Column Ageeth Vanderveen (april 2017)
Ageeth werkt in de hulpverlening bij gezinnen in onze regio.
Pipi
Dit meisje van 16 heeft ODD en ik vraag haar waarom deze diagnose is gesteld. Ze vertelt dat ze op de basisschool altijd naar de gang werd gestuurd, haar middelvinger op heeft gestoken naar de psychiater die ‘haar zat te testen achter een one way screen’ en dat ze niet meer naar school gaat. Pipi Langkous heeft ook ODD, de mevrouw van de Kinderbescherming vond haar leefomstandigheden helemaal niets en Pipi werd succesvol in het verjagen van deze mevrouw. Ik heb me altijd afgevraagd hoe deze truttige mevrouw wel haar doel had kunnen bereiken: iets doen in het belang van Pipi, want blijkbaar had ze zorgen. Maar iedere keer opnieuw, vol goede moed, ging deze mevrouw op bezoek bij Pipi met de boodschap dat haar situatie niet goed was en dat haar vader het verkeerd deed. Nu maak ik me over Pipi verder niet zo druk, maar wel over dit meisje van 16. Als ik me verplaats in haar, zou het voor mij als 16-jarige toch anders zijn wanneer de criteria op zouden leveren dat volwassenen zich om mij zouden bekommeren in plaats van alles wat negatief is aan mijn gedrag te benoemen. Als de mevrouw van Pipi Langkous zich wat meer zou bezig houden met Pipi zelf, en niet met het benoemen van haar gedrag en haar omgeving, dan waren ze misschien ooit wel in gesprek gekomen. Bovendien impliceert deze diagnose, zeker voor een leek, dat een kind of jongere dit gedrag vertoont omdat het nu eenmaal zo in elkaar steekt. Het is eigenlijk nog erger dat het kind zorgvuldig wordt geobserveerd thuis en op school. Ik zou me besmet voelen op die leeftijd. En heel onverschillig reageren tijdens het gesprek, want niemand luistert echt. Als je wordt getest op ODD, moet iets worden afgevinkt. Ik zou best opstandig worden, als ik dit meisje zou zijn.
Geen reacties