Gastencolumn door Inge Rinzema
Inge is specialistisch verpleegkundige in de ouderenzorg
Koffie
Bij het verlaten van een gesloten afdeling voor ouderen met dementie tref ik twee dames bij de deur. Eén leunt geïnteresseerd kijkend over haar rollator, waar een prachtig ouderwets, gezellig porseleinen bloemetjeskopje op staat. Zo één met een gouden randje dat een beetje vaag geworden is door het afwassen. De ander heeft een theeglas in haar hand, met haar andere hand drukt ze al pratend op het cijferslot van de deur. Ze zijn sinds een maand onafscheidelijke vriendinnen. Het gesprek gaat over koffie en thee, dat het er hoog tijd voor is. “Ik neem twee deze keer” zegt dame één tegen haar vriendin. Ze drukt op de twee in het cijferslot en houdt haar glas eronder. “Nou ja, alweer op!” zegt ze beteuterd. “Dan neem ik keuze drie”. Ze drukt ze met ferme hand op nummer drie. “Weer niks”, klinkt er teleurgesteld uit twee monden. Dan zien ze mij staan: “Dag wicht, weet jij hoe die koffieautomaat werkt? Ik heb nu al twee keer gedrukt, maar er komt niks uit!”
Ik schiet in de lach. Enerzijds omdat de verontwaardiging van beide dames voelbaar is, de trek in thee en koffie ook. Anderzijds omdat het een aandoenlijk tafereel is. De associatie klopt nèt niet helemaal en dat is zo veelzeggend voor hun ziekte. Zin in koffie + een deur met knopjes met cijfers erop = koffieautomaat. Zo simpel kan het leven zijn soms. “Zal ik jullie meenemen naar een koffieautomaat die het wel doet, dames?” vraag ik. “Ik lust ook wel een bakkie”.
Samen lopen we naar de keuken in de huiskamer waar de koffiepot fijn pruttelt. “Ja, deze doet het! Ik ruik het” roept dame twee verheugd. Ze gaan beide in een lekkere stoel zitten en drukken mij het glas en het mooie kopje in m’n handen. “Graag alles erin en neem er zelf ook één!”
Geen reacties