Mark Schröder kritisch over haalbaarheidsonderzoek
Mark Schröder uit Haren, zwemmer pur sang, sprak tijdens meerdere raadsvergaderingen in namens Zwemclub Haren. Thema: de toekomst van het zwembad Scharlakenhof. Schröder vindt dat veel raadsleden te positief hebben gereageerd op het haalbaarheidsonderzoek, dat door BMC werd uitgevoerd in opdracht van de gemeente Haren. Schröder heeft naar de lokale media zijn bedenkingen gezonden, waaronder naar onze redactie. Voor de liefhebber publiceren wij zijn relaas integraal.
Door Mark Schröder
Haren, 6 december 2011
Kritische beschouwing BMC rapport
Het bestuur van ZCHaren kreeg eind november de beschikking over het BMC rapport waar in de bijeenkomsten met de wethouder veelvuldig aan gerefereerd werd, maar wat steeds ‘niet definitief’ bleek en daarom voor het bestuur niet in te zien. De definitieve en openbare versie werd daarom met veel belangstelling geanalyseerd. Bestudering van het rapport leverde de conclusie dat het gaat om broddelwerk. Om die conclusie van het bestuur van ZCHaren te onderbouwen volgt een analyse per hoofdstuk van het BMC rapport.
De inleiding
- De opdracht
“Op 28 april 2011 heeft de gemeente Haren aan BMC een opdracht verstrekt om een
haalbaarheidsstudie uit te voeren naar de mogelijkheden van de instandhouding van
sportcentrum Scharlakenhof na ontbinding van de koopakte en hieraan gelieerd de
huur- en instandhoudingsovereenkomst.
- Het onderzoek
“In de haalbaarheidsstudie wordt onderzoek
gedaan naar de financiële haalbaarheid van de volgende scenario’s:
Scenario 1 RENOVEREN
Variant 1A huidige configuratie handhaven, geheel renoveren
Variant 1B huidige configuratie verkleinen, gedeelte renoveren en gedeelte zwembad slopen dan wel leeg laten staan
Variant 1C huidige configuratie verkleinen, gedeelte renoveren en gedeelte zwembad transformeren tot andere voorziening (fitness?)
Scenario 2 SLOOP (en nieuwbouw)
Variant 2A sloop zwembad en handhaven sporthal, zwembad nieuwbouw sober elders
Variant 2B sloop zwembad en handhaven sporthal, zwembad nieuwbouw sober op huidige plek
Variant 2C Sloop zwembad en handhaven sporthal, geen nieuw zwembad
Variant 2D Sloop zwembad en handhaven sporthal, vervoer regelen naar zwembad Tynaarlo
Scenario 3 SAMENWERKING (en nieuwbouw)
Variant 3A nieuwbouw uitgebreide configuratie op gemeentegrenzen, zwembad scharlakenhof en Aqualaren slopen, sporthal handhaven
Variant 3B Overkapping buitenbad Tynaarlo of wedstrijdbad Scharlakenhof renoveren en de rest zwembad slopen, en in beide gemeenten een instructiebassin a 8m x 12m, sporthal Scharlakenhof handhaven”
Bij de inleiding gaat het o.i. al mis: de opdracht behelst een onderzoek naar de instandhouding van sportcentrum Scharlakenhof. In de ‘haalbaarheidsstudie’ wordt echter onderzoek gedaan naar de financiële haalbaarheid van een aantal scenario’s waarvan de meeste de sloop, verplaatsing en/of verkleining van het sportcentrum betreffen. Slechts Variant 1A zou volgens de opdracht tot onderzoek naar de mogelijkheid van instandhouding voor verder onderzoek in aanmerking komen, de andere varianten gaan juist uit van het niet in stand houden. (1B en 1C: sloop zwembad; 2A, 2B sloop zwembad herbouw soberder zwembad; 2C, 2D: sloop zwembad ; 3A, 3B: sloop zwembad[1].)
Vervolgens stelt het rapport onderzoek te doen naar de financiële haalbaarheid van scenario’s en dus niet naar slechts de financiële haalbaarheid of de financiële consequenties van het in stand houden van Scharlakenhof. Ten aanzien van de inleiding van het rapport moet geconcludeerd worden dat de lezer niet wordt ingevoerd in de problematiek van het sportcentrum, dat de opdracht niet wordt uitgewerkt of verduidelijkt, maar dat toch vooruit wordt gelopen op zaken waarvan de relatie met de opdracht onduidelijk blijft.
Marktpotentieel
Wat na de inleiding volgt is geen duidelijke vraagstelling, probleemstelling, probleemanalyse of wat je ook maar mag verwachten bij een rapport op basis waarvan besluiten worden genomen. Evenmin volgt een duidelijke onderzoeksopdracht, een beschrijving naar de randvoorwaarden of op zijn minst een verduidelijking van de verstrekte opdracht, in tegendeel, Hoofdstuk 1 betreft het ‘Marktpotentieel’.
Hoofdstuk 1 is een demografische verhandeling. Daarbij blijft het onduidelijk waartoe de opgevoerde demografische gegevens moeten dienen, immers, het rapport dient een antwoord te geven op de vraag wat de consequenties zijn van het handhaven van Scharlakenhof. Daarbij mag worden aangenomen dat het gemeentebestuur zich regelmatig verdiept in de demografische ontwikkelingen van de gemeente. Bovendien kan, indien geen dramatische veranderingen in de bevolkingssamenstelling worden voorzien, een beroep gedaan worden op ruimschoots aanwezige historische gegevens met betrekking tot bezoek en exploitatie van het sportcentrum.
Opmerkingen als zou de capaciteit van het zwemwater in Haren bovengemiddeld zijn (blz. 4) doen er in het kader van de opdracht (onderzoek naar de haalbaarheid van het handhaven van Scharlakenhof) niet toe. Bovendien is het zo dat het college bij monde van de verantwoordelijke wethouder heeft aangegeven het zwembad van Haren voor de primaire doelgroepen (instructie en zwemmen in verenigingsverband) te willen handhaven. Ook om die reden had het rapport zich kunnen beperken tot een onderzoek naar de consequenties daarvan.
Op basis van de demografische verhandeling gaat het rapport vervolgens door met een rekengrootte die voor wat betreft het handhaven van Scharlakenhof (en dan met name het zwembad) irrelevant is. De onderzoekers hebben berekend dat het zwembad over 635,5 m2 water beschikt (het pierebadje meegerekend) en stellen dat dat wateroppervlakte voldoende is om jaarlijks 187.350 recreatieve bezoekers te bedienen. Met hetzelfde gemak wordt vervolgens gesteld dat een bad met een totaal oppervlak van 340 m2 voor de gemeente Haren, gegeven de demografische samenstelling, voldoende zou moeten zijn. Leuk om te weten, maar gezien de opdracht niet relevant. Op basis van een vierkante meter water per inwoneraantal-animocijfer-product calculatie wordt er echter toch geconstateerd dat de beschikbare watercapaciteit ‘te groot’ is. Maar nogmaals: dat was niet de opdracht, die was: wat zijn de consequenties van het handhaven van Scharlakenhof (is het voor Haren haalbaar Scharlakenhof te handhaven?). Ten aanzien van het hoofdstuk ‘Markpotentieel’ moet dan ook geconcludeerd worden dat de relatie tot de opdracht onduidelijk blijft.
Markt en Concurrentie
Hoewel al eerder werd vermeld dat het rapport zou moeten gaan over de haalbaarheid van het handhaven van Scharlakenhof, gaat hoofdstuk 2 van het rapport uitvoerig in op de markt en de concurrentie. Een relatie tussen de markt en de haalbaarheid zou relevant kunnen zijn, waarom de onderzoekers daarop ingaan, wordt uit het rapport echter niet duidelijk. Weliswaar worden wat opmerkingen gemaakt over marktontwikkelingen en er wordt zelfs met grote stelligheid beweerd dat ‘de grote hoeveelheid zwemscholen in de omgeving ‘ ‘absoluut’ ‘voor klantverlies zullen zorgen’, maar de conclusies blijven oppervlakkig, dubieus en niet ter zake doende. Ten aanzien van het hoofdstuk ‘Markt en Concurrentie’ moet dan ook geconcludeerd worden dat de relatie tot de opdracht onduidelijk blijft.
Onderzoek kostendragers
Hoofdstuk drie gaat in op de financiering, of in de terminologie van BMC de ‘kostendragers’. In hoofdstuk ‘Markt en Concurrentie’ worden wat algemeenheden gepresenteerd en wordt ingegaan op de aanwezigheid van fitness centra en eerstelijns gezondheidsvoorzieningen, fysiotherapie en apotheken. In de conclusie van ‘Onderzoek kostendragers’ wordt gesteld dat door het aanbieden van meer marktgerichte voorzieningen het sportcentrum aantrekkelijker en meer exploitabel kan zijn. Jazeker, er wordt een verband gelegd tussen enerzijds de markt en anderzijds de exploitatie: hoe marktgerichter hoe aantrekkelijker en hoe gemakkelijker de exploitatie. De vraag blijft dan wel hoe marktgerichtheid wordt gedefinieerd. Mogelijk in termen van het streven naar aantrekkelijkheid voor de markt. Daarbij moet worden opgemerkt dat in het rapport niet wordt ingegaan op de (belangen van) de huidige gebruikers. Evenmin wordt in het rapport de vraag gesteld, hoe met die gebruikers ‘markgericht’ kan worden omgegaan. Ten aanzien van het hoofdstuk ‘Onderzoek Kostendragers’ moet eveneens worden geconcludeerd dat de relatie tot de opdracht onduidelijk blijft.
Concretisering Potentiële Kostendragers
Hoofdstuk ‘Concretisering Potentiële Kostendragers’ gaat over Fitness, nogmaals fitness, fysiotherapie en medische fitness. Het wordt niet duidelijk waarom de lezer dit hoofdstuk zou moeten bestuderen. Gesteld wordt in het hoofdstuk: “De gemeente heeft voldoende potentieel aan een fitnesscentrum – eventueel gecombineerd met ruimte voor een fysiotherapeut” (SIC!) Ten aanzien van het hoofdstuk ‘Concretisering Kostendragers’ moet worden geconcludeerd dat het in het kader van de opdracht nergens op slaat.
Exploitatie Prognose Scenario’s
Afgezien van het feit dat ‘prognose scenario’s’ wat dubbelop is bevat hoofdstuk 5 vooral een brei van cijfers die ofwel niet relevant zijn voor het onderzoek naar het handhaven van Scharlakenhof, ofwel speculatief zijn. En dat terwijl de opdracht toch zo simpel is: onderzoek wat het gaat kosten om Scharlakenhof te handhaven. De meest voor de hand liggende scenario’s zouden dan zijn geweest:
1) ‘door laten sudderen zoals dat nu gebeurt of
2) investeren in een forse modernisering van het complex.
Uit die twee scenario’s zou dan kunnen komen dat moderniseren niet loont, of dat moderniseren wel zal lonen, en er kan uitkomen dat de kosten van het voorhanden hebben van een zwembad in beide scenario’s of in een van beide scenario’s haalbaar of onhaalbaar is. Een onderzoek naar reeds bekende, moderne exploitatiemodellen ontbreekt in het hoofdstuk. Ten aanzien van het hoofdstuk ‘Prognose Scenario’s’ kan worden geconcludeerd dat met onduidelijke en speculatieve cijfers een onduidelijke brei wordt gecreëerd waarvan de bedoeling onduidelijk blijft.
Gemeentelijke lasten
Voor hoofdstuk ‘Gemeentelijke Lasten’ geld wat ook voor het hoofdstuk ‘Exploitatie Prognose Scenario’s’ geldt: een brei van cijfertjes die grotendeels speculatief en/of irrelevant zijn. Dit komt vooral omdat hoofdstuk 6 gezien moet worden als de rest van het hoofdstuk ‘Exploitatie Prognose Scenario’s’. Dat is ook niet onlogisch, want de geprognotiseerde gemeentelijke lasten zijn natuurlijk direct afhankelijk van de in hoofdstuk 5 opgevoerde scenario’s. Wat de lezer er mee moet blijft vaag. Ten aanzien van het hoofdstuk ‘Gemeentelijke Lasten’ moet worden geconcludeerd dat, gezien de slechte onderbouwing, en het achterwege blijven van onderzoek naar moderne exploitatiescenario’s, het hoofdstuk niet zou moeten dienen als basis voor besluitvorming.
Conclusies en Aanbevelingen
Het rapport sluit niet af met een samenvatting, met aanbevelingen, met conclusies of met een voorstel tot nader onderzoek. De volgende conclusies hebben dan ook betrekking op het rapport en niet op de haalbaarheid van het zwembad.
Ten aanzien van het hoofdstuk ‘Conclusies en Aanbevelingen ’ moet worden geconcludeerd dat dat hoofdstuk in het rapport ontbreekt.
Het rapport stelt in de inleiding een verslag te zijn van een onderzoek naar de haalbaarheid van het handhaven van het sportcentrum Scharlakenhof. Vreemd genoeg gaat het rapport echter helemaal niet op die vraag in. De haalbaarheid van handhaving van Scharlakenhof wordt helemaal niet onderzocht. Erger nog, het blijft onduidelijk wat er nu wel wordt onderzocht. Indien de opdracht daadwerkelijk was om de levensvatbaarheid van Scharlakenhof te onderzoeken dan had het voor de hand gelegen eerst eens te bepalen wat er precies gehandhaafd zou moeten worden. Gezien de uitspraken van de wethouder (“handhaven van een zwemvoorziening voor de doelgroepen ‘instructie/zwemles’ en georganiseerd zwemmen”) was het tamelijk eenvoudig geweest een aantal randvoorwaarden op te stellen. De opdracht was dan te vertalen geweest naar ‘een zwembad geschikt voor zweminstructie en voor georganiseerd zwemmen’. Via de verenigingen en de KNZB was er dan ook snel en zonder demografisch onderzoek achter de daarvoor geldende randvoorwaarden te komen. Met een programma van eisen en recente informatie over moderne exploitatiemodellen waren de onderzoekers vervolgens efficiënt tot een haalbaarheidsoordeel kunnen komen.
Indien Haren een zwembad voor de benoemde doelgroepen wil handhaven dient dat zwembad minimale afmetingen te hebben. Heeft het bad die afmetingen niet, dan wordt sowieso niet voldaan aan het uitgangspunt ‘behoud van het bad voor de benoemde doelgroepen’. In andere woorden, indien het bad te klein wordt, dan wordt er iets gerealiseerd waar geen behoefte aan is, dan hoeft het niet meer.
In plaats van een heldere vraagstelling te formuleren wordt in het rapport feitelijk geen vraag gesteld, wordt dientengevolge geen antwoord gegeven maar wordt wel geworsteld met grootheden als m2 badwater per animocijfer-inwonertal. Op de een onduidelijke manier leidt dit geworstel vervolgens tot zwembadjes van -voor de benoemde doelgroepen- onbruikbare afmetingen. In dat verband is de opmerking dat ‘door het aanbieden van meer marktgerichte voorzieningen het sportcentrum aantrekkelijker en meer exploitabel kan zijn’ ten slotte tamelijk ironisch.
Geconcludeerd moet worden dat het betreffende rapport van een zeer bedenkelijk niveau is. Op basis van een dergelijk rapport zouden dan ook geen verstrekkende besluiten mogen worden genomen.
6 reacties