Fedde Blomsma – Avonturen van een horecaondernemer in Haren
De pizzeria aan de Vondellaan hebben we indirect te danken aan Fedde Blomsma (73). Samen met compagnon Henk Ridderbos (inmiddels overleden) waagde hij in 1982 de sprong in het diepe en bouwde aan de Vondellaan een wasserette om tot de eerste pizzeria van Haren. Dat was echter niet zijn eerste wapenfeit.

Start in Haren
Het verhaal van horecaondernemer Blomsma in Haren begon in 1978. Na een loopbaan in restaurant De Hoefslag in Bosch en Duin (met artiesten als klant) en Hotel Braams in Gieten strijkt hij neer in Haren waar hij de eigenaar van Astoria, Jan Kral, ontmoet. “Ik kreeg daar een baan en had de intentie om het bedrijf ooit over te nemen”, zegt Fedde. “Maar door mijn scheiding had ik daar ineens geen zin meer in. Ik ging boven Astoria wonen en de zaak werd verkocht aan Kap Bruns, die nog geen horeca-ervaring had. Ik stond achter de bar en was tot 1980 bedrijfsleider.”
‘t Luifeltje: 1980-1986
Fedde was de rechterhand van eigenaar Kap Bruns, maar besloot toch om Astoria te verlaten. Fedde: “Ik had contact met de toenmalige eigenaar van Café ‘t Luifeltje aan de Kerkstraat (sinds 2001 bekend als De Pub), die het niet zo naar zijn zin had. Ik bood aan: als het hier misgaat, wil ik het café wel overnemen. Niet lang daarna was het zover en ik heb een vriend, Henk Ridderbos, gevraagd of die wilde meedoen. Ik heb geld geleend met mijn huis als onderpand. Henk zat in de transportwereld en wilde wel wat anders. Dus samen hebben we in september 1980 ‘t Luifeltje overgenomen, met Fijke Liemburg als kok. Die is later de politiek ingegaan. Daarna was Eppie Dijkstra onze kok, die erg goed was in zijn vak. Het eetcafé liep als een trein, we waren van vroeg tot laat open. ‘s Morgens kwamen de prostituees uit de stad voor hun nazit en vanaf de middag kwamen de andere gasten. En weet je: we verkochten in het Noorden het meeste bier per vierkante meter.” In 1987 liet Fedde Blomsma zich uitkopen, omdat de samenwerking wat stroef begon te lopen.
Pizzeria: 1982-1983
Het café werd gerund door Henk Ridderbos en Fedde Blomsma werkte er niet fulltime. Die had dus tijd voor een nieuw avontuur. Ze kwamen op de gedachte om in Haren de eerste pizzeria te openen, naar voorbeeld van de bekende zaken van Nino Contini (1943-2017) in Groningen. Fedde: “Nino wilde beslist geen nieuwe zaak meer openen, hij had er al 25. We konden een ruimte aan de Vondellaan kopen waar een wasserette zat. Die hebben we verbouwd (19 tafels en 56 stoelen) en via het arbeidsbureau heb ik Italianen kunnen aannemen, zoals Paolo en Carlo. Die wilden wel werken, want dan konden ze in Nederland blijven. We hebben huis-aan-huis folders verspreid met de menukaart en dat hebben we geweten: op de eerste avond hebben we 333 pizza’s verkocht. Het was enorm druk. Maar na een jaar wilde ik weer wat anders ondernemen en in 1983 hebben we de zaak daarom overgedaan aan een medewerker van Nino Contini: Ernesto Frau.
Nachtclub De Koffer: 1982-1987
Fedde Blomsma zegt zelf dat hij ADHD heeft en daarmee is zijn onstuitbare drang tot ondernemen misschien te verklaren. In 1982 nam hij nachtclub De Koffer in de Oosterstraat te Groningen over en die liep prima. Totdat horecatycoon Sjoerd Kooistra aan de overkant een zaak opende en kon stunten met bierprijzen omdat hij geen BTW en loonbelasting betaalde. Het nachtleven eiste bij Fedde zijn tol en in 1985 hield hij het voor gezien. Na nog was korte horecaprojecten ging hij verder in de gedrukte media met een acquisitiebedrijf. Hij richtte ook Samij op, een goedlopende financieringsmaatschappij die hij in 2005 zou verkopen.
Idee: Het Aandeel
Nu Café de Pub is gesloten begint het te kriebelen: “Als ik 20 jaar jonger was, wist ik het wel. ik zou er Café ‘t Aandeel van maken, waar de gasten aandelen in de zaak kopen. Dividend wordt dan uitgekeerd in drankjes of leuke avonden. Maar ja, ik ben 73 en heb het nu goed. Dus misschien kan iemand anders er wat mee.”
(kader)
“Ik was een druk mannetje”
Fedde Blomsma was naar eigen zeggen in zijn jonge jaren een druk mannetje en een vervelend joch. Dit had volgens hem een oorzaak: als kind van vijf jaar onderging hij een hartoperatie. Om hem heen in het ziekenhuis zag hij kamergenootjes doodgaan en met één van hen, Wimpie, had hij een bijzondere klik. “Wimpie gaf mij altijd snoepjes”, zegt Fedde. “Maar ineens was hij er niet meer. Sindsdien bleef Wimpie bij mij komen in mijn dromen. Telkens weer stond hij met een snoepje naast mijn bed. Dat werd een obsessie waarvoor ik psychologische hulp kreeg. Maar dit alles maakte van mij een moeilijk kind.”
Geen reacties