De krant die je leest van A tot Z
Woensdag 15 Juli, 2026
Deze post is bekeken 171 keer.

maandag 17 januari 2005

Nieuws:

Kleermaker Blaauw

Door: Redactie

In 2004 opende aan de Molenweg 2 de winkel Royal Floor haar deuren op historische bodem. Op deze plaats werd namelijk van 1935 tot 1971 een verdwenen ambacht beoefend: het kleermakersvak. Hoofdpersoon is Jaap Blaauw (1909-1986), telg uit een Gronings kleermakersgeslacht die zijn coupeursdiploma in Berlijn behaalde. Hij heeft als kind gezien hoe zijn voorouders langs boerderijen trokken om daar in de stallen op locatie verstelwerkzaamheden te verrichten aan boerenkleding. Jaap begon zijn eigen zaak in Haren midden in de crisisjaren in 1935, huwde in 1936 en stichtte er zijn gezin (drie zoons en een dochter), doorstond er de oorlogsjaren en zou op deze plek tot 1971 maatkostuums vervaardigen. Zijn weduwe, inmiddels 90 jaar oud, vertelt ons haar verhaal. Boven de herenmodewinkel (op de hoek Rijksstraatweg-Molenweg) woonde het gezin en het atelier grensde aan de woonkamer. Hij maakte maatpakken en in de winkel verkocht zijn vrouw daarbij passende overhemden, stropdassen en sokken. Jaap Blaauw was een ambachtsman die zijn werk nauwgezet deed, erg zakelijk was hij niet. Hij werkte van s morgens vroeg tot laat in de avond. Na het etennog even naar het atelier, er was werk genoeg! Kostte een kostuum in de beginjaren fl. 60, midden zestiger jaren was dat zeven keer zoveel en er zat ongeveer vijftig uur werk in. Voor drukke perioden huurde Blaauw externe broeken- en vestemakers in. Er was ook eigen personeel, in het atelier werd gemiddeld door vier mensen gewerkt, waarvan er een kost en inwoning had. Op grote tafels werden de stoffen geknipt en Jaap Blaauw bracht vele, vele uren in kleermakerszit op de tafel door met de snorrende potkachel ernaast. Icoon van een beroep dat in die jaren heel gewoon was. In de oorlogsjaren werd het atelier gevorderd door de bezetter en werd Blaauw geacht uniformen te repareren. Het was schrikken toen op 13 februari 1940 hotel Horst aan de overkant in vlammen opging. Door de hitte smolten Blaauws gordijnen en er sprong een ruit. Veel vertegenwoordigers en stoffenverkopers waren van joodse afkomst en Blaauw zag ze na 1945 nooit weer terug. Na de oorlog ging de productie van Harris Tweed-jasjes en kostuums gewoon door, maar in de decennia erna begon de opmars van het confectiepak. Fabrieksmatige productie van herenkleding zou op den duur het einde betekenen van het kleermakersvak, maar Blaauw hield nog steeds veel klanten in Haren. Hij nam altijd veel teveel werk aan, zegt mevrouw Blaauw achteraf. Lange avonden doorwerken. Eerst de maten nemen, dan het patroon tekenen, het pak snijden en in elkaar zetten voor de eerste pas. Na de tweede pas kon het kunststuk worden voltooid en afgeleverd. Patronen gingen opgerold in de kast voor eventuele nieuwe bestellingen. Stoffen waren in staaltjes op voorraad. Vlak na de oorlog was stof schaars en moest Jaap Blaauw zijn materialen bij elkaar scharrelen. Hij was bovendien genoodzaakt zich in die tijden bezig te houden met verstelwerk, het keren van pakken want er moest wel brood op de plank! Het heeft ons nooit aan iets ontbroken, zegt nu een van de zoons, maar het was voor mijn ouders hard werken voor weinig geld. Eind zestiger jaren kreeg de vakman gezondheidsklachten en hij koos ervoor om met het bedrijf te stoppen. Het pand werd overgenomen door het echtpaar Schudde, dat er lingeriezaak Margriet opende. Jaap Blaauw en zijn vrouw verhuisden naar de Boterbloemweg. Nog enkele jaren werkte hij voor een kledingfabrikant en leidde er mensen op in zijn vak. In 1986 is hij gestorven, 77 jaar oud. Zijn vrouw woont inmiddels in Erasmusheem.

Geen reacties

Wilt u reageren?




Wij plaatsen alleen inhoudelijke reacties. Reacties met voornamelijk slogans en kreten worden niet gepubliceerd.