Hoe klonk het concert gisteravond?
In de Gereformeerd Vrijgemaakte kerk aan de Sterremuurweg in Haren vond gisteravond, zaterdag 10 februari, een bijzonder concert plaats. Een musicus die tegelijk cornet en orgel speelde. Kan dat klinken?Aanwezig was de heer B.H. Ruessink, die onze webredactie de bijgaande recensie zond:
Twee muzikanten in een
Met zijn linkerhand en de voeten bespeelt hij het orgel, met zijn rechterhand en de lippen de cornet. Samen noemt hij Gerard van Reenen – zich Corgel. Als een van zeer weinigen, of misschien wel als enige, beheerst hij de kunst om beide instrumenten tegelijk op hoog niveau te bespelen.
Een cornet is een klein koperen blaasinstrument dat het midden houdt tussen een trompet en een hoorn. Het instrument van Van Reenen zit door de afwijkende lagere stemming (F i.p.v. Bes) qua klank meestal dichter bij de hoorn. In het hogere register doet het instrument vanwege de rondere klank eerder aan bugel dan trompet denken.
Gerard van Reenen (Bedum) studeerde orgel, piano en klavecimbel aan verschillende conservatoria en bovendien musicologie in Utrecht. Daarnaast heeft hij zich bekwaamd op de cornet en is hij actief geweest in de wereld van de betere blaasmuziek.
Corgel gaf 10 februari een concert in de Geref. Kerk (Vrijgem.) te Haren. Naast solistisch orgelwerk, bracht van Reenen een gevarieerd palet van diverse, door de musicus zelf voor orgel en cornet bewerkte bekende klassieke melodieen. Zo waren vertolkingen te horen van o.a. J.S. Bach (koralen uit het Orgelbuchlein), G.F. Handel (arias uit Rinaldo en Xerxes) en van liederen van Fr. Schubert en J. Brahms. De cornet fungeerde daarbij uiteraard als cantus firmus, met linkerhand en voeten op het orgel voor de begeleiding. Dit vergt een uitzonderlijke bekwaamheid op beide instrumenten en grote concentratie en coordinatie. Deze factoren waren bij deze musicus dik in orde en leidden tot een mooi muzikaal geheel.
Van Reenen kreeg evenwel niets cadeau. De gortdroge akoestiek van de kerkzaal was vergevingsloos. Zelfs de kleinste oneffenheid is dan traceerbaar. Hard werken dus op het 2-klaviers B.A.G. orgel dat weinig consideratie met de ruimte vertoonde. Lage registers gaven al gauw een enigszins dreunende resonantie. De organist wist dit ongemak meestal door heldere en lichte registraties te voorkomen.
In de verklankte koraalmelodieen en arias, zoals het fraaie Bist du bei mir en het ingetogen Liebster Jesu, wir sind hier van J.S. Bach, was duidelijk te horen dat zingen en blazen zo dicht bij elkaar liggen. De frasering en dynamiek van de cornet waren zeer verzorgd.
Geheel in de lijn met de traditie bij koperblazers, ontbrak het functionele gebruik van de demper niet, zoals bij het Wiegenlied van Fr. Schubert. Dat de cornet niet heel ver van de trompet af staat, was te horen in de Trumpet Voluntary van J. Stanley.
Niet onvermeld mag blijven dat Gerard van Reenen zich zonder zijn cornet als prima solo-organist manifesteerde, die uitstekend met de barok uit de voeten (en handen) kan. Dat bleek uit zijn gearticuleerde interpretatie en virtuose uitvoering van Praeludium en Fuga in G groot van J.S. Bach. Ter afsluiting werd het verrassende en grillige Praeludium en Fuga in e klein van N. Bruhns vertolkt. Een sprankelende uitvoering, ondanks de beperkte mogelijkheden van het orgel. Overigens gaat van Bruhns het verhaal dat hij de kunst verstond viool en orgelpedaal gelijktijdig te bespelen. In zeker zin dus een vroege voorganger van Gerard van Reenen.
Geen reacties