Aan de lijn
Van: Betty Holtkamp, Haren
Een mooie zomerse zaterdagmiddag. Het is gezellig druk in de Brinkhorst. Ik loop tussen het winkelend publiek, achter een wat ouder echtpaar met een hondje. Plotseling stormt, vanuit het niets lijkt het, luid keffend een hond op het beestje vóór mij af en blijft grommend staan. Het kleine hondje schrikt en probeert zich achter de benen van z’n baasje te verschuilen. Deze tilt hem snel aan de riem omhoog en drukt het trillende beestje stevig tegen zich aan. Het keffertje gaat met opgetrokken bovenlip hevig tegen de man tekeer. ”Af, af, ga naar je baas,” roept de man geschrokken, maar het heeft geen effect. Daar verschijnt de eigenaresse, ze roept haar hond terug. Eén van de omstanders spreekt haar aan met de woorden: “In de gemeente Haren geldt een aanlijngebod mevrouw!” Ze antwoordt fel: “Hij loopt altijd los en doet nooit iets. Had die meneer z’n hond maar niet op moeten tillen!” Ze draait zich abrupt om en met opgeheven hoofd trippelt ze er snel vandoor, het opgewonden standje in haar kielzog. Een paar dagen later loop ik op het Raadhuisplein. Voor mij loopt een modieus geklede dame in een grijs mantelpakje met naast haar een fors uit de kluiten gewassen grijze hond. Op het naastgelegen fietspad komt mij een vrouw tegemoet fietsen, met een boodschappentas aan het stuur en in het zitje achterop een kleuter.De hond krijgt de fietsende vrouw in de gaten en stormt luid blaffend op haar af. Het kindje schrikt en begint angstig te gillen. De tas slingert vervaarlijk aan het stuur, de moeder kan de fiets nauwelijks in bedwang houden.“Wilt u dat beest alstublieft bij u houden?” roept ze angstig. De dame in het mantelpakje antwoordt verontwaardigd: “Dat beest, weet u wel dat u het over mijn hónd hebt?” Door er een flinke spurt in te zetten weet de moeder uiteindelijk aan “Meneer Hond” te ontkomen. Men zegt wel dat hondenbezitters uiterlijk op hun hond gaan lijken. Zou dat ook voor het innerlijk gelden? Daar zouden ze toch eens onderzoek naar moeten doen!
5 reacties