Huisarts Ria Jansen neemt afscheid
Dokter Jansen zet een punt achter haar carrière. Eenendertig jaar werkt ze nu als huisarts in Haren. De praktijk is gegroeid van 1200 naar 3300 patiënten. “Het is nu tijd voor meer vrijheid.”
“Ik kom vast nog wel eens buurten, even een kop koffie drinken”, zegt Ria Jansen (59) glimlachend. Ze zit achter het bureau in haar huisartsenpraktijk aan de Beatrixlaan. Deze maand is ze voor het laatst. De beslissing om haar carrière als huisarts af te sluiten, heeft ze weloverwogen genomen. “Ik wil wat meer vrijheid, dat gaf de doorslag”, zegt ze. “Mijn man Abel heeft geen verplichtingen meer die bij een baan horen. Ivo, onze jongste zoon, gaat binnenkort de deur uit. Sinds een paar jaar hebben we een huis in Frankrijk. Bij het plannen van vakanties zijn we binnen de praktijk sterk op elkaar aangewezen. Maanden van tevoren roosteren we die in.” Ze zwijgt even en vervolgt: “Ik ga me niet vervelen. Maar het zal wel even wennen zijn.”
Wijkverpleegster
De praktijk heeft een grote rol gespeeld in haar leven. “Na mijn afstuderen heb ik Harener huisarts Bruins, voorganger van Cator, een poosje vervangen. Kort daarna hield zijn collega Stenvers ermee op. Die had maar twaalfhonderd patiënten, omdat hij naast huisarts als bedrijfsarts werkte”, vertelt ze. “Financieel was zo’n halve praktijk niet erg aantrekkelijk maar omdat het zo moeilijk was om aan een praktijk te komen, heb ik destijds toch doorgepakt. En daarvan nooit spijt gehad.” Geld voor assistentes was er niet. Daarom trok Jansen stagiaires aan en sprong haar moeder regelmatig bij om de telefoon aan te nemen. Nu zijn er drie assistentes. “Miranda is er al 21 jaar, Vera 15 en Marieke iets korter.”
Jansen ziet verschillen met toen ze begon. “Patiënten van nu weten meer, door internet, maar hebben ook meer vragen. Wie vroeger naar het spreekuur kwam, was vaak behoorlijk ziek. Nu zijn mensen eerder onzeker. Dat kan een voordeel zijn maar ook een nadeel”, zegt ze. “En de bureaucratie is toegenomen. Een drama. Daarvan kan ik geen enkel voordeel noemen. Ik vind het zó jammer dat er geen wijkverpleegster meer is. Die kon ik gemakkelijk even bellen om samen ad hoc een beslissing te nemen. Thuiszorg doet ook goed werk maar het soort contact als met de wijkverpleegster is er niet.”
Euthanasie
De patiënten van nu zijn grotendeels patiënten die zich bij haar hebben aangemeld en hun kinderen. “Ik had de tijd mee. Toen ik begon, waren er weinig vrouwelijk huisartsen en de berichten in het nieuws waren erg positief. Vrouwen zouden beter kunnen luisteren. De praktijk groeide zoveel dat ik een jaar of tien nadat ik het had overgenomen een patiëntenstop instelde. Albert Hingstman verving me tijdens zwangerschapsverlof en vertrok weer. Een paar jaar later gingen we gezamenlijk verder”, vertelt ze. “Nu is het zover dat patiënten die ik vanaf hun geboorte heb zelf kinderen krijgen. Dat vind ik erg leuk. Wat me aanspreekt in mijn beroep is dat je alles meekrijgt. Hele mensen. Een specialist kijkt naar een bepaald deel van het lichaam maar ik krijg de hele mens.” Natuurlijk zijn er ook minder fijne dingen. “Kinderen die doodgaan”, zegt ze. “Dat is het akeligste van dit vak. Ook dat hoort erbij.”
Vrijwel meteen vanaf de oprichting is Jansen aangesloten bij de SCEN, Steun en Consultatie bij Euthanasie in Nederland. “Ik adviseer en ondersteun collega’s die met euthanasie te maken krijgen”, zegt ze. “Dat werk blijf ik doen. Die levensfase spreekt me erg aan. Op die manier houd ik ook wat feeling.” (GB)
In de volgende editie van Haren dé Krant een interview met de opvolgster van dokter Jansen, mevrouw F.H. Charitou-Hingstman.

Geen reacties