Houtstek inzet van principekwestie Harenermolen
De gemeente Haren wil dat de familie T. van Os/R. van den Hoofdakker uit Harenermolen de pasgebouwde houtstek in hun achtertuin afbreekt. Het bouwsel is volgens de letter van het geldende bestemmingsplan namelijk illegaal. De familie Van Os/Van den Hoofdakker erkent dat de houtstek haaks op het bestemmingsplan staat, maar zegt dat de gemeente een uitzondering moet maken. Daarvoor zegt men goede redenen te hebben.
Het geschil tussen de gemeente (handhaver) en familie (overtreder) vraagt om politiek koorddansen van de gemeente Haren. Ruth van den Hoofdakker meent dat de gemeente mag afwijken van een bestemmingsplan als daarvoor goede redenen zijn. “In ons geval zijn er goede redenen”, zegt ze. “Om te beginnen is de houtstek in onze achtertuin vanaf de openbare weg geheel onzichtbaar. Dus kan niemand zich er aan storen. Verder heeft hier tientallen jaren een houtstek gestaan van de vorige bewoners. Die is door de gemeente Haren gedoogd. Weliswaar is daar een boom op gevallen en hebben we die oude stek moeten slopen, waardoor er een aantal jaren geen bouwwerk stond, maar toch menen we dat we mogen voortborduren op die oude situatie. Tenslotte is onze tuin zwaar getroffen door de kastanjeziekte. Tientallen bomen hebben het loodje gelegd en die mogen ons terrein niet zomaar af. Wij hebben de houtstek weer opgebouwd om dat hout te kunnen opslaan.”
Ruth van den Hoofdakker snapt dat de gemeente haar bestemmingsplannen als uitgangspunt neemt en ook wil handhaven. Maar ze vindt ook dat een gemeente gebruik moet maken van de mogelijkheid om af te wijken als blijkt dat handhaving onnodig en potsierlijk is omdat niemands belangen werkelijk worden geschaad. “Het bestemmingsplan is bovendien nogal verouderd. Onze tuin heeft een agrarische bestemming, dat zegt genoeg.”
De gemeente heeft het voornemen om het verzoek om een uitzondering van de familie Van Os/Van den Hoofdakker af te wijzen. Dat betekent dat het bouwsel gesloopt moet worden. Maar Ruth van den Hoofdakker legt zich daar niet bij neer. “Dan gaan we in beroep en desnoods laat ik onder de houtstek wieltjes monteren. Dan is het geen bouwwerk meer.” Inmiddels zijn de bewoners met een handtekeningenlijst rondgegaan in de buurt met de vraag of men bezwaar heeft tegen de houtstek. Algemene indruk is dat het de omwonenden worst is of er wel of geen houtstek staat.

7 reacties