Column Ageeth Vanderveen augustus 2017
Vlucht
‘Ik kom geen enge dingen doen, ik wil jullie verhaal horen!’, roep ik door de brievenbus. Zelf zou ik ook achter de bank kruipen wanneer iets van een hulpverlener voor mijn deur zou staan die denkt dat ze goede dingen komt doen, zoals mij verheffen op alle levensgebieden tegelijk of nog erger: mijn dochters uit huis plaatsen, niet omdat ik niet van mijn kinderen zou houden maar omdat ik volgens haar niet kan opvoeden. En misschien worden mijn dochters dan wel preventief gesteriliseerd. Behoedzaam gaat de deur open en in de kamer tref ik negen honden en drie katten aan. Ik wijs naar een magere, soort van hazewindhond en vraag of dit een adoptiehond uit Spanje is, dat klopt, moeder kan geen nee zeggen en daarom zijn het zoveel. Die krijgt ze allemaal van een stichting. Ze is alleen thuis en uit haar verhaal blijkt dat dit het achtste adres is van het gezin, ze zijn door heel Nederland gezworven en iedere keer weer op de vlucht geslagen voor buren, belasting, gemeente, deurwaarders of scholen. Er is onderling helemaal geen contact tussen de verschillende instanties, maar toch komt er iedere keer weer een melding binnen met zorgen en staat er weer iemand voor de deur, heel apart vindt moeder dat, want zij zijn een heel liefdevol gezin. Dat zie ik ook: overal staan foto’s en hangen knutselwerkjes van de twee zoontjes van 9 en 11 jaar oud. De laatste keer in Amersfoort zijn ouders akkoord gegaan met hulpverlening, want dat iets niet goed liep was wel duidelijk en ouders wilden zelf ook af van al die bemoeizuchtige instanties. Er kwam een hulpverlener bij hen thuis om kennis te maken, ze moesten hun BSN nummer geven en een handtekening zetten. Toen hebben ze snel hun busje weer ingepakt en zijn naar Oost-Groningen verhuisd, want dan kunnen ze uitwijken naar Duitsland als het moet.
1 reactie