Column Huub van ’t Hek (april 2017)
Matzes, Paaslam en Rode Wijn
Huub van ’t Hek
Mijn grootvader (1881-1956) was met afstand de beste kleermaker van de stad Amsterdam. Wie in de openbaarheid wilde meetellen, liep in een kostuum van Gregorius van ’t Hek. Van grootindustrieel tot en met het college van B&W. Aan het kostuum herkent men de meester. Daarom had hij altijd joodse knechts. Jongens die bij hem het vak kwamen leren. Die door hem werden ingewijd in de grote wereld van de grote mannen. Die op hun beurt hun jiddische taalgebruik en andere gewoontes meenamen naar het Singel.
Een daarvan was het eten van matzes. Het Joodse Pesach is net wat anders dan het christelijke Pasen. Verlossing uit de slavernij tegenover het leven na de dood. Als metafoor vertoont het zeker grote overeenkomsten. Hoe dan ook, vele jiddische mama’s hebben hun eigen matzes gebakken voor mijn opa en oma. En voor iedereen die bij hen meeat aan tafel. Die traditie werd bij ons thuis voortgezet en wij hebben die traditie er ook weer ingehouden. Matzes met boter en suiker. Wat een traktatie.
Vorig jaar was ik met de viering van het Grieks-orthodoxe Paasfeest op Kreta. Elk zichzelf respecterend restaurant had behalve de matzes ook paaslam op de kaart. De enige vleeskeuze die wordt afgerekend tegen een prijs van € 7,50 per ons. Alleen zo kunnen ook de botten en het babyvet van het lammetje worden afgerekend. Natuurlijk hebben wij het gegeten en natuurlijk hebben wij ons een tikkeltje genomen gevoeld. Maar een Griek in nood mag en moet een beetje sjoemelen.
Brood en wijn staan centraal in de christelijke Paasviering. Daarom kreeg ik van een importeur een fles van Kerem Montefiore, Mishkenot Sha’ ananim, Jerusalem.
Een blend van 45% Petite Syrah, 35% Shiraz en 20% Malbec. Deze fles is de begeleiding geweest van de laatste gang van het Paasdiner, de matzes met boter en suiker. Met elkaar ervaren hoe wisselende symbolen teruggaan naar één en dezelfde bron.
Geen reacties