De krant die je leest van A tot Z
Donderdag 2 Juli, 2026
Deze post is bekeken 325 keer.

zondag 15 juli 2012

Nieuws:

Rutger Kopland in Glimmen overleden

Door: Redactie

Het was ons al bekend, maar op verzoek van de familie van Rutger Kopland bewaarden we de publicatie voor later. Echter, vandaag hebben websites en landelijke media, waaronder de Volkskrant zijn dood gepubliceerd. Woensdag 11 juli in de late avond kwam een einde aan het leven van een markante Glimmenaar met landelijke bekendheid: Rudi van den Hoofdakker. Met hem stierf ook zijn alter ego: Rutger Kopland, de dichter. Zij werden 77 jaar.

Volgens zijn familie was een hartstilstand in 2005 een keerpunt en werd hij daarna nooit meer helemaal wie hij voordien was. Zelf was Kopland daarover ook duidelijk in interviews (zie onder). De dichtende psychiater kreeg tijdens het autorijden een hartstilstand en werd door een brandweerman gereanimeerd. Sindsdien had hij geheugenproblemen. Het laatste jaar werd zijn toestand slechter. Hij trad nog mondjesmaat op voor publiek. De laatste keer was in Dieren 13 mei.   Dat werd steeds zwaarder en Kopland had zelf al het gevoel dat dit zijn laatste publieke optreden was geweest. Als je een leven lang juist oneindig kunt putten uit je creatieve geest, is het uitblussen daarvan een zware last. Vorige week verslechterde zijn toestand en overleed hij thuis in Glimmen, omringd door vrouw en drie dochters.

Woensdag 18 juli is er een uitvaartdienst in de Martinikerk te Groningen, alleen voor genodigden.

Korte biografie:

Rutger Kopland is de schrijversnaam van de psychiater R.H. van den Hoofdakker (1934). Van den Hoofdakker was hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen. Als onderzoeker en behandelaar hield hij zich persoonlijk vooral bezig met de betekenis van de slaap en de biologische klok voor het emotionele leven van zowel gezonde als psychisch gestoorde mensen. Daarbij werkte hij ook als psychotherapeut. Behalve artikelen en hoofdstukken in wetenschappelijke tijdschriften en leerboeken schreef hij ook essays over psychiatrie in de algemene maatschappelijke context. Een aantal van deze stukken werd opgenomen in De mens als speelgoed (1995) en in Twee ambachten (2003).

Als Rutger Kopland publiceerde Van den Hoofdakker veertien gedichtenbundels. Hij debuteerde in 1966 met Onder het vee, zijn meest recente bundel is Toen ik dit zag, die verscheen in het najaar van 2008. Kopland schreef daarnaast literaire essays: Het mechaniek van de ontroering (1995) en Mooi, maar dat is het woord niet (1998). Al jaren behoort Kopland tot de meest gelezen dichters in ons land. Bloemlezingen uit zijn werk verschenen in onder meer in Engeland, Finland, Frankrijk, Ierland, Israel, Italië, Noorwegen, Polen en de Verenigde Staten; bundels in het Duits en Italiaans zijn in voorbereiding.

In 1999 en in 2001 ontving Van den Hoofdakker / Kopland eredoctoraten van respectievelijk de Universiteit voor Humanistiek en de Rijksuniversiteit Utrecht, in beide gevallen voor de combinatie van zijn verdiensten op wetenschappelijk en literair gebied. In 1988 ontving de dichter de P.C. Hooftprijs voor zijn oeuvre en de VSB Poëzieprijs 1998 voor zijn bundel Tot het ons loslaat.

In 2006 verschenen zijn Verzamelde gedichten ter markering van zijn veertigjarig dichterschap. Ter gelegenheid van zijn vijfenzeventigste verjaardag verscheen het boekje met cd Aan het grensland. Geluiden uit het Noorden 2. In 2008 verscheen zijn recentste bundel Toen ik dit zag. Een nieuwe druk van zijn Verzamelde gedichten waarin ook deze laatste bundel opgenomen werd, verscheen in 2010.

Interview met Rutger Kopland 2008:

Nee, zo vief als hij vóór december 2005 was, zal Rutger Kopland  nooit meer worden. De hartstilstand, het auto-ongeluk, zijn coma en de daaropvolgende verpleging op de gesloten afdeling waar hij als psychiater ooit chef was – het heeft een diepe indruk gemaakt. “Ik denk nog steeds: ‘Godverdomme, waarom moest mij dit overkomen? Het voelt als een soort onrecht.”

Grote vraag was, of hij nog tot het schrijven van poëzie in staat zou zijn. In het voorjaar van 2006 ontstond het eerste gedicht, Tuin: ‘Ik zit voor het raam en zie/ hoe de tuin niet is veranderd/ voor haar ben ik niet weggeweest.’ “Gedichten schrijven ging nooit makkelijk. Nu ging het nog moeilijker”, vertelt hij. “Uiteindelijk lukte het. En ik dacht: ‘Hé ja, ik kan het nog. Dat gaf hoop’.”

Daarna schreef hij door. Alsof er niets was gebeurd. Wat moest hij anders, vraagt Kopland (pseudoniem van Rudi van den Hoofdakker, 1934) zich af. “Golfen? Ik ben niet zo geïnteresseerd in sport. Wandelen doe ik nog wel, maar door mijn hartproblemen is het beperkt geworden. En fietsen viel tegen. Het viel ineens op hoe vaak het slecht weer is in Nederland.”

Nu, ruim twee jaar later, ligt er een nieuwe bundel, Toen ik dit zag. Wat als eerste opvalt, is dat zijn poëzie zo weinig anders is geworden. Het niveau is hoog, de taal is helder, de thema’s zijn hetzelfde gebleven. “Misschien is het beknopter, wat minder uitvoerig geworden. Ik probeer met mijn gedichten nog steeds een wereld te laten zien zonder dat wij in die wereld zijn.”

Koplands vijftiende bundel en telt 27 gedichten verspreid over drie afdelingen. De meeste zijn geschreven na 2005, bij schilderijen of opgedragen aan collegadichters als Marga Kool en Leonard Nolens. Wat is poëzie, Gesprek enAan het grensland dateren van voor het ongeluk. Opvallend is ook de cyclus Koebij kunstwerken van Jaap van den Hoofdakker, broer van de dichter.

Er is wel degelijk iets veranderd. “De speelsheid is verdwenen”, constateert Kopland. “Ik vraag mij af ik nog wel zoiets humoristisch als Het verlangen naar een sigaret kan maken. Ik ben misschien ernstiger geworden. Ik vind het humoristische nog wel belangrijk, ik hou er nog wel van, maar ik ben bang dat ik het niet meer kan.”

Misschien komt het door de leeftijd. Of door de nasleep van het ongeluk; het hersenletsel, de narcose en de medicijnen: “Vroeger kon ik mij hevig opwinden over maatschappelijk onrecht, of over politiek. Dat kan ik nog wel, ik sta ook nog wel tegen onrecht te ageren op de Grote Markt van Groningen, maar het ebt eerder weg.”

Vooral het geheugen heeft een klap gekregen. “Het heeft maanden geduurd voor ik mijn postcode weer kon onthouden. Nu nog: cijfers zijn erg lastig. Maar ook mijn eigen gedichten, uitgezonderd zoiets als Een lege plek om te blijven, zijn uit mijn hoofd verdwenen. Al heb ik voor mijn eigen gedichten nooit een sterk geheugen gehad.”

Zijn energie is aanzienlijk verminderd. “Mijn werk is in het Duits vertaald en nu moet ik voor een paar dagen naar München. Daar zie ik tegenop. Hetzelfde met lange treinreizen. Ik neem uitnodigingen dan alleen aan als ik word gehaald en gebracht. Als het dan achter de rug is, ben ik verschrikkelijk moe. Deels is het ouderdom, maar het is ook de versnelde aftakeling.” Toch wil Kopland niet van wijken weten. Vandaar de interviews en de publiekspresentatie van Toen ik dit zag, komende vrijdag in Groningen. “De belangstelling is er gelukkig nog. Als dichter wil ik nog steeds door zoveel mogelijk mensen gelezen worden. Ik wil in de running blijven. Noem het ijdelheid. Ik wil laten zien dat ik er nog ben, dat het nog niet over is met mij.”

 

Bron: Woest en Ledig 2008

 

Bericht op harendekrant.nl op 10 december 2005:

Het Dagblad van het Noorden berichtte vandaag, dat dichter Rutger Kopland (Ruud van den Hoofdakker) achter het stuur onwel is geworden en in Haren aan de Jachtlaan tegen een boom tot stilstand is gekomen.De krant meldt dat de 71-jarige van den Hoofdakker nog in het ziekenhuis verblijft. Zijn toestand is niet levensbedreigend. Het ongeval gebeurde vrijdag 2 december. Ambulances en traumaheli hebben eerste hulp verleend.

Geen reacties

Wilt u reageren?




Wij plaatsen alleen inhoudelijke reacties. Reacties met voornamelijk slogans en kreten worden niet gepubliceerd.