Over faillissementen in het noorden
Mr. A.L.S. Verhoog van het kantoor Van der Maas & Verhoog aan het Raadhuisplein in Haren, heeft een verhandeling geschreven over faillissementen in onze regio. Door mr. A.L.S. Verhoog
Traditiegetrouw zijn de aantallen faillissementen weer te geven als een golfbeweging, evenals de stijging en daling van de economie als geheel overigens. Zo was in het jaar 2000 een dieptepunt waar te nemen; er waren toen landelijk bezien slechts 4.498 faillissementen. Vanaf 2001 nam het aantal faillissementen jaarlijks toe tot 2005, in welk jaar met 10.082 faillissementen een piek was waar te nemen. Een dergelijk cijfer was toen zeer hoog te noemen, in vergelijking met de decennia daarvoor. Vanaf 2006 daalde het aantal faillissementen weer geleidelijk tot 6.847 in 2008.
In 2009 werd weer een piek verwacht en ditmaal een dramatische. Daarover is en wordt nog steeds veel gezegd en geschreven. Dat er dit jaar meer faillissementen worden uitgesproken dan vorig jaar is al een feit. Dat er in de meeste delen van Nederland van een meer dan conjunctuurgebonden stijging kan worden gesproken is ook een feit. Tot op heden blijven de provincies Groningen en Drenthe nog enigszins achter bij de landelijke groei van faillissementen van 62%. Friesland laat procentueel een grotere (geprognosticeerde) groei zien: daar waar Friesland in 2008 161 faillissementen had, heeft het er begin juni 2009 al 130.
De stijging in 2009 is een abrupte stijging, daar waar er gedurende de afgelopen decennia telkens een geleidelijke stijging over een aantal jaren was waar te nemen. Zoals vermeld was er sedert 2005 een geleidelijke daling waarneembaar. Zou de stijging zoals die nu zichtbaar is over de eerste vijf maanden van 2009 zich voortzetten, dan zal in een jaar tijd de piek van 2005 worden overtroffen. In 2008 waren er bijvoorbeeld in de provincies Groningen, Friesland en Drenthe respectievelijk 242, 161 en 260 faillissementen. Tot en met mei 2009 zijn er in de genoemde provincies respectievelijk ca. 150, 130 en 150 faillissementen uitgesproken. Zou die trend zich voortzetten, dan zouden we voor het hele jaar 2009 op respectievelijk 360, 312 en 360 uitkomen. Als men bedenkt dat die cijfers in 2005 op respectievelijk 314, 240 en 269 lagen, dan is ook in absolute cijfers duidelijk dat in 2009 de piek van 2005 in een klap zou worden overstegen.
De aldus als dramatisch en abrupt te typeren stijging belooft weinig goeds voor de rest van het jaar, zeker als men bedenkt dat er traditiegetrouw veel faillissementen worden uitgesproken na de bouwvakvakantie. Een belangrijke reden daarvoor is de volgende: bedrijven die het moeilijk hebben zullen problemen ondervinden met het uitbetalen van het vakantiegeld in mei/juni. Dat is immers een grote extra financiele last voor bedrijven die al krap zitten. Wanneer het vakantiegeld niet worden betaald zal het personeel deze, met enige vertraging, opeisen. Rechtsmaatregelen zijdens het personeel worden dan vaak over de vakantieperiode heen getild, waarna ze in augustus/september, vaak met steun van de vakbonden, volop aan bod komen. Vanwege vaak tegenvallende omzetten tijdens de komkommertijd van de vakantieperiode kunnen bedrijven de rechtsmaatregelen dan veelal niet afwenden, met faillissementen als gevolg. Zou deze praktijk zich ook dit jaar weer voordoen, dan zouden we althans in het Noorden wel eens de hoogste faillissementscijfers van de afgelopen decennia kunnen waarnemen.
mr. A.L.S. Verhoog
Van der Maas & Verhoog Advocaten en Belastingkundigen, Haren
(Cijfers deels ontleend aan CBS en insolventies.rechtspraak.nl)
Geen reacties