Informateur: Er is nogal wat mis met Harense bestuurscultuur
Als het aan informateur Henk Baas persoonlijk had gelegen, zou hij pleiten voor een voortzetting van de huidige coalitie in Haren: D66, VVD en PvdA.
Hij zou adviseren om over schaduwen heen te stappen en bruggen te bouwen, zodat kan worden doorgewerkt tot de verkiezingen in 2014. Maar Baas stelde nadrukkelijk dat zijn persoonlijke inzichten niet waren gevraagd, hij had opdracht om de kansen voor een stabiele meerderheids-coalitie in kaart te brengen na de bestuurscrisis die op 6 juni ontstond. Op die dag zegden de wethouders VVD en PvdA het vertrouwen in hun D66-collega op. De raad volgde en trok de stekker uit de coalitie op aanwijzing van de fracties VVD en PvdA.
Kritisch
Informateur Henk Baas presenteerde vandaag de uitkomsten van zijn onderzoek. Hij legt de vinger op diverse zwerende wonden in bestuurlijk Haren. In volgorde van haalbaarheid ziet hij mogelijkheden voor de volgende coalitie-combinaties:
1. VVD, PvdA, GL en CU
2. D66, GVH, CDA en GL
3. VVD en PvdA als minderheidscoalitie (zakencollege)
Achter deze combinaties zat geen visie, het was simpelweg de uitkomst na een rondje langs alle fracties die wensen en veto’s uitspraken. Het is nu aan de raad om met hulp van een formateur te komen tot een werkbare coalitie. Tot het zover is functioneert het huidige college rustig voort.
Het rapport van Baas bevat forse kritiek, waarbij niemand werd gespaard. De raad laat steken vallen door onervarenheid en ondeskundigheid, waardoor deze crisis kon escaleren. Wethouder Gerben Pek was een topvoetballer met mooie acties en veel bijval van het publiek, maar hij heeft tijdens de wedstrijd nagetrapt en dat wordt hem zwaar aangerekend. Zo heeft hij zich niet gehouden aan de gouden regel dat het college met één mond spreekt. Ook had Baas een oordeel over de VVD en PvdA, die oude politiek bedreven (‘wij weten wat goed voor u is’) en in het college geen ruimte liet aan verfrissers, zoals D66. Het gevolg was een bestuurscultuur die ‘flink aan renovatie toe is’.
Pek schuldig
Onder de streep vindt Baas dat wethouder Gerben Pek ondanks zijn goede kwaliteiten toch grenzen heeft overschreden en schuldig is aan de escalatie. Baas baseert zich op gesprekken met alle fracties, hij sprak niet met de wethouders en dus ook niet met wethouder Pek. En dat is dan weer één van de aspecten die D66-fractievoorzitter Wil Legemaat in toorn doet ontsteken. Ze vindt dat haar wethouder wordt geofferd zonder hoor en wederhoor. Sterker, ze vindt dat hij zelf het slachtoffer is van onbetrouwbare coalitiepartners.
Raad hapert
Verontrustend vond de informateur dat er binnen de Harense bestuurscultuur dingen mankeren die veel dieper zitten dan een nieuw college. Hij specificeerde dat niet. Ook bleek hij geschokt door de rancuneuze en onprofessionele sfeer binnen de gemeenteraad, waar sommige opponenten (niet met naam genoemd) elkaar niet wensen aan te kijken of elkaar de hand willen schudden. Incapabel wilde hij een deel van de raad niet noemen, maar een cursus of training zou niet misstaan voordat je het bestuur van de gemeente aan deze volksvertegenwoordigers overlaat, aldus de strekking van zijn woorden.
Het rapport zal de basis vormen voor een formateur, die nu de legpuzzel zal moeten leggen. Tijdens de presentatie was wethouder Gerben Pek opvallend afwezig. Hiervoor werd geen reden opgegeven. Alleen wethouder Remco Kouwenhoven en burgemeester Rob Bats woonden de presentatie namens het college bij.
Hieronder de integrale tekst van het rapport:
Op 26 juni 2012 bereikte mij de vraag van de voorzitter van de fractie van de VVD of ik als informateur
een bijdrage zou willen leveren aan het oplossen van de bestuurscrisis in de gemeente Haren.
Binnen het college was een vertrouwensbreuk ontstaan tussen de wethouders Kouwenhoven en
Sieling enerzijds en wethouder Pek anderzijds. Deze vertrouwensbreuk binnen het college werd een
vertrouwensbreuk binnen de coalitie van VVD, D66 en PvdA.
Ik heb op dit verzoek positief gereageerd en vanuit mijn vakantieverblijf in Frankrijk via de griffier
afspraken gemaakt met de fractievoorzitters van de politieke partijen in de gemeenteraad van Haren.
Op één na alle afspraken konden worden gemaakt op 2 en 3 juli. Wegens vakantie kon met één fractie
pas op 16 juli gesproken worden. De ontstane situatie, gecombineerd met het a.s. zomerreces
maakten naar mijn overtuiging voortvarend en snel handelen noodzakelijk. Direct na thuiskomst heb
ik de gemeenteraadsvergadering van 6 juni j.l. via internet bekeken en beluisterd om mij een beeld te
vormen van de problematiek.
Met de voorzitter van de gemeenteraad en de griffier zijn in een voorgesprek de procedurele en
huishoudelijke zaken geregeld zodat ik op zeer korte termijn aan de slag kon. Ook is in overleg met
hen een tijdpad vastgesteld. E.e.a. heeft er toe geleid dat ik op 19 juli 2012 mijn verslag kan aanbieden
aan de voorzitter van de gemeenteraad. Om de fractievoorzitters in de gelegenheid te stellen
zich goed voor te bereiden hebben zij – onder embargo – het verslag op 18 juli ontvangen.
Hoewel de aanleiding voor deze informatie weinig reden tot vrolijkheid gaf heb ik met plezier aan het
verzoek voldaan en met evenveel plezier de gesprekken gevoerd en dit verslag geschreven.
Ik ben alle betrokkenen, zowel gesprekspartners als ondersteuning, erkentelijk voor hun inzet, openhartigheid
en – de één meer, de ander minder – voor hun bereidheid zich kwetsbaar op te stellen en
mij hun vertrouwen te schenken.
2. INLEIDING
In het Oude Testament (Rechters 7) staat het verhaal van de strijd van Gideon tegen de vijand (de
uitdrukking Gideonsbende vindt zijn oorsprong in dit verhaal). Die vijand raakte zo in verwarring door
het optreden van Gideon en zijn mannen dat men niet de vijand bestreed maar elkaar. Iets dergelijks
heeft zich de afgelopen jaren in politiek Haren afgespeeld.
Met het vooruitzicht dat te zijner tijd binnen de provincie Groningen een gemeentelijke herindeling
aan de orde zal zijn, waarbij ook Haren als betrekkelijk kleine gemeente waarschijnlijk niet buiten
schot zal blijven, leeft bij de meeste politieke partijen de wens om de zelfstandigheid van Haren zo
lang mogelijk te koesteren en, indien het onvermijdelijke toch zal geschieden, Haren zo goed
mogelijk op de nieuwe situatie voor te bereiden. Bij het bestrijden van de “vijand” herindeling keren
de wapens van politiek Haren zich echter tegen elkaar. Tegen deze achtergrond speelt de ontstane
“Als er een volk van goden bestond zou het
democratisch geregeerd worden. Een zo
volmaakte regering is niet weggelegd voor
mensen” (Rousseau “Het maatschappelijk
verdrag” boek 3, hoofdstuk 4).
3
breuk in college en coalitie. Zowel binnen het college van B&W als binnen de gemeenteraad wordt
verschillend gedacht over dit onderwerp. Het hangt als een schaduw over de Harense politiek. En het
is die schaduw die het décor vormt voor de aanleiding van de ontstane breuk, nl. het memo over het
overdragen van de uitvoerende VTH1-taken aan de stad Groningen. Het verschil van mening over dit
memo zou waarschijnlijk echter niet hebben geleid tot de ontstane situatie als de vertrouwensrelatie
binnen het College al niet eerder onder druk was komen te staan door een aantal incidenten, zoals
de gang van zaken rond de vergunning voor “Intermezzo”, de problematiek rond het zwembad, het
Volkskrant-interview met wethouder Pek over de “bonnetjeskwestie” en zijn in het openbaar gedane
uitspraken over een eventuele fusie met de gemeente Tynaarlo.
Al deze incidenten, inclusief het VTH-memo, hadden elk voor zich niet tot een breuk in het College
hoeven te leiden, maar de aaneenschakeling daarvan en de wijze waarop men daar mee om is gegaan
hebben tot de ontstane situatie geleid. Daarbij komt nog dat de omstandigheden waaronder
het huidige college is gevormd de onderlinge relaties van meet af aan onder druk hebben gezet.
Voeg daar nog het grote verschil in bestuursstijl tussen de PvdA- en VVD-wethouders enerzijds en de
D66-wethouder anderzijds aan toe, dan kan de conclusie geen andere zijn dan dat er vanaf de start
van dit college sprake was van weinig cohesie, zowel in politiek als persoonlijk opzicht.
Voor de gemeenteraad geldt dat ook binnen de raad alle ingrediënten voor politieke instabiliteit
aanwezig waren. “Oud” versus “Nieuw”; ervaren versus onervaren; sturen op hoofdlijnen versus
sturen op detailniveau; cynisme versus idealisme. Om het met Rousseau te zeggen, de democratie in
Haren functioneert bepaald niet volmaakt, Harense politici zijn dan ook geen “goden”.
3. ILLUSTRATIEF: HET VTH-MEMO
Het zou te ver voeren (en van de hoofdzaak afleiden) om alle incidenten in dit verslag voor het voetlicht
te halen. Iets meer aandacht wil ik geven aan het VTH-memo omdat het de directe aanleiding is
voor de breuk en een aantal aspecten signaleert die vatbaar zijn voor verbetering (naar aanleiding
waarvan ik ook suggesties zal doen voor verbeteringen in het bestuurlijk proces).
Vooropgesteld zij dat ik het memo niet onder ogen heb gehad, maar ben afgegaan op hetgeen gesprekspartners
daarover vertelden en hetgeen daarover werd meegedeeld tijdens de bewuste raadsvergadering.
En daarbij was het al heel opmerkelijk dat het er soms op leek dat er verschillende versies
van het memo de ronde deden.
In het memo maakte de ambtelijke leiding aan het college kenbaar dat de VTH-taken door de gemeente
niet meer in overeenstemming met de wettelijke eisen konden worden uitgevoerd. Om aan
die eisen te kunnen gaan voldoen (ook een voorwaarde om t.z.t. aan de thans in oprichting zijnde
Regionale Uitvoeringsdienst te kunnen deelnemen) is samenwerking met andere gemeenten noodzakelijk.
Dat moet worden verkend, een verkenning die er toe leidde dat in het memo voorgesorteerd
werd op het onderbrengen van de uitvoerende VTH-taken (dus niet beleid en politieke
verantwoordelijkheid!) bij de gemeente Groningen. Dit memo (geen officieel collegestuk, laat staan
rijp voor behandeling in de gemeenteraad) leidde tot een confrontatie tussen de wethouders
Kouwenhoven en Sieling enerzijds en wethouder Pek anderzijds. Laatstgenoemde kon zich niet
verenigen met de conclusie om de bedoelde VTH-taken bij de gemeente Groningen onder te brengen
en sprak het “onaanvaardbaar”uit. Hij erkende dat handelen m.b.t. dit dossier nodig is, maar wilde
1 VTH = Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving
4
de verkenning op een enkel aspect (o.m. als het gaat om de mogelijkheid samen te werken met
Tynaarlo en de kosten van externe inhuur) nog eens tegen het licht houden. Deze wethouder maakte
van een memo zonder formele status een breekpunt en bracht dit ook naar buiten. Voor zijn beide
collega’s was toen de maat vol. Ook de rol van wethouder Kouwenhoven roept vragen op. Hij wekte
de schijn dat hij de in het memo bepleite oplossing er op korte termijn door wilde drukken vanwege
de urgentie van het probleem terwijl nog niet zo lang geleden door het college was beweerd dat het
probleem er niet was.
Je kunt wethouder Pek vergelijken met Barcelona-voetballer Messi; intelligent, doelgericht, enthousiast
en effectief. In potentie een veelbelovende bestuurder dus! Hij wordt daarvoor door vriend en
vijand geprezen. Maar onder het mom “nieuwe politiek” te willen bedrijven trapt hij wel eens een
medespeler na; scoort vanuit buitenspelsituaties en neemt na de wedstrijd voor de pers zijn medespelers
op de korrel (en daarin lijkt hij niet op Messi).
De beide andere wethouders, degelijke middenvelders voor wie die “nieuwe politiek” nog erg wennen
is, weten met deze situatie niet goed raad, laten het deels op zijn beloop, maar wachten ook op
een goede mogelijkheid om hun medespeler van het veld te laten sturen. En dat alles onder het oog
van drie opeenvolgende scheidsrechters.
Het is de wethouders Kouwenhoven en Sieling aan te rekenen dat zij de politieke lading van het
memo hebben onderschat. Taken overhevelen naar de stad Groningen, al is het in formele zin een
technische exercitie die het college in eigen beheer zonder tussenkomst van de gemeenteraad kan
doorvoeren, is spelen met vuur. Dat zij dat niet of onvoldoende hebben onderkend is opmerkelijk.
Want al is er noch in formele zin, noch feitelijk een relatie tussen het memo en de
herindelingsdiscussie, het overhevelen van taken naar de gemeente Groningen wekt de schijn van
het tegendeel en dat wordt door wethouder Pek, die wat dit onderwerp betreft een eigen agenda
heeft, uitgebuit. Daarvan hadden de beide andere wethouders zich meer bewust moeten zijn. Of
hadden zij ook een eigen agenda? Dat is de vraag die bij een deel van de fracties leeft.
De gemeenteraad heeft op 6 juni j.l. gesproken over een memo dat geen formele status had, waarover
binnen het college nog werd beraadslaagd, laat staan dat het de status van raadsstuk had bereikt
en – klap op de vuurpijl – dat door de meeste raadsleden nog niet eens was gelezen maar dat
door het in een vroeg stadium naar buiten brengen van de verdeeldheid binnen het college de vertrouwensbreuk
definitief maakte.
Rest mij nog één kanttekening bij dit memo. Door een aantal partijen werd de handelwijze van het
college (minus wethouder Pek) veroordeeld op basis van de op 19 december 2011 aangenomen motie
bestuurlijke visie 2012-2025. In die motie wordt het college o.m. opgeroepen om: “In de tussentijd
alleen nieuwe samenwerkingsverbanden aan te gaan op basis van gewichtige redenen en de gemeenteraad
zich daarover heeft uitgesproken”.
Het bewuste memo gaf duidelijk aan dat die gewichtige reden er wel degelijk was en het zou door
het college ongetwijfeld aan de raad zijn aangeboden om zich daarover te kunnen uitspreken, ware
het niet dat het memo door toedoen van wethouder Pek voortijdig onderwerp van discussie was
geworden buiten het college. Er is geen sprake van handelen in strijd met de betreffende motie,
hoewel de handelwijze van wethouder Kouwenhoven wel de schijn wekte.
5
4. HET COLLEGE van B&W
Het college van B&W dat in 2010 is aangetreden heeft de wind niet mee gehad. De samenwerking
verliep nooit geheel van harte vanwege de van het begin af aan bestaande verschillen in persoonlijkheid
en bestuursstijl én omdat de drie coalitiepartijen niet in alle opzichten elkaar vertrouwden. De
toen fungerende burgemeester vertrok naar het College van GS in Groningen waarna een waarnemer
aantrad die onlangs werd opgevolgd door de huidige burgemeester. Ook is tussentijds een wethouder
vervangen. Dit gebrek aan continuïteit was niet bevorderlijk voor de cohesie en de sfeer binnen
het college. Tegenstellingen en meningsverschillen werden onvoldoende uitgesproken en het adagium
“collegiaal bestuur” kwam steeds meer onder druk te staan. Nu kent dat adagium diverse invullingen,
maar zelfs in de meest minimale vorm blijft er één ding overeind: Het college spreekt met één
mond naar de raad, naar de media en naar de samenleving. Men kan zich, als men deze regel al dan
niet doelbewust overtreedt, niet beroepen op “nieuwe politiek” . Door deze gouden regel uit het
openbaar bestuur (en trouwens ook daarbuiten) te negeren verandert men de spelregels tijdens het
spel. Door D66 en haar wethouder had de wens om hiermee anders om te gaan tijdens de vorming
van het college naar voren moeten worden gebracht. Zo bouwden de irritaties zich steeds verder op,
zo ver dat de wethouders Kouwenhoven en Sieling hun vertrouwen in hun collega Pek hebben
opgezegd.
Het valt wethouder Pek aan te rekenen dat hij zich niet heeft willen (laten) corrigeren en is doorgegaan
met het ontijdig en voortijdig spreken met de media en het doen van uitlatingen die niet
strookten met het collegebeleid, zelfs als het ging over zaken die niet zijn portefeuille betroffen.
De beide andere wethouders zijn er niet in geslaagd (niet nagegaan is in hoeverre zij dat hebben
geprobeerd) om hun collega, nog onervaren in het openbaar bestuur, te ondersteunen en corrigeren.
Ook zijn de problemen in het college niet altijd besproken met de fractievoorzitters van de coalitiepartijen
zodat er te weinig sprake was van positieve beïnvloeding vanuit de fracties naar de wethouders
toe. Men heeft teveel over zijn kant laten gaan, dan wel te weinig en te onduidelijk met elkaar
over de zaken die verwijdering brachten gecommuniceerd. Er zijn weliswaar aanvaringen geweest
maar die brachten geen wezenlijke verandering in de wijze waarop men binnen het college met elkaar
omging. Dan doet het spreekwoord opgeld dat de kruik net zolang te water gaat totdat hij barst.
Al met al is duidelijk dat de eerste zin uit het “Manifest” (het programma op hoofdlijnen): “Dit
College kiest voor een visionaire, bindende, dienende en bescheiden bestuursstijl” in meerdere
opzichten niet wordt nageleefd. Het besluitvormingsproces is ook niet altijd even transparant.
Van wethouder Pek kan worden gezegd dat hij zich bij uitstek inzet voor die transparantie en ook
zeker visionair genoemd mag worden. Dat is bij de beide andere wethouders (die uit een geheel andere
bestuurscultuur komen) minder het geval. Voor wethouder Pek geldt echter ook dat zijn visionaire
en transparante werkwijze teveel ten koste is gegaan van de overige genoemde elementen:
bindend, dienend en bescheiden. De beide andere wethouders hadden zich beter moeten realiseren
dat de door PvdA en VVD gehanteerde bestuursstijl in de huidige samenleving niet meer op draagvlak
kan rekenen.
6
5. DE GEMEENTERAAD
Het is mij bij herhaling verzekerd; de ontstane situatie had ook te maken met een gemeenteraad die
na de laatste gemeenteraadsverkiezingen veel nieuwe en onervaren leden telde. Er was bovendien
sprake van een grote versplintering (zeven fracties op 17 gemeenteraadsleden). En dat is juist. Ongetwijfeld
heeft dat een negatief effect gehad op het functioneren van de raad. Maar er is meer. Zo is
er (maar daarin staat Haren zeker niet alleen!) bij veel raadsleden de onbedwingbare neiging om het
werk van de ambtenaren over te doen. Dikwijls worden de grote lijn en de politieke relevantie uit het
oog verloren omdat men gaat millimeteren in de tekst c.q. de raadstukken op detailniveau gaat bestuderen.
Dat is buitengewoon improductief en staat de bestuurskracht in de weg.
De slechte verhoudingen vinden ook hun oorzaak in het verleden. Voor een aantal partijen geldt dat
zij de jarenlange dominantie van VVD en PvdA meer dan zat zijn. Uiteraard, je kunt zo dominant zijn
vanwege het behaalde aantal stemmen, maar de Nederlandse democratie onderscheidt zich nu juist
in gunstige zin door ook rekening te houden met de wensen van de oppositie. Immers, bij de volgende
verkiezingen kunnen de rollen omgedraaid zijn! Het steekt hier en daar dat positieve en constructieve
voorstellen van de oppositie worden verworpen en dat later hetzij een coalitiepartij, hetzij
het college met eenzelfde voorstel komt dat dan wel een meerderheid krijgt. Oppositiepartijen
worden doorgaans nergens over geraadpleegd.
Nog erger is dat er sprake is van veel wantrouwen. Nu vindt dat mede zijn oorzaak in de hierboven
vermelde incidenten, maar dan nog. Wie in de politiek actief is moet op een professionele wijze om
kunnen gaan met (ook diepgaande) verschillen van mening. Een raadslid is volksvertegenwoordiger
en dat houdt per definitie in dat verschillen van mening en belangentegenstellingen zich in de raad
manifesteren. Haren is geen éénpartijstaat. Overigens, het blijkt maar al te vaak (en zeker niet alleen
in de gemeenteraad van Haren) dat er over het te voeren beleid zoveel overeenstemming tussen de
verschillende partijen is dat men uit verlegenheid teruggrijpt op het detail om toch maar iets te discussiëren
te hebben. Bij alle verschillen van inzicht mag, moet er het vertrouwen zijn dat alle
raadsleden het goede zoeken voor de samenleving en daarin ook integer handelen. Daarvoor zijn ze
door hun kiezers gemandateerd. Echter in de raad van Haren worden door diverse raadsleden zo
ongeveer notulen gemaakt van wat er door deze en gene gezegd wordt. Het lijkt een sport om de
sprekers later met die woorden te confronteren als zij over hetzelfde onderwerp in enigszins andere
bewoordingen spreken. Daarmee wordt gesuggereerd dat spreker met twee monden spreekt, van
mening veranderd is, kortom dat je hem of haar eigenlijk niet kunt vertrouwen2. Minstens even
kwalijk is het dat raadsleden tijdens hoogoplopende meningsverschillen elkaar weigeren te groeten,
weg te kijken of weigeren elkaar een hand te geven. Het tekent een slechte sfeer en een cultuur
waarin wantrouwen dominant is. Vertrouwen komt te voet en gaat te paard.
Tenslotte dient nog te worden vermeld dat er tussen de coalitiefracties onderling nauwelijks contact
is. De bovenvermelde motie bestuurlijke visie (door één van de collegepartijen gesteund) kon niet
rekenen op de steun van de beide andere coalitiepartijen. Wat een krachtig signaal naar de inwoners
2 Hoezeer wantrouwen sommigen bevangt kan het beste worden geïllustreerd met de verdenking die één van
de gesprekspartners inbracht tegen een raadslid die bij de gemeente Groningen zou werken (hetgeen bij
verificatie onjuist bleek). Dit raadslid zou een vooruitgeschoven post zijn van de gemeente Groningen.
7
van Haren en naar de andere betrokkenen in de herindelingsdiscussie had moeten zijn werd een
toonbeeld van verdeeldheid (9-8) en daarmee maak je allesbehalve een krachtige indruk.
De coalitiepartijen hadden zoiets moeten voorkomen. En het raakt mijns inziens kant noch wal door
dat coalitieoverleg te bestempelen als “oude politiek”, achterkamertjesoverleg of een tekort aan
dualistische gezindheid. Dualisme is geen dogma maar een tool om in de verhouding raad-college
zichtbaar te maken wie voor wat verantwoordelijk is.
De verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij alle drie partijen. VVD3 en PvdA wanen zich wellicht nog in
betere tijden toen zij de politiek in Haren volledig konden controleren, D66 speelt de vermoorde onschuld.
Men wist van niets en men heeft ook weinig gedaan om wel iets te weten.
Dit gebrek aan communicatie is m.i. een belangrijke oorzaak van de huidige problemen.
6. AANBEVELINGEN
Het ligt voor de hand om op basis van de met alle fracties gevoerde gesprekken aanbevelingen te
doen m.b.t. de vorming van een (ver)nieuw(d) college van B&W. Ik wil echter beginnen met een aantal
andere aanbevelingen die ik minstens even belangrijk acht als de vraag welk college de voorkeur
zou moeten hebben. Want welk college er ook komt; versterking van het democratisch bestuur van
Haren en verbetering van de onderlinge verhoudingen zijn minstens even hard, misschien nog wel
harder nodig. Anders moet er over enkele jaren weer een informateur te hulp geroepen worden om
de scherven bijeen te rapen. De komende jaren zullen intensief moeten worden gebruikt om het
bestuur te versterken en om te voorkomen dat het weer misgaat. M.i. ligt daarvoor een belangrijke
taak voor de voorzitter van raad en college.
Aanbeveling 1
· De burgemeester, zijnde voorzitter van de gemeenteraad en van het college van B&W, moet
zich maximaal inzetten voor het bevorderen van een goed collegiaal bestuur en zijn politieke
antenne optimaal gebruiken om zijn wethouders adequaat te ondersteunen.
· Hij ziet toe op het integer handelen van de leden van het college.
· Ook zal hij naar de raad toe het reglement van orde streng doch rechtvaardig hanteren en
niet schromen om raadsleden die niet de inhoud maar de persoon voor ogen hebben te corrigeren.
· Hij zal bevorderen dat raadsvergaderingen maximaal effectief zijn door in voorkomende
gevallen sprekers attent te maken op de hoofdlijnen van hun betoog.
· Hij moet een samenbindende rol spelen en het onderling vertrouwen bevorderen.
Aanbeveling 2
Het college van B&W maakt in zijn constituerende vergadering, behalve de gebruikelijke afspraken
over portefeuilleverdeling enz. ook afspraken over de wijze waarop het collegiaal bestuur wordt ingevuld.
Collegeleden moeten niet aarzelen om een collega die zich niet aan die afspraken houdt te
corrigeren.
3 Binnen de VVD was in 2010 niet iedereen enthousiast over de deelname aan het College, hoewel de partij de
grootste was en bleef. Uiteindelijk stapte men er wel in, maar het initiatief lag veel meer bij D66. Ook werd
tussentijds de VVD-wethouder gewisseld.
8
Aanbeveling 3
Stukken voor de college-agenda moeten voldoen aan een vast format. Stukken die daaraan niet voldoen
kunnen ter sprake komen maar daarover zal geen besluitvorming plaats vinden. In urgente
gevallen beslist de voorzitter.
Aanbeveling 4
De leden van het College en de raadsleden van de coalitiepartijen hebben twee keer per jaar een
informele ontmoeting, dit om het onderling vertrouwen te waarborgen, misverstanden uit de weg te
ruimen en eventueel op de agenda staande gespreksonderwerpen voor te verkennen.
Aanbeveling 5
Voorafgaande aan de gemeenteraadsvergadering hebben de fractievoorzitters afstemmingsoverleg
t.a.v. cruciale agendapunten waarbij ook de ruimte verkend wordt om eventueel een van het
collegevoorstel afwijkend standpunt in te nemen.
Aanbeveling 6
De politieke partijen dragen er bij het opstellen van de kandidatenlijst zorg voor dat ook gekeken
wordt naar de voor een raadslid vereiste competenties en bevorderen, waar nodig, dat betrokkenen
zich d.m.v. bijvoorbeeld scholing, cursussen e.d. kunnen voorbereiden op het raadslidmaatschap.
Aanbeveling 7
Na gekozen te zijn worden de nieuwe gemeenteraadsleden onder auspiciën van de griffie ingewerkt
met het oog op hun taak. Daartoe zal de griffie een opleidingsplan opstellen. Een goed overdrachtsdossier
waarin alle relevante politieke thema’s zijn weergegeven, alsmede de actuele stand van zaken
m.b.t. die thema’s wordt aan alle gekozen gemeenteraadsleden ter beschikking gesteld.
Aanbeveling 8
Aan wethouders zal, indien gewenst, een mediatraining c.q. assertiviteitstraining worden aangeboden.
Aanbeveling 9
De gemeenteraad zal één maal per jaar zijn functioneren evalueren.
7. DE COLLEGEVORMING
De vorming van een nieuw of vernieuwd college van B&W is de verantwoordelijkheid van de formateur.
Om de in theorie vele mogelijkheden te reduceren tot een hanteerbaar aantal heb ik alle fractievoorzitters
(en hun secondanten) gevraagd om zowel een eerste als tweede voorkeur op te geven
en eventueel ook aan te geven over welke variant zij hun veto zouden uitspreken.
Daarbij hebben de fracties de volgende voorkeuren uitgesproken:
9
VVD
1e voorkeur: VVD/PvdA/CDA
2e voorkeur: een college zonder VVD en PvdA
Voortzetting huidige coalitie is voor de VVD uitgesloten
D66
1e voorkeur: D66/GVH/CDA/GL
2e voorkeur: PvdA en VVD gaan door met een andere partner
Voortzetting huidige coalitie is voor D66 uitgesloten
PvdA
1e voorkeur: VVD/PvdA/GL/CU
2e voorkeur: VVD/PvdA/CDA
Voortzetting huidige coalitie is uitgesloten
CDA
1e voorkeur: een zakencollege, zonder binding aan partijen (eventueel bestaand uit dezelfde wethouders)
dat de lopende zaken afdoet en de resterende anderhalf jaar gebruiken voor herstel van
vertrouwen
2e voorkeur: D66/GVH/CDA/GL
Een coalitie VVD/PvdA/CDA wordt door het CDA uitgesloten. Het CDA wil niet in een coalitie met de
PvdA
GVH
1e voorkeur: D66/GVH/CDA/GL
2e voorkeur: Elke andere oplossing maar dan zonder GVH
GL
1e voorkeur: VVD/PvdA/D66, desnoods met andere wethouder voor D66
2e voorkeur: VVD/PvdA met een derde partij in de plaats van D66
CU
1e voorkeur: VVD/PvdA/GL/CU
2e voorkeur: VVD/PvdA/CDA
Op basis van deze voorkeuren doe ik de volgende aanbeveling:
De huidige bestuursperiode is, bij de start van een nieuw college ruim over de helft van de zittingsduur.
Het verdient met het oog op de continuïteit van beleid de voorkeur dat één of meer van de huidige
coalitiepartijen zitting zullen hebben in een nieuw college.
Dit in rekening brengend kom ik tot drie opties:
Optie 1 Een College, bestaande uit VVD, PvdA, Groen Links en ChristenUnie (waarbij
de twee laatstgenoemde partijen eventueel één wethouder leveren)
Optie 2 Een College, bestaande uit D66, Gezond Verstand Haren, CDA en Groen Links
Optie 3 Een minderheidscollege van VVD en PvdA
10
De opties 1 en 2 zijn door meer dan één partij genoemd en niet bij voorbaat onmogelijk door een
uitgesproken veto.
De derde optie is een optie die min of meer tegemoet komt aan het alternatief VVD/PvdA en nog een
derde partij niet zijnde D66 en kan functioneren conform het door het CDA genoemde zakencollege.
19 juli 2012
Henk Baas

5 reacties