MEER WEG – MINDER GELD.
Mensen zoals ik, die al decennia in Haren wonen, kennen de Meerweg. Vroeger niet doorsneden door de A-28, maar rechtstreeks van het dorp naar het Paterswoldsemeer. Vlak over de brug die vroeger bediend werd door de aldaar wonende brugwachter Lok, kan je nog een deel van de oude kronkelende route zien. Waar nu een zonneweide is met een kwalmende snackboer, was vroeger het zwembad. Gehuld in een bij Van der Schoot gekochte Tweka wollen zwembroek en bungelend aan een hengel werden je de grondbeginselen van zwemmen geleerd. Bij aankomst in het zwembad stond bij de entree een met krijt beschreven bordje met daarop de temperatuur van het water; zelden boven 16 graden. Linksaf de vrouwenafdeling rechtsaf voor mannen. Badhokjes voor volwassenen en een groot “schapenhok”voor de jeugd met houten vakken waarin je je kleren nog onbewaakt kon laten liggen. Een lange steiger met links en rechts een glijbaan en aan het eind een niet verende duikplank en in het water enkele vlotten richting eilandje. Je kon pas zwemmen als je daar geweest was. In het water liggende kettingen scheidden de verschillende dieptes van elkaar. In het meest ondiepe gedeelte dreef altijd een dikke laag riet, aangevoerd door de vaak uit het westen komende wind. Verderop aan de Meerweg de botenbouwers Helder en Visser met rondvaartboten en verhuur van kano’s, roei- en zeilboten. Volgens de toenmalige verhalen vochten die families letterlijk een zware concurrentiestrijd uit, gewapend met bahco’s, peddels en andere slagwapens. Aan het eind van de Meerweg hotel De Twee Provinciën van de familie Mulstege met een grote speeltuin. Iedereen uit Haren en omgeving kende de Meerweg; altijd vol kuilen en hobbels. Altijd werd er gerepareerd, altijd was de weg kapot en verzakt. Ook wist iedereen hoe dat kwam; de weg was aangelegd op veengrond en “dreef ”als het ware op de niet stabiele ondergrond. Dat is nooit veranderd en zal ook nooit veranderen. Tenzij je natuurlijk een totaal nieuwe weg gaat aanleggen volgens moderne technieken op een zandbed dat rust op een vaste ondergrond, zoals met de A-28 gedaan is. Maar dat is te duur. Blijft over een immer terugkomende almaar duurder worden onderhoudspost voor de wegbeheerder. En dat was nu juist waar de provincie Groningen vanaf wou; terugkerende almaar oplopende kosten. Dus wat bedachten ze: we verkopen de Meerweg, met een kleine bruidsschat, aan de gemeente Haren. En inderdaad, wat deden die sukkels, ze accepteerden het aanbod. Wat generaties voorgaande bestuurders in Haren met hun klompen aanvoelden dat je niet moest doen, deden onze nieuwe bestuurders met graagte. Ze trapten in de valkuil die met schone beloftes gecamoufleerd was. Ongeveer net zo dom als al die gemeentes die een voetbalstadion kopen van een noodlijdende betaalde club. Uiteraard zal deze onbezonnen daad de komende jaren leiden tot niet verwachte kosten en overschrijding van de begroting met alle gevolgen voor de Harense burgers. Waarom hebben ze dat eigenlijk gedaan? Om bij de provincie in een goed blaadje te komen en zo steun te krijgen voor het structuurplan Meerweg? Een plan dat straks toch niet of slechts in afgeslankte vorm gerealiseerd zal gaan worden wegens gebrek aan geld of omdat private partijen andere ideeën reeds uitgevoerd hebben.
Wat zullen ze in het Provinciehuis gelachen hebben, met die salon-socialist Marc Calon voorop: “Hebben we die kakkers in Haren mooi even bij de neus genomen.”
Cees Bosman, augustus 2010. Reageren? cornelisbosman@hetnet.nl
7 reacties