Trijntje Aalfs uit Haren is 105. Haar geest blijft eeuwig jong. Lees meer…
“Ik op de foto? Nee. Dat wil ik niet. Zo’n oud gezicht!” zegt mevrouw Trijntje Aalfs vastbesloten. Ze werd deze maand 105 jaar oud en wilde best iets vertellen aan de krant, maar dan zónder foto. Daarom bij dit artikel een plaatje van Haren uit de jaren 20, de tijd dat mevrouw Aalfs (1910) een kind was. Niet in Haren overigens, maar in Ulrum.
“Mijn vader had een bedrijf waar hij dorsmachines aan boeren verhuurde. Die werden door paarden getrokken. Er werkten dertien mensen in zijn bedrijf”, zegt mevrouw Aalfs. We schrijven 1910, Ulrum. Dorp hoog in de provincie, waar geen auto’s reden, maar wel rijwielen. “Mijn ouders hadden ook een café, waar de mensen uit de omgeving soms wat kwamen drinken. En als handelaren in Zoutkamp goede zaken hadden gedaan kwamen ze een borrel drinken in het café.” Thuis liepen nog wat varkens en koeien, maar een echte boerderij was het niet. Trijntje Aalfs had een tweelingbroer. Haar zusje overleed al op driejarige leeftijd. “Toen ik opgroeide kon ik niet dromen over een beroep, want mijn moeder zei dat ik dienstmeisje zou worden. Eerst in ons eigen huis, later ben ik in Apeldoorn gaan werken. Tja, je wilt eens wat zien van de wereld”, lacht de 105-jarige. Tijdens het gesprek houdt zij haar ogen met haar vingers open, omdat de ouderdom zijn sporen achterlaat op haar oogleden. Ze leest de krant nog met bril. “Vandaag verhaal over Koos Huizinga gelezen. Die is overleden.”
In Noordwolde ontmoette zij haar man, die vijftig jaar lang als ‘correspondent’ bij uitgeverij Wolters werkte (later Wolters Noordhoff). Het paar kreeg een zoon, die nu de familieboom laat groeien. Er zijn kleinkinderen en achterkleinkinderen, die haar op een foto toelachen. De foto staat recht voor haar op de tafel. In 1980 overleed haar man, ze bleef wonen in hun mooie huisje in Noordwolde. Dat lukte met de hulp van een lieve dame en een tuinman. “De dokter zei: komt het bejaardenhuis in zicht mevrouw Aalfs? Ik zei, niks ervan.” Uiteindelijk zag mevrouw Aalfs in dat de tijd rijp was voor zorg. Ze verhuisde in 2006 naar Avondlicht in Haren. Nu woont ze in De Dilgt en is vol lof over de zorg. Veel zorg heeft ze nog niet nodig trouwens.”Ik kom de kamer niet meer uit, dat durf ik niet omdat ik duizelig ben en slecht kan zien. Maar in mijn kamer lukt alles nog zelf. Met stok”, zegt ze. In haar stem geen spoortje verbittering of cynisme. Ze gelooft in God en denkt dat hij er de hand in heeft dat zij zo gezond oud kan worden.
Mevrouw Aalfs is geheel bij de tijd. Een gesprek met haar vraagt geen enkele gebruiksaanwijzing. “Mijn geest is zoals die altijd was toen ik jong was”, zegt ze desgevraagd. Haar lichaam is chronisch vermoeid (‘door de leeftijd’) maar haar geest is dat allerminst. Ze leeft anno 2015 in een lichaam van 1910. Een uiterst boeiende gewaarwording om deze vrouw te ontmoeten. “Ik heb nog zin in het leven. Ik verveel me niet en heb ook niet het gevoel dat ik alles al eens heb meegemaakt. O, ik heb heel veel meegemaakt hoor, twee oorlogen bijvoorbeeld. Maar ik heb nog plezier in het leven. Ik weet wel dat het op het eind loopt. Of ik daar verdrietig van word? Nee hoor. Ik heb daar vrede mee.”
Op de foto onder: Dorsmachine uit de jaren 20….

3 reacties