De krant die je leest van A tot Z
Donderdag 25 Juni, 2026
Deze post is bekeken 212 keer.

woensdag 30 januari 2013

Nieuws:

Archief

Door: Redactie

Hein Bloemink

Hein Bloemink

juni 2015

Loslaten

Loslaten is niet gemakkelijk. Sommige mensen kunnen traumatische ervaringen niet loslaten en gaan zelfs naar een psycholoog om het loslaten te leren. Maar ook dierbare herinneringen, voorwerpen of personen kun je soms moeilijk loslaten. Dat geldt in ieder geval voor mij. Mijn behoefte om het verleden vast te houden neemt soms groteske vormen aan. Mijn drie dochters zijn allang uit huis, maar ik verlang soms hevig naar muziek op de zolder, geruzie aan tafel of het gestommel op de trap.  Ik vraag ze nu of ze nog eens een nachtje thuis willen slapen. Hoon is mijn deel. Ook voorwerpen symboliseren vaak een tijd die geweest is. Ik kon destijds geen afstand doen van mijn oranje jaren 70 afwasteiltje toen de vaatwasser haar intrede deed. Ik had er sinds 1981 in afgewassen en lief en leed met het ding gedeeld.  Speelgoedautootjes uit mijn kindertijd…als ik die in mijn handen neem zie ik mezelf weer op de grond in mijn ouderlijk huis waar ik mijn moeder in de buurt wist. Nu speelt mijn kleinzoon ermee en dat ontroert mij. Ja, ik weet het. Ik ben een sentimentele dwaas, die nu bij het jubileum van deze krant ook weemoedig wordt. De krant is al 20 jaar mijn maatje. Mijn alter ego en identiteit. Ik heb al zoveel uren van mijn leven voor de krant gedacht, gelopen, geschreven. Ik weet het, je moet dingen loslaten om weer verder te gaan met het leven. Ik zal proberen de tijd die achter mij ligt los te laten en te parkeren in een gouden doosje. Loslaten in oneindige liefde. En af en toe even in het doosje kijken of het er nog in zit. Heeft u ook zo’n gouden doosje?

Hein Bloemink

mei 2015

Mening

De vrijheid van meningsuiting is een groot goed, maar het claimen daarvan lijkt soms wel erg veel op onnodig tarten en uitdagen. Spotprenten van Mohammed zijn toegestaan. Vloeken is niet verboden. We mogen onze mening uitspreken. Maar die vrijheid schept ook verplichtingen. Als je merkt dat medemensen (hoe onterecht ook) ernstig beledigd zijn als we Mohammed in zijn blote billen afbeelden, waarom zou je dat dan doen? Zoeken we ruzie? Als ik wil vloeken, waarom zou ik dat dan doen in aanwezigheid van gelovige mensen? Het lijkt soms of we de vrijheid van meningsuiting moeten bewijzen door de uiterste grenzen daarvan op te zoeken. Dat leidt tot conflicten, geweld en haat. Hebben we dat ervoor over? Het gekke is dat we op kleine schaal heel ander (en verstandiger) gedrag vertonen. Als ik weet dat mijn gelovige buurman zich ergert aan mijn grasmaaier op zondag, ben ik dan slap als ik op zaterdag maai? Of gewoon fatsoenlijk? Als in uw straat een moslima woont, zet u dan in uw tuin een bord met een blote Mohammed omdat het mag? En als een vriend u vertelt hoe prachtig Bach klonk op de begrafenis van zijn moeder, zegt u dan dat u Bach afschuwelijk vindt? Nee. Ik denk dat we op kleine schaal dagelijks heel goed onze vrijheid van meningsuiting kunnen doseren. Daardoor kunnen we redelijk harmonieus samenleven. Maar zodra we met grote woorden  ons recht opeisen, verwordt de vrijheid tot bewust tarten en uitdagen. Een sprekend voorbeeld is Geert Wilders, die een expositie met spotprenten van Mohammed naar Den Haag wil halen. Heeft niets te maken met vrijheid van meningsuiting, maar met macht, uitlokking en gebrek aan fatsoen.

Hein Bloemink

 

april 2015

Haantje

Als vader van drie dochters heb ik vroeger vaak kerels ‘om de deur’ gehad. Ik betoogde altijd dat ik foute exemplaren met luchtbuks en schrikdraad van mijn perceel zou verjagen. Aankomende vaders, hoor mij aan: jongens hou je toch niet tegen. En waarom zou je? Inmiddels wonen mijn dochters niet meer thuis. Sterker, ze wonen samen met topkerels. In het begin gedraag je je als vader tegenover de binnentredende mannen nog als iemand aan wie toestemming gevraagd moet worden. ‘Pas op wat je doet, want je hebt mij nog nodig, knaap’, ongeveer in die stijl. Maar de heren worden assertiever. Vaders van dochters hebben niet meer automatisch autoriteit, maar moeten die status zélf verdienen. In die pogingen slaag ik zelden. Als ik eens frivole grappen maak tegen schoonzoon Tim, kan hij meewarig het hoofd schudden en vol medelijden zeggen: ‘Ach het is zo’n fout grapje, wat jammer’. Andere schoonzoon Tjeerd kan bij mijn wilde plannen voor  briljante bedrijfsconcepten doodleuk verzuchten: ‘Ik heb ze wel eens beter gehoord’. Dan heb ik nog een derde schoonzoon, Robert. Hij is wielrenner. Die probeerde ik dus af te bluffen met mijn eindeloze fietstochten naar Hamburg, Zeeland en (zoals vorig jaar) Maastricht. Ik voelde mij superieur, maar wat denk je? Hij vroeg meewarig: ‘Heb je dat in drie dagen gedaan? Waarom niet in één dag?’. Ik wankelde en zei dat je Maastricht absoluut niet op één dag kunt befietsen. Mijn hart bonkte in mijn keel, zou hij zich onderwerpen aan mijn heldendom? Nee! Zijn woorden klonken als een vonnis: ‘Het moet in één dag kunnen. Ik ga dat deze zomer wel even laten zien!’. Het haantje in mij kraaide schor zijn laatste strijdkreet: ‘Dat lukt nooit’. En toch gaat hij het deze zomer proberen. Het zal toch niet lukken? Gauw naar Formido voor kopspijkers.

Hein Bloemink

maart 2015

Krantvriend

“Waarom ga jij geen krant maken in Haren?” vroeg Dick van der Leij mij in april 1995. Hij kende mijn droom en hij dacht er wel adverteerders voor te kunnen vinden. Dat was mijn eerste kennismaking met Haren de Krant. Tussen de krant en mij zou al snel een hechte band ontstaan. Een vriendschap, die dit jaar al twintig jaar bestaat. De krant is een maatje door dik en dun gebleken. Ik was 34 toen ik startte en ik ben nu bijna 54. Terwijl bij mij thuis het hectische gezinsleven zich ontrolde (drie dochters, dus u snapt wat ik bedoel) was ik altijd met de krant bezig. Ik vroeg mijn vrouw vooral bij adverteerders te kopen. Door de krant leerde ik heel veel mensen kennen en interviewde ze over geluk en verdriet. De krant heeft mij gevormd, want ik ben bijna als krant gaan denken. Als iemand mij terloops vertelt over een avontuur dat hij heeft beleefd, begin ik direct te vissen of er een artikel in zit. Soms valt men stil, want voor je het weet staat het in de krant. De krant is ook bron van nachtmerries, als de verkoop van advertenties niet wil lukken. Ik zie de krant als een podiumstuk op papier. Ik moet zorgen voor een mooie voorstelling, waardoor zowel lezers als adverteerders tevreden zijn.  Mijn allereerste interview had ik met de blinde Olaf de Rode, die op de tast zijn weg door Haren vond. Ik wil deze krant zien als eerbewijs aan het dorpsleven, waar mensen ertoe doen. Als duider van nieuws, het liefst positief. Al twintig jaar een krant als alter-ego. Krant….ik hou van je!

Hein Bloemink

februari 2015

Crisisbroer

Het herstel na de crisis is begonnen. De crisis was voor mij een mysterieuze ziekte, waarvan ik de oorzaak niet kende. De gevolgen des te meer. Ik putte mijn havo-hersenen uit en probeerde te verklaren waarom veel bedrijven het moeilijk hebben. “Mensen geven minder geld uit, dus winkels en bedrijven verkopen minder”. Die verklaring leek me te kloppen. Maar had ik wel gelijk? Mijn oudere en wijzere broer, met wie ik hierover debatteerde, wierp een ander licht op mijn theorie. Hij zei: We geven helemaal niet minder geld uit, maar we geven het ‘anders’ uit en aan ándere producten en diensten. Letterlijk zei hij: “Vroeger deed de kolenboer in Haren goede zaken. Maar toen er aardgas kwam stierf zijn beroep uit. De mensen bleven wel brandstof kopen, maar niet bij hem, tenzij hij overstapte op de verkoop van aardgas.” Het zou waar kunnen zijn. Vroeger was er een levendige beroepsgroep van boderijders, er waren kiep-kerels die aan de deuren garen en band verkochten. Smederijen verdienden hun brood met het ‘hoepelen van karrenwielen’. Met het verstrijken van de tijd  gingen mensen hun geld echter uitgeven aan PTT en de autobanden vervingen de karrenwielen. Crisis bij de kolenbranche en smederijen. De wereld verandert, de consument krijgt andere behoeften. We kopen nu computers, laptops en smartphones en kunnen die euro’s niet meer uitgeven aan andere dingen.  We luisteren muziek via internet, dus kopen geen cd’s meer. Wat wij dus nu crisis noemen is misschien gewoon het afsterven van oude takken aan de boom van de economie, terwijl andere takken weer aangroeien. Bedrijven die per se kolenboer willen blijven, staan met lege handen. Ik ben nog steeds spuugzat van de crisis, maar dankzij mijn broer kan ik hem nu iets beter begrijpen.

Hein Bloemink

januari 2015

Denkkracht

Er is meer tussen hemel en aarde. Er zijn mensen die stemmen van overleden mensen kunnen opnemen en tot klinken brengen. Intrigerend dat aan een gestorven vader werd gevraagd hoe het gaat en dat een stem dan fluisterend zegt: ‘Ik ben hier gelukkig, jochie’. Ik heb eens een interview gedaan met Branton de Geus uit Den Haag, die duizenden stemmen had vastgelegd en ik wilde graag  geloven in een hiernamaals. Hij  heeft trouwens op mijn verzoek contact opgenomen met het (in 1986) verdwenen meisje Cheryl Morriën (naar wie ik destijds meezocht), die hem vertelde: ‘Ik ben weggegaan door het water’. Zijn conclusie: ze is  verdronken.  In de jaren 80 was het glaasje draaien populair. Vier mensen leggen hun vinger op een omgekeerd glas op tafel in een cirkel van de letters van het alfabet. Concentreren en vragen stellen aan ‘gene zijde’. Rake antwoorden! Tijdens feestjes deed ik dapper mee en nog steeds snap ik niet wie het glaasje langs de letters stuurde. Letters die woorden vormden, berichten van dode mensen. Toch maar mee gestopt. En: vaak heb ik de ervaring dat ik aan iemand denk en binnen vijf minuten daarna die persoon zie fietsen. Herkent u het? In 1984 droomde ik de naam van de zoon van vrienden, die een week later werd geboren…met die naam. Afgelopen weekend was ik bij een kennis die stevig vastgedraaide deksels op jampotjes ‘los kan denken’. Met mijn eigen ogen zie ik hoe hij zich concentreert op die deksel en floep, met twee vingers los te draaien! Ik wil hem nu vragen zich te gaan concentreren op parkeermeters in Haren. Denk ze defect, waarna de terugkeer van vrij parkeren wordt ingeluid. Er is meer tussen hemel en aarde, dus…het móet kunnen!

Hein Bloemink

december 2015

Bewonder

Tuurlijk! Het is fijn om bewonderd en gewaardeerd te worden.  Maar ik wil hier graag een lans breken om het om te draaien. Doe eens je best om zelf bewonderaar te zijn. Om je euforisch te onderwerpen aan de gaven, de schoonheid of het talent van iemand anders. Het is een verademing en maakt volgens mij een stofje vrij in mijn hersenen dat me blij maakt. Bij het vorderen der jaren merk ik dat het beter voelt om te bewonderen dan om zelf succes na te jagen. Bewonderd worden geeft misschien een kick, maar zelf iemand op handen dragen maakt minstens zo gelukkig. Ik merk het omdat ik op zulke momenten van verrukking zowaar kan volschieten. Als ik moeders zie die hun weerloze kinderen omringen met instinctieve liefde, ook al hebben zo daarnaast een drukke baan. Als ik mensen in de zorg zie, die breekbare oude mensen beschermen. Als ik Joe Bonamassa zie tijdens zijn gitaarsolo in ‘Rather go Blind’ met zangeres Beth Hart (Amsterdam). Ik voel het als ik de drie grote tenoren in de hoge tonen hoor uithalen in Nessun Dorma te Rome (Caracalla). En zo kan ik doorgaan. Als je het oefent en je scoringsdrift opzij zet kun je bijna dagelijks de adrenaline van het waarderen in je aderen voelen. Wie deze kunst verstaat creëert volgens mij een mooiere wereld om zich heen, zal niet verzuren en uiteindelijk het beste naar boven halen in andere mensen en in zichzelf. Deze gave wens ik u en de uwen toe in 2015. Fijne feestdagen.

Hein Bloemink

november 2014

Zwart

Wat jammer dat donkere mensen zo worden gediscrimineerd door actievoerders, die hun aversie tegen zwart afzetten tegen zwarte pieten. Dat zijn uitgerekend de beste ‘donkere’ vrienden van kinderen! Wat hebben de actievoerders tegen zwarte mensen? Waarom moeten zwarte pieten ‘terug naar eigen land’? Wat vreselijk onaardig om op deze manier om te gaan met medemensen, die vol goede bedoelingen ons land binnenkomen. Ik vind het een gevaarlijke ontwikkeling, weinig tolerant. Denkend over de ideologische ellende in deze discussie houd ik mijn hart vast voor Sint. Is die nog heilig? Veel priesters, bisschoppen en kardinalen hebben zich aan kinderen vergrepen. En dan komt zo’n bisschop ieder jaar naar ons land om kinderen te verwennen en op schoot te nemen? Mag dat straks ook niet meer? En gaan we het sprookje van Sneeuwwitje herschrijven? Want worden de zeven dwergen niet neergezet als koddige kabouters in plaats van volwaardige mensen van geringe lengte? En wat doen we met Saartje uit Swiebertje? Weg ermee? Zij is zo dienstbaar en rolbevestigend, dat je bijna zou denken dat ze al die jaren is onderdrukt door guitige Swieber en Bromsnor. Dus, schrappen uit ons collectieve sprookjesboek! En als we dan toch bezig zijn spijkers op laag water te zoeken stel ik voor om de boeken van Sjors en Sjimmie ritueel te verbranden en Kuifje in Afrika op de lijst van verboden boeken te zetten. Ik voorspel u een golf van zuiveringen in Nederland, waar volwassen mensen kennelijk het verschil niet meer weten tussen sprookjes en realiteit. Ze denken dat onschuldige sprookjes het racisme in de kindergeest aanmoedigen. Dat is een misvatting, want racisme was er al voordat er sprookjes waren. Zoek de oorzaak daarvan niet in sprookjes, maar in de wereld zoals die werkelijk is. Zoek de oorzaak van racisme in de scheefgroei van macht en rijkdom en niet in de verhalen die wij kinderen vertellen. Ik verheug me op zaterdag, als Sint en zijn pieten ons dorp bezoeken.

 

Hein Bloemink

 

oktober 2014

Ooit?

Wie goed om zich heen kijkt heeft helemaal geen klok nodig om te weten dat het onverbiddelijk later wordt. Dat tijd nooit stopt.  Ik weet dat als ik door mijn knieën zak en het kraken en kreunen hoor. Ik zie de tijd ook in mijn dochters, die geen kleine schatjes meer zijn, maar zelfbewuste volwassen vrouwen. Ik herken de tijd aan de littekens op mijn ziel, want er zijn mensen dood die ik nog levend zou wensen. En ik voel het passeren van de tijd bij het zien van mijn ouderlijk huis in Haren (Klein Koppen) waar ik in gedachten mijn ouders weer zie, jong en krachtig. Vorige week werd ik ook weer met de tijd geconfronteerd. Ik was op een gesloten afdeling van De Dilgt waar ik een praatje aanknoopte met een mooie, oude dementerende vrouw. Door haar ontheemde gelaatsuitdrukking heen zag ik iets erg bekends. De tijd wilde haar eigenlijk onherkenbaar maken, maar ik ontdekte tóch die dierbare vriendin van mijn moeder destijds. Toen was zij een ferme en doortastende arts.  En nu was zij bruusk vastgegrepen door de kille hand van Alzheimer. Ik noemde voorzichtig mijn moeders naam, Frieda. Wat ik in haar ogen zag was echter geen herkenning, maar slechts de tijd die soms lelijke dingen doet. Tijd is een ander woord voor ‘ooit’. Wat heeft ‘ooit’ voor mij in petto? De tijd is consequent, want ze geeft haar geheim nooit prijs. Totdat ik er rijp voor ben.

Hein Bloemink

 

september 2014

Gifmengers

De website van onze krant heeft dagelijkse dynamiek. Per dag soms meer dan 2000 bezoekers, waarvan velen een reactie plaatsen bij bepaalde berichtgeving. Veel reacties zijn inhoudelijk en snijden hout. Maar er zijn ook lezers die online een ongekende zwartgalligheid etaleren. Hoe positief een artikel ook is, zij zien kans om er een negatieve draai aan te geven. Als de redactie bericht over zonneschijn, zullen zij erover klagen dat het gisteren regende. En daarvoor wijzen ze vaak ook nog een schuldige aan. En als berichtgeving ze niet bevalt, dan richt hun gifpijl zich op de redactie als boodschapper. In het kader van vrije meningsuiting heb ik geen enkel bezwaar tegen deze nega-lezers. Maar het baart mij wel zorgen dat er kennelijk mensen zijn die naar de wereld kijken met maar één doel: de aanval! Het is alsof de zonzijde van het leven hen irriteert en direct gecompenseerd moet worden met de schaduwzijde. Alsof de positieve inzet van mensen voor  idealen (of bedrijf) altijd verdacht is en moet worden ontmaskerd. Deze negativisten lijden aan chronisch fatalisme. Ze zijn ongevaarlijk zolang hun ziekelijke drang tot afbraak zich beperkt tot lokale sites of zelfs tot afvoerputjes zoals Geen Stijl. Maar wat gebeurt er als deze lieden aan de macht komen? Als zij bedrijven of bewegingen gaan leiden en dus invloed krijgen op de wereld. Als hun achterdocht en komplotdenken van doorslaggevende betekenis worden? Ik moet er niet aan denken. Ik geloof in harmonie en in positieve invalshoeken. Gifmengers maken de wereld niet beter. Idealisten wél. Mijd de gifmenger, omarm de idealist.

Hein Bloemink

 

augustus 2014

E-stress

Afgelopen zondag ging ik een dag fietsen met een vriend, die ietsje ouder is dan ik. We wilden 100 kilometer trappen. Zijn huisarts heeft bij hem de diagnose ‘krakend schip’ gesteld. Zijn knieën zijn versleten en als hij fietst heeft hij veel pijntjes. Dus had hij een e-bike op proef! Een fiets met een batterij. “Kijk”, zei hij trots, wijzend op de boordcomputer. “In de eco-stand helpt hij mee. Ik kan hem ook op ‘normaal’ zetten, dan trapt hij nog méér mee. En bij ‘boost’ vlieg ik met gemak de heuvels op…” Ik begon ‘m al te knijpen. Zou ik hem wel kunnen bijhouden? Zou ik halverwege niet omvallen terwijl hij met een rechtstandig hoofd fluitend uit zicht verdwijnt? Het liep anders. Het werd een dag vol e-stress. Hij keek niet meer om zich heen, voortdurend hield hij de batterij in de gaten en riep: “We moeten opletten, ik heb nog maar 40% stroom. Nu nog 35%. Oh, wat nu, ik trap zwaar. Hij is in de slaapstand gegaan. Wacht, er komt een heuvel, even op ‘boost’ zetten. Hoe doe ik dat?” En terwijl hij slingerend zat te prutsen met de boordcomputer en snelheid verloor was ik op het viaduct al aan het lunchen. Tegen het einde van de tocht brak het zweet hem uit. Hij had nog maar 8% stroom en we waren nog niet thuis. Spanning! Opeens verzuchtte hij bedroefd: “Hij is leeg. Nu trapt hij heel zwaar.” En ik klokte lachend nog een flesje Aquarius weg en had geen centje pijn. Ach jee, ik denk dat er met die leenfiets gewoon iets niet goed was. Want meestal zie ik oudere dames mij voorbij spuiten met hun jurkjes wapperend in de wind. E-bikes zijn dé uitvinding van de eeuw! Als ze goed functioneren. Machtig mooi, zeker gaan kopen. Maar afgaand op afgelopen zondag hou ik het nog maar even bij dropjes, sportdrankjes, plakjes koek en op zijn tijd een plasje doen in de bosjes. Geen stress maar genieten met 0% spanning.

 

juni 2014

Ouders

Ik heb het voorrecht om iedere dag langs mijn geboortehuis in Haren te rijden. Klein Koppen aan de Rijksstraatweg. Linkerhelft. Het balkon is van de slaapkamer waar ik mijn eerste lucht hapte. Er komen altijd gedachten in me op als ik er langs rijd. Ik zie mezelf weer spelen in de tuin, als cowboy of met een pvc-buis in mijn hand om besjes te schieten. Dit was mijn wereld toen ik kind was. Overzichtelijk afgebakend door een heg en de straatjes die ik zo goed kende. Dit was mijn veilige wereld, waar ik mijn moeder thuis wist als ik uit school kwam. Een mensenleven bestaat uit drie fases: een zorgeloos begin, een middenstuk met zorgen en verantwoordelijkheid en tenslotte het terugkijken. Balans opmaken. Het huis waar ik kind was markeert de onbezorgde periode. Ik ben bijna jaloers op het ‘Heintje’ uit de jaren 60. En op kinderen van nu. Nu ben ik aangeland in de fase waarin je verantwoordelijkheden draagt. Voor je werk. Je inkomen. Je gezin met kinderen. Je familie. Nu zijn mijn drie dochters al uitgevlogen, die kunnen het op eigen kracht. Voor hen was mijn huis weer hún veilige nest, de plaats voor hun onbezorgde leven.  Ik moet vaak denken aan kinderen die geen veilige thuishaven hebben in hun ‘onbezorgde levensfase’. Waar de ouders de sfeer verzieken. Wat moet het erg zijn als je later het huis van je jeugd bezoekt en wordt vervuld van afschuwelijke herinneringen in plaats van milde weemoed. Wie geen ‘Klein Koppen’ had, zoals ik, krijgt het moeilijk in het leven.   Ieder ouderpaar zou zich moeten realiseren dat het ‘nest’ voor kinderen van cruciaal belang is in de rest van het leven. Wie met die verantwoordelijkheid lichtzinnig omgaat, is het ouderschap niet waard.

mei 2014

Rome
Mei 2014. Vijf dagen Rome leveren mij herinneringen op voor de rest van mijn leven. Piazza Navona, Piazza del Popolo en Forum Romanum, allemaal gezien. Waar je ook kijkt, je oog ziet niets wat lelijk is. Maar één aspect van Rome heeft mij extra geïntrigeerd: de straatverkopers met donkere ogen en witte tanden. Zij vormen een soort onkruid tussen de stenen van het oude Rome, maar ze hebben mijn hart gestolen. Irritant, dat zijn ze wel, maar ook ontwapenend als ze zelfs na duizend keer onheus te zijn afgewezen blijven glimlachen. Deze mensen laten zien hoe de marketing werkt. Zij weten feilloos waar hun klanten zich bevinden en wat hun behoeften zijn. Bij warm weer bieden ze parasols aan, bij de eerste regendruppels staan ze met paraplu’s voor je neus. Gezinnen met kinderen worden verrast met grappige speelgoedjes en als je in de rij staat voor het Vaticaan hoor je ‘skip the line’  en kun je alvast (dure) tickets bij hen kopen, zodat je zomaar langs de file kunt. Deze mensen etaleren hun producten met zorg. Keurig worden spullen op straat gerangschikt en ze worden met een doekje opgepoetst, zodat het publiek wordt verleid. Ze verplaatsen zich met de consument mee, het is een lust voor het oog. En als ze illegaal zijn herken je dat aan de zak op hun rug. Daar gaat alles in als er polizia komt en hup…op pad naar een nieuwe doelgroep. Iedereen heeft een hekel aan ze, ik niet. Op een dag zeg ik honderd keer ‘nee’ en ik krijg even zo veel lachjes waarin teleurstelling en volharding leesbaar zijn. Twee keer heb ik ‘ja’ gezegd: voor een set ansichtkaarten (1 euro) en voor een paraplu (5 euro)  toen het begon te regenen. Marketingmensen en winkeliers kunnen veel leren van de straatverkopers in Rome. Ken de behoeften van je klant, blijf beleefd na een afwijzing en hou vol. Dag in dag uit. Als u de kans krijgt: bezoek Rome. Snuif de geur van Caesar op, zie de paus en vergeet niet iets te kopen…op straat.
Hein Bloemink

April 2014

Zorg  

De landelijke boosheid over sluiting van verzorgingshuizen, terugdraaien van huishoudelijke thuiszorg en het verhogen van eigen bijdragen domineert de media. De overheid wordt ‘neergezet’ als een koud monster en dat vind ik onterecht. Diezelfde overheid was namelijk tot nu toe erg gul voor ouderen. Toen in de jaren 50 de gasbel in Slochteren was gevonden stroomde het gas in onze fornuizen en het geld in de staatskas. Dat geld ging men uitgeven aan (onder andere) het verwennen van ouderen. Die konden rond hun 65e verhuizen naar een verzorgingshuis, waar ze geen huur meer hoefden betalen en gratis eten en drinken kregen. Feitelijk werd de wereld toen op zijn kop gezet. Natuurlijk kon men toen al weten dat het geld voor deze verwennerij op zou raken. Het gas is straks op en bovendien zijn er steeds minder werkende mensen die het zorg-geld voor steeds meer oude mensen moeten opbrengen. Help, dat gaat ooit fout! Wat de overheid nu doet is het (weer) rechtop zetten van de wereld. Terug naar het principe dat mensen zelf betalen voor huisvesting, ook als ze zorg nodig hebben. Terug naar het principe dat mensen zelf een werkster betalen als er geen kennissen zijn die af en toe willen poetsen. Terug naar het principe dat je een eigen verantwoordelijkheid hebt om je zorg te regelen en betalen, dus: een eigen bijdrage voor basiszorg en extra betalen voor extra zorg. En wat gebeurt er als je tientallen jaren op je kop hebt gestaan en je wordt opeens rechtop gezet…dan word je duizelig. Je wordt misselijk. En dat is precies wat er nu gebeurt. Logisch dat iedereen een gevoel van onrecht en verwarring ervaart. Gaat wel over, als we de logica van het leven weer snappen. De logica van eigen verantwoordelijkheid en niet alles afwentelen op anderen.

Hein Bloemink

maart 2014

Biechtstoel   

Jokken of dokken? Die vraag wordt nergens zo tastbaar als bij de slagboom van de vuilstort in Groningen. Afgelopen zaterdag stond ik daar als Harenaar met een kar vol troep en ik had de keuze: aansluiten bij inwoners van Groningen en gratis storten. Of de rijbaan voor inwoners van Haren (met weegschaal) en dokken. Ojee, hier wordt je eerlijkheid op de proef gesteld. Ik doe een bekentenis: ik ben gezwicht en heb mij gemeld als inwoner van Groningen, vooruitlopend op de fusie. Ik jokte dat ik woonde op het adres van een familielid en mocht doorrijden. Minstens zestig euro bespaard. Ik overwoog aan de grote kerels in overalls alsnog mijn misdaad te bekennen, maar zweeg uit angst voor hun bulldozers. Een uur later reed ik met een tweede karrevracht vol, tuinafval deze keer, naar de poort des oordeels. Ik schatte mijn kansen in. Hoe geloofwaardig is het als je tuinafval komt brengen namens een flatbewoner? Hoe eerlijk is het spel dat ik hier speel? En ziehier, ik reed deze keer de rijbaan voor Harenaars op en kwam op de weegschaal tot stilstand. Ik wilde het meisje door de praatpaal zeggen dat ik een misdadiger ben, maar ze gaf me geen kans: “U wordt even gewogen, dan zie ik u straks bij het afwegen weer terug”. Ik stortte tuinafval en niet mijn hart uit. Ik moest twintig euro betalen. Op zo’n zaterdag blijkt dat mijn leugen goedkoper was dan de waarheid. En…dat wonen in Groningen een voordeel kan zijn. Zo, ik voel me opgelucht. Column als biechtstoel. En nu maar hopen dat ze me bij de vuilstort de volgende keer niet herkennen en mij met een grote grijper (met auto en al) in de bak ‘kniepstuvers Haren’ dumpen.

Hein Bloemink

februari 2014

Krom   

Op 14 februari moest Roy O. in hoger beroep verschijnen voor de rechtbank. Het OM was het namelijk niet eens met de strafmaat die de rechter in Groningen aan O. had opgelegd, nadat die in april 2012 in beschonken toestand met zijn auto tegen een boom botste, waarbij zijn passagier het leven liet. Het OM eiste vier jaar cel, maar de rechter legde 240 uur taakstraf op. Hoger beroep kon dat rechtzetten. Dat hoopten veel mensen. Leve het recht! Hoewel? Het OM zette (pijnlijk genoeg) enkele verkeerde punten en komma’s in het aanvraagformulier voor het hoger beroep en dat is nu door het gerechtshof zwaar bestraft: de zaak is geseponeerd! Hoe krom kan het recht zijn? Dag in dag uit wordt door rechters in de geest van de wet geoordeeld. Waarom nu niet? Waarom worden punten en komma’s opeens belangrijker gevonden dan het recht om bezwaar te maken tegen een vonnis? Waarom worden punten en komma’s geaccepteerd als het laatste woord in een zaak waarbij een dode is gevallen? Waarom is administratie belangrijker dan de essentie: het recht op hoger beroep? Rechtspraak wordt op die manier een mijnenveld, waar de kans groot is dat je ontploft voordat je je recht hebt gehaald.

Hein Bloemink

 

januari 2014

Molukkers   

Verzetsmensen schoten in de oorlog mensen dood. En niemand vraagt om een nader onderzoek, zodat de schutters opgespoord kunnen worden en berecht. Mijn hart zegt dat die moorden gerechtvaardigd zijn, maar mijn verstand zegt dat het toch moorden blijven. Net zo goed als ook nu nog oud-oorlogsmisdadigers worden berecht, ook al zijn ze negentig jaar. Op 23 mei 1977 werd een trein bij De Punt gekaapt door gewapende Zuid-Molukkers. Zij noemden zich verzetsstrijders en zij hadden in 1975 de executies van onschuldige treinreizigers tijdens een eerdere treinkaping gerechtvaardigd. Drie uitputtende weken later, op 11 juni, werd de trein op last van de regering door politie, leger en mariniers overmeesterd. Een inferno waarbij het grote gevaar was dat de kapers tijdens de strijd veel gijzelaars zouden doodschieten. Het werd een bloedige strijd van een kwartier, waarbij zes kapers en twee gijzelaars werden gedood. Ik herinner me het geluid, ik woonde er niet ver vandaan. Nu, 37 jaar later, wordt onderzoek gedaan naar de bevrijdingsactie. Met name wil een advocaat namens nabestaanden van de kapers precies weten of de mariniers de Molukkers willens en wetens hebben geëxecuteerd of dat ze ook levend gearresteerd hadden kunnen worden. Het inferno en de hectiek van toen worden nu in de rust van een studeerkamer geanalyseerd. Mijn hart zegt: belachelijk. De kapers waren bewapend, ze dreigden met executies en hadden het leed van velen al op hun geweten. De mariniers moeten geen verdachten worden, maar helden blijven. Mijn verstand zegt: Een beschaafd regime vermoordt geen burgers. Zelfs geen verdachten. Bij verdenking van machtsmisbruik moet de onderste steen boven komen. Doen we dat niet, dan blijft er twijfel. Ik wil niet twijfelen aan het geweldsmonopolie van Nederlandse staat. Het onderzoek, hoe pijnlijk ik het ook vind, is onderdeel van een overheid die mijn vertrouwen waard is.

 

Hein Bloemink

 

Augustus 2013

Nieuwshonger

We zijn verslaafd aan nieuws en 1001 media voeden die verslaving. Er gaat geen minuut voorbij of we krijgen te horen en zien wat er gebeurt in de wereld. De definitie van nieuws is dat het afwijkt van het ‘gewone’. Nieuwsgebeurtenissen geven dus geen beeld van de wereld zoals die is, maar geven een beeld van de afwijkingen en excessen. In die zin geven de nieuwsmedia ons dus een zwaar verminkt beeld van de werkelijkheid. Dat is ongeveer de strekking van een boekje van Rob Wijnberg dat ik deze zomer met stijgende verbazing heb zitten lezen. Allemensen, hij zet mijn wereld op zijn kop. Heb ik altijd gedacht dat je juist een goed beeld kreeg van de wereld door de nieuwsmedia bij te houden. Nu denk ik daar anders over. Bij Syrië denk ik alleen aan bloed en gifgas, terwijl er ook dorpjes zijn waar mensen ’s ochtends vredig thee zetten. Bij Afghanistan denk ik alleen aan Taliban, terwijl er ook vrouwen zijn die blij het leven schenken aan een baby. Bij Egypte denk ik aan bloeddorstige moslimbroeders, terwijl in dorpjes in het zuiden kinderen op straat spelen en vaders naar hun werk gaan. Het boekje heeft mij ook laten nadenken over Haren de Krant. In hoeverre heb ik alleen oog voor het afwijkende? In hoeverre laat ik in de krant het dorp Haren zien zoals het werkelijk is? Ik ben er redelijk gerust op. De artikelen gaan zelden over excessen en incidenten, maar veel vaker over gewone mensen. Het is de kunst om in dat ‘gewone’ juist het mooie te zien. Wie dat kan is een rijk mens en heeft geen vertekend beeld van de wereld om zich heen. Het boekje van Rob Wijnberg heeft mij  waakzaam gemaakt bij het consumeren van nieuws en heeft mij bevestigd in mijn diepe overtuiging dat de schoonheid van het leven zit in het gewone en niet in het afwijkende. Zie het, waardeer het.

 

Hein Bloemink

 

Juni 2013

Slappe Tinus?

Een paar weken geleden zei een raadslid uit Haren mij: ‘Jij bent in de krant wel mild voor de gemeente, want de gemeente is een klant van jou.’ Zij doelde op het feit dat wij ieder jaar de officiële gemeentegids van Haren uitgeven. Er zijn meer mensen die denken dat ik de gemeente Haren liever uit de wind houd, omdat ik misschien wel advertenties aan ze verkoop. Ik schrik daarvan, want het klopt natuurlijk niet. De gemeente Haren plaatst geen advertenties in onze krant, maar in het Harener Weekblad. Bovendien geven wij de gemeentegids geheel voor eigen risico uit. De gemeente Haren hoeft daarvoor niets te betalen. Wij moeten het zelf verdienen met de verkoop van advertenties. Haren de Krant en ik zijn dus op geen enkele manier afhankelijk van de gemeente. Dat betekent echter niet dat ik de gemeente en haar medewerkers als kanonnenvlees gebruik. Ik ben kritisch en ik vraag door als ik denk dat men om de hete brij heen draait. Maar ik ben niet uit op de scalp van ambtenaren om daarmee te ‘scoren’.  Ben ik dus een slappe Tinus? Onze krant wil een bijdrage leveren aan het duiden van ontwikkelingen. We willen chaos beschrijven, maar niet veroorzaken. Ik vind het prima om een functionaris aan te vallen op zijn daden, niet op zijn persoon. Ik ga primair uit van oprechte bedoelingen van mensen (ook politici in raad of gemeentebestuur), tenzij ik merk dat het anders is. Even in uw herinnering terugroepen: Haren de Krant heeft de laakbare parkeerbonnen-affaire naar buiten gebracht. En onthuld dat een wethouder een fusie met Tynaarlo voorstond, met alle gevolgen van dien. Haren de Krant heeft kritisch geschreven over de gemeentelijke dwalingen rond winkelcentrum Oosterhaar. Wie van mij een sfeer van ‘Geen Stijl’ verwacht, moet ik teleurstellen. Positief-kritisch, in harmonie en met respect voor de inzet van mensen (ja, ook politici en ambtenaren)…zo wil ik deze krant maken.

Hein Bloemink

 

 mei 2013

Gratis parkeren

Betaald parkeren is (terecht) een grote ergernis van veel winkeliers in Haren. Parkeermeters zijn immers een irritante hindernis voor het publiek. Kooplustig publiek moet je niet hinderen, integendeel. Parkeermeters sturen een negatieve boodschap uit: je mág hier komen kopen, maar je moet eerst betalen. Wat zou uw verjaarsvisite ervan vinden als zij een euro moeten betalen om bij uw huis te mogen parkeren? De gemeente Haren heeft rond 2000 het betaald parkeren ingevoerd om ‘langparkeerders te weren en niet als melkkoe’ (quote wethouder B. Hoekstra). Inmiddels boekt de gemeente winst op het parkeren. In 2010 was dat 133.000, in 2011 was het 211.000 en in 2012 maar liefst 278.000 euro. Me dunkt, voor de wethouder financiën is het nu wel een melkkoe geworden. Kunnen we niet een manier verzinnen om het parkeren weer gratis te maken, zodat er meer klanten in Haren komen kopen? Een manier waarbij de gemeentekas niets te kort komt. Ik denk dat het kan, als we parkeerders op het Transferium Haren een bescheiden bijdrage per dag gaan vragen van 2,00. Dat zijn mensen die Haren gebruiken als parkeerplaats om per bus door te reizen naar de stad. Op werkdagen staan er straks op het uitgebreide transferium gemiddeld 600 auto’s. Inkomsten 1200,- per dag. In een week is dat 6000,-. In een jaar (ik reken 48 weken) is dat 288.000 euro. Ziehier, het bedrag dat de gemeente Haren nu ook verdient. Handhaving op transferium wordt goedkoper (overzichtelijk), voor de parkeerders aldaar is het flink goedkoper dan in de stad parkeren. En in Haren geven we de lokale economie weer een impuls. Wethouder, wanneer beginnen we?

Hein Bloemink

 

maart 2013

Yolo

Economie is emotie. Als het gerucht gaat dat er vervuilde grond zit onder een nieuwbouwplan, dan koopt niemand meer een perceel. Ook als het gerucht helemaal niet klopt zal de verkoop dus stagneren. Feitelijk heeft de verspreider van het gerucht dus de macht en een negatieve invloed op een stukje economie. Daar lijden makelaar, ontwikkelaar en bouwers onder. In mijn simpele geest is deze wetmatigheid er de oorzaak van dat we nu in een recessie zitten. Gelukkig is de oplossing simpel. Als negatieve berichten een economie kunnen ondermijnen, zouden positieve berichten het tij dus ook kunnen keren. Ik zou willen dat alle media terstond stoppen met het verspreiden van negatieve berichten over de economie. Op de woorden recessie en crisis komt een boete te staan van 10.000 euro. Als we nou eens één maandje louter zouden lezen over succesvolle bedrijven, over mensen met innovatieve ideeën. Die berichten zouden de beste antidepressiva zijn die je je maar kunt wensen. Wist u dat de aandelenbeurs alweer veel hoger staat dan in 2009? Dat de Amerikaanse economie weer bescheiden groeit? Volkswagen zoekt de komende vijf jaar 50.000 nieuwe medewerkers. Er is volop werk voor pianomonteurs. De biologische markt groeit sneller dan de Chinese economie, de Nederlandse gaming-industrie groeit dit jaar 20%, de export naar Duitsland blijft stijgen. In de zorg groeit de werkgelegenheid ook in onze regio, het BTW-tarief voor arbeidsloon in de bouw blijft voorlopig laag en last-but-not-least: we leven nog steeds in weelde. Laten we onze zegeningen tellen en uit het leven halen wat er in zit. De nieuwe strijdkreet daarbij: YOLO. En dat betekent: You Only Live Once.

Hein Bloemink

 

februari 2013

Vies!

Een mens laat sporen achter, altijd. Daarom moet je thuis stofzuigen, dweilen en opruimen. Om onze sporen van vuil te wissen is er een beroepsgroep nodig die ik bewonder: schoonmakers. Die maken vakkundig schoon in kantoorpanden, scholen en andere openbare gebouwen. Maar hoe komt het nou dat veel mensen zich in openbare gebouwen opeens gedragen als beesten? Ga eens kijken in de toiletten langs snelwegen, grote keutels plakken aan de wc-bril. Of in kantoorpanden, het herentoilet. Kunnen wij mannen op de zaak opeens niet meer richten? Of in schoolgebouwen, waar muren worden beklad, schoolpleinen bezaaid liggen en er tegen de muren wordt gepist en gepoept. Weten scholieren niet beter? De oorzaak is: minachting. De gedachte is kennelijk: daar zijn schoonmakers toch voor? Schandelijk! Een schoonmaker wordt weliswaar geacht de normale sporen van het dagelijks leven op te ruimen en te reinigen, maar is geen slaaf die goed genoeg is voor ziekelijke drek. Een schoonmaker is een mens met een naam, misschien met kinderen, met plichtsbesef, met een neus die poep en pis kan ruiken en een maag die zich kan omkeren van walging. Wie zijn wij om ze te misbruiken en te minachten? Als ik eens dieper nadenk over dit gedrag, dan kom ik tot de conclusie dat hier sprake is van een ziekelijke vorm van het denken in ‘rangen en standen’. Men likt omhoog en trapt omlaag. De schoonmaker staat kennelijk niet hoog op de ladder des aanziens. Dus die krijgt alle shit en klachten over zich heen. Vies gedrag, maar nog veel meer…een heel vuile mentaliteit.

 

Hein Bloemink

 

 

 januari 2013

Loslaten

Ik hou van mijn schoonmoeder (88). Ja, ik snap dat ik met deze ontboezeming indruis tegen de heersende opvatting dat schoonmoeders er zijn om te verafschuwen. Ik heb me afgevraagd waar dit imago van schoonmoeders vandaan komt en kom tot de conclusie dat het te maken heeft met ‘de kunst van het loslaten’. Schoonmoeders hebben kennelijk vaak moeite om hun zoon of dochter toe te vertrouwen aan  een levenspartner. Dat leidt tot ‘hentjesgedrag’. Schoonmoeders voeren een ondergrondse strijd, leggen landmijnen en lijken er op uit om nieuwe levenspartners te verjagen. Die spanning wordt natuurlijk alom gevoeld en ik weet zeker dat hierdoor verhoudingen onder druk komen te staan. Niet zelden ontstaat zelfs verwijdering tussen de moeder en het kind, dat zij juist zo krampachtig vast wil houden. Mijn schoonmoeder verstaat de kunst van het loslaten wél. Ze verliet in 2000 haar dierbare huis in Glimmen omdat de tijd rijp was. Ze verliet vorig jaar haar dierbare huisje in Haren, ook omdat de tijd rijp was voor een seniorenflat. Ze moest haar man in 2009 loslaten door dementie en aanvaardde het, liet hem over aan de zorg van anderen. Ultieme vorm van loslaten. Ze typte altijd haar brieven op een typemachine, zag internet groeien en bekwaamde zich daarom in mailen. Loslaten van oude structuren en alles wat je zo vertrouwd is, is heel moeilijk.  O, wat zie ik vaak hoe het krampachtig vasthouden juist leidt tot het averechtse effect. Hoe oude mensen blijven wonen in vervallen en té grote huizen, terend op herinneringen. Omdat ze niet kunnen loslaten. Nu mijn dochters niet meer thuis wonen blijf ik ze soms demonstratief onderaan de trap roepen voor het eten. Hoon is dan mijn deel. Loslaten is een kunst. Van mijn schoonmoeder kan ik nog veel leren.

 

Hein Bloemink

3 reacties

pieter zegt:

Loslaten of vasthouden is dan de vraag. Mijn moeder meost ik lostaten in 1966. Mijn schoonmoeder werd mijn moerder en inderdaad die moest ik lodlaten in 2012. Maar loslaten is in herinnering juist ook vasthouden.
Dus Hein loslaten is een kunst,maar vasthouden is het ware.
Pieter Terpstra

ceesvn zegt:

Beste Hein,je hebt zonder meer gelijk en gelukkig heb ik zelf ook liever een glas half vol dan half leeg.
De eerste 3 mnd van het jaar zijn echter desastreus voor meerdere branches,zo reppen o.a.de brancheorg.Mitex(kleding,schoenen)en Bovag(auto’s)over omzetdalingen van 30% t.o.v. 2012 en dat jaar was al weer veel slechter dan andere jaren.Dit betekent geheid nog meer kaalslag in het MKB,we zullen steeds meer lege winkelpanden zien.Het weer hebben niet in de hand,dus treft wat dat betreft niemand blaam.
Ergerlijk is echter wat er gebeurt met Outlet Klugkist.
Dat Jacco Smit door een onhandige deal nog huur moet betalen tot eind 2013 en daarom met plaatselijke ondernemers wat wil verdienen is te verdedigen maar het is een schande dat je je winkel een week verhuurt
aan een opportuniste die in het DVHN ongegeneerd aangeeft
dat ze even een week “winkeltje komt spelen”.
Deze dame heeft een baan in de medische sektor,manlief
kent een curator en ze kopen voor een prikkie 4000 pr schoenen en o.a. kindermerkkleding en komen even een week onder de duiven schieten van de plaatselijke middenstand.Ze laten piepjonge kinderen flyeren,ze hebben geen enkele after sales service(want de vogel is gevlogen)en vervolgens
trekt men naar een andere plaats.
Voor dit soort profiteurs zou geen plaats moeten zijn
en dat is wel degelijk te beinvloeden.
Ik kan alleen maar hopen dat deze dame en haar gezin nog vele,vele jaren die troep moeten dragen die ze voor een prikkie kochten en ons wilden aansmeren.

G.A. Kleiker zegt:

Gratis parkeren??? IK BEN VOOR! 25 juni. Onlangs was de automaat van de parkeergarage in Haren gekraakt, en dus kon men als winkelend publiek daarvan profiteren!! Ik las dit op de facebook site van een delicatessen restaurantje. Omdat wij wekelijks even naar Haren komen om er gezellig een cappuccino te drinken en even de markt over gaan/ winkels te bezoeken,een ijsje halen etc, is het voor ons een uitje, om even de zinnen te verzetten en de week af te sluiten! De Gemeenten mogen eigenlijk blij zijn dat mensen van ver(der), en niet uit eigen dorp dus, hun plaats en daarbij de winkels komen bezoeken. Wij zoeken daarom ook nog steeds de plekken op waar wij onbetaald mogen parkeren. Alhoewel dit in Haren ook steeds moeilijker wordt. Daar waar je eerst nog aan de Rijkstraatweg gewoon op parkeerplaatsen, naast de doorgaande weg, je auto kon neerzetten waar niemand er last van had, ook omdat bewoners daar allen een eigen grote oprit en garages hebben, moet je nu ervaren dat al die parkeerhavens nu aldoor leeg staan. Ook alleen bezet kunnen worden door vergunninghouders, maar die staan er ook niet vreemdgenoeg. Maar hoezo vreemd, dit is niet om vergunninghouders meer plaatsen te bieden, dit is om meer geld binnen te halen, dus o.a. weren van de mens met de kleine beurs! Zolang IK kan,(met mijn niet zichtbare beperking) lopen WIJ nu wel een stukje verder, omdat we niet overal aan mee willen doen om de kas nog verder te spekken…. Maar voor hoe lang nog, want iemand met reuma kan de ene dag meer aan als de andere, en als we nog verder moeten lopen houdt het op voor ons. Chronisch zieken hebben al meer onkosten, en parkeergarages/geldmeter tarieven zijn dusdanig hoog, dat mensen keuzes gaan maken. Een uitje moet leuk blijven, en geen optelsom worden van onkosten. In mijn geboortedorp Roden, kun je nog naar hartelust winkelen, een echt winkeldorp dat veel variëteit aan winkels heeft, zonder parkeermeters , maar wel met een zee aan parkeerplaatsen, allemaal gratis. Maar omdat je ook wel eens elders wilt zijn, ga je op zoek naar andere leuke gezellige plekken.
Ik ben het dan ook roerend eens met de collumn die Hein Bloemink schreef over gratis parkeren!
G.A. Kleiker

Wilt u reageren?




Wij plaatsen alleen inhoudelijke reacties. Reacties met voornamelijk slogans en kreten worden niet gepubliceerd.