De krant die je leest van A tot Z
Woensdag 1 Juli, 2026
Deze post is bekeken 99 keer.

woensdag 22 augustus 2012

Nieuws:

Preek online: Zondag 19 augustus Gorechtkerk

Door: Redactie

Ds. Marja de Jager sprak zondag de onderstaande preek uit.

Zondag 19 augustus 2012                   O.T. Jesaja  35: 1-10;  N.T. Marcus 7:31-37

 

Gemeente van onze Here Jezus Christus,

 

Op zo’n warme dag als vandaag –  waarop sprake is van tropische temperaturen – kunnen we wellicht iets ervaren van de droogte en hitte van de woestijn. Van die eindeloze, kale vlakte. Van die onvruchtbare wildernis, waarin amper te overleven valt. Jesaja gebruikt dit beeld van de woestijn voor de politieke en sociale situatie van zijn tijd. De samenleving leek op zo’n dorre, droge zandvlakte waarin kwetsbare en gewone hardwerkende mensen verdwaalden en dorst leden, omdat de elite al het goede voor zich opeiste. En altijd waren daar de vijanden die op de loer lagen waardoor de kosten voor oorlogstuig de pan uitrezen. Hoe ver staat zo’n maatschappij af van het scheppingsideaal? Van het paradijs waarvan God telkens weer zag dat het goed was.

 

Woestijn en paradijs vormen elkaars tegenpolen. De onvruchtbare woestijn tegenover de bloeiende hof. Jesaja zoemt hierop in. Scherp observeert hij hoe wanbeheer kwetsbare mensen opslokt en buitensluit. Met krachtige  stem bekritiseert hij godsdienstige, politieke en sociale systemen. We herkennen ons er in wanneer wij ons afvragen waar het met onze wereld en onze huidige maatschappij naar toe gaat. Staande op de drempel van de tweede kamer verkiezingen op 12 september bezinnen we ons erop wat onze maatschappij nodig heeft en wat onze bijdrage is aan europa en de wereld daarbuiten. Wij leven nu eenmaal tussen woestijn en paradijs. En dat kan ons een houding geven van:  ‘Wat hebben we nu echt voor invloed op het wereldgebeuren?’  ‘laten we eerst en vooral goed voor onszelf zorgen’. Wij scheppen ons eigen paradijs en laten anderen voorploeteren in de woestijn.

 

Jesaja’s profetische levenshouding roept op tot een denken en redeneren vanuit een breder perspectief. Vanuit een blik die verder reikt dan onze eigen belangen, denkbeelden en voorstellingen. Jesaja’s blikrichting wordt bepaald door het Messiaanse perspectief van hoop, van gerechtigheid, van herstel van een paradijselijk leven onder Gods beheer. Voor zijn ogen doemt een visioen op van de woestijn die jubelt en juicht, die opbloeit en bevrucht door klaterende bronnen van helder water. Mensen die stof hapten, laven zich aan Gods bronnen. Blinden worden de ogen geopend, de oren van doven ontsluiten zich. Verlamden springen als herten en de mond van stommen jubelt. Zo heeft God het leven bedoeld. Heelheid van de schepping waarin elk mens zich veilig voelt zichzelf te zijn, om zich open te stellen, om zich zonder schroom te richten op God en op elkaar.  Dit is Jesaja’s hoop en vertrouwen:

het wordt anders, het wordt beter, de woestijn zal bloeien als het paradijs van het begin. Zo heeft God het gewild.

 

Dit visioen van de bloeiende woestijn is misschien wel een van de mooiste dat we kennen. Wat kunnen we ernaar verlangen, naar zo’n tijd. Naar zo’n paradijselijk bestaan waarin we niet meer bang hoeven zijn, waarin we geen pijn meer kennen, waarin er geen oorlog en onvrede meer is. Zeker in tijden waarin we onszelf als woestijnbewoner zien. Het leven valt ons zwaar en God lijkt zover weg. Waar blijft God nu met zijn belofte van een de dorre vlakte die vrolijk zal zijn en de wildernis die zal jubelen en bloeien? Ook in ons eigen leven? God toont Jesaja dát dit kan. Hoe leven op aarde vreugde kan geven en vruchtbaar kan zijn. Als we dit afdoen als een fata morgana, een luchtspiegeling, als we ons hier op geen manier aan kunnen of willen toevertrouwen, wat is dan ons perspectief? Waar wortelt ons geloof dan in? God is het immers zelf die hiervoor garant staat. Op God vertrouwen betekent leven met het visioen voor ogen van de woestijn die opbloeit tot paradijs. Die hoop hield Jesaja gaande, in zijn strijd tegen onrecht en onvrede.  Die hoop legt God ons in het hart om te overleven, om volop te leven,  tussen woestijn en paradijs. Die hoop heeft God werkelijkheid doen worden in Jezus, Messias.

 

Jezus herschept de dorre vlakten der woestijnen tot paradijselijke oases waar mensen opengaan en tot hun recht komen. Zo horen we vanmorgen het verhaal van een dove die tot Jezus wordt gebracht. We beluisteren het tegen de achtergrond van Jesaja’s visioen waarin hij ziet dat doven zullen horen en stommen zullen spreken. Met Jezus is die tijd aangebroken. God laat van zich horen. Hij breekt in de tijd. Het Messiaanse rijk is ophanden en Jezus is hiervan het zichtbare bewijs. Woestijn wordt paradijs waar Jezus komt, geneest, spreekt en gehoord wordt. Wat een gemis als je dan doof bent. Niet kunt horen, noch een stem hebt om te spreken. Een woestijn van stille eenzaamheid omringt je. Gejubel noch gejuich dringt tot je door. De ander is er wel, maar altijd buiten gehoorafstand. Zal de dove uit ons verhaal aan den lijve mogen ervaren waar Jesaja lang geleden over gesproken heeft? Zal hij verlost worden? Zijn oren opengaan, zijn mond jubelen? Zal zijn leven openbreken en zal hij iets mogen horen en zien van een stukje paradijs, die messiaanse tijd?

 

Waar Jezus Messias een mens ontmoet, bloeit de woestijn. Maar dat gaat niet vanzelf. Uiterst nauwkeurig beschrijft Marcus wat Jezus allemaal doet. Allereerst neemt hij de man apart. Jezus  ontmoet de dove in zijn eigen afgezonderde wereld. In zijn doodse, dorre bestaan dat afgesneden is van elk diepgaand menselijk contact. In zijn ontmoeting met de dove neemt Jezus afstand van de menigte. Als een verre schaduw  schouwen ze, meer laat Jezus niet toe. Zijn messiaanse krachten  verspilt hij niet aan een spektakel show.

Hier is geen wonderdokter aan het werk die met veel ophef een groot publiek wil zich wil winnen.  Jezus’ genezende kracht is gericht op het innerlijk van de mens. Deze dove, stomme, mens heeft geen leven en daar legt Jezus zich niet bij neer. Hij is teken van het visioen dat het anders kan, anders wordt. Nee, Jezus doet dit niet met twee vingers in zijn neus. In plaats daarvan stopt Jezus zijn vingers in de oren van de dove, spuugt, raakt zijn tong aan, kijkt op naar de hemel en zegt  ‘Effatha’ wordt geopend!! In uiterste concentratie roept Jezus de hemel, zijn vader aan, na eerst in gebarentaal de dove aangesproken te hebben. Hier eerst de tekenen, dan het woord: wordt geopend! Hierop hoort en spreekt de dove.

 

Wie iets wil ervaren van het visioen van de bloeiende woestijn, van de messiaanse tijd, tegen hem en haar wordt gezegd: Effatha, wordt geopend!

Open je hart voor God die leven geeft; Open je oren voor Jezus’ woorden van heil en zegen; open je ogen voor zijn tekenen van genezende liefde; open je handen om zijn goedheid te ontvangen. Open heel je bestaan voor een leven gericht op het messiaanse perspectief van Gods koninkrijk. Waarin het toegaat zoals Jezus ons heeft opgedragen en voorgedaan. Dan zal in de woestijn van onze werkelijkheid nieuw leven ontkiemen en zullen nieuwe vergezichten zich aandienen. Hoor naar het woord van de Heer: wordt geopend! En ervaar daarin wat het leven in Jezus’ Naam worden kan! Amen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Geen reacties

Wilt u reageren?




Wij plaatsen alleen inhoudelijke reacties. Reacties met voornamelijk slogans en kreten worden niet gepubliceerd.