw op een bankje in het park zit. Maar ik zei het tegen Edward. Edward is 4 jaar oud en ligt in het ziekenhuis. Voor de tweede keer in zijn korte leven zijn er zorgen, dit keer was het bijna fataal. Zijn vader speelt geen rol in zijn leven, iets met drugs en gevangenis. Zijn moeder is heroïne verslaafd, daarom werd hij direct na de bevalling in een pleeggezin geplaatst. En nu ligt hij met toegebracht letsel in het ziekenhuis. Edward wordt fysiek wel weer beter. Er wordt een nieuw pleeggezin voor hem gezocht. Hij moet naar school, hij moet leren spelen en leren lachen. Iemand moet zich verantwoordelijk voor hem gaan voelen, zich over hem gaan ontfermen. Misschien lukt het dan nog Edward vertrouwen leren te krijgen in de mensheid. Misschien moeten we op zoek gaan naar een gezin met een hondje denk ik bij mezelf, kijkend naar mijn hond die inmiddels vrolijk achter kwetterende vogels aan jaagt. De vogels vliegen snel de lucht in, mijn hond gefrustreerd achter latend op de grond. Edward zal hier vast om kunnen lachen. Misschien moet ik zelf Edward maar meenemen, komt in me op. Maar ik heb niet genoeg tijd en ruimte, bovendien vind ik het al een hele verantwoordelijkheid om mijn eigen kinderen (en hond) in voldoende veiligheid op te laten groeien. De voorbijganger is weg. Er is niemand meer. ‘Sorry’, zeg ik nogmaals, nu hardop. Sorry namens de hele maatschappij. Meer kan ik niet doen.
4 reacties