Column Bert Heikens, huisarts in Haren (september 2026)
Samenwerken
Laatst had ik tijdens een dienst overleg met een specialist in het ziekenhuis over een patiënt. Ik wilde deze patiënt graag insturen vanwege een acuut probleem dat eigenlijk niet echt in het ziekenhuis thuishoorde. De patiënt had lichamelijke problemen als gevolg van een psychiatrische aandoening. Psychiatrische zorg leek mij daarom de beste oplossing. De psychiater wilde echter eerst een lichamelijke beoordeling en had bovendien geen mogelijkheid om de patiënt op te nemen. De patiënt zou veel lichamelijke zorg nodig hebben en daarvoor waren in de kliniek geen mogelijkheden. Kortom, ik kreeg het niet opgelost.
De dienstdoende arts-assistent in het ziekenhuis wist ook niet goed wat hij ermee aan moest en besloot te overleggen met zijn supervisor. Die had gelukkig alle begrip voor mijn situatie en vond het prima om de patiënt in het ziekenhuis te beoordelen. Ik bedankte hem hartelijk voor zijn hulp. Dit is een voorbeeld van hoe het vaker gaat. De huisarts is laagdrempelig bereikbaar en probeert in allerlei situaties te helpen en een oplossing te vinden. Soms is het heel duidelijk en stuur je iemand in. Maar het kan ook erg lastig zijn als de oorzaak van de klachten niet meteen duidelijk is. De druk is dan hoog. Je wilt de patiënt zo goed mogelijk helpen, maar tegelijkertijd geen onnodige druk leggen op de spoedeisende hulp of de GGZ. Ook daar probeert men begrijpelijkerwijs verwijzingen die misschien niet nodig zijn af te houden. Maar een huisarts kan met twee handen en een stethoscoop nou eenmaal niet altijd een duidelijke diagnose stellen. Op zulke momenten ben ik heel blij dat er medisch specialisten zijn die met de huisarts meedenken en begrip hebben voor de zwaarte van ons werk in de thuissituatie. Ik hoop dat we deze vorm van samenwerking ook in de toekomst kunnen behouden. Uiteindelijk moeten we het samen doen om de zorg in Nederland op een hoog niveau te houden.
Geen reacties