Column Hein Bloemink, augustus 2017
‘Niet goed’
Op 22 juli beleefde ik weer zo’n ‘oer-moment’ in mijn leven. Mijn dochter Moniek bracht een prachtig meisje (Rosa) ter wereld in het Martiniziekenhuis. Wij zaten als ouders in de fleurige wachtkamer. Dan word je als man ‘met een grote mond’ klein en kwetsbaar. Je weet dat het lot van je dochter in andermans handen ligt, niet in de jouwe. En op dat moment gebeurde er iets onbeduidends, iets onbelangrijks. Het bracht evenwel een snijdende siddering teweeg in mijn buik. Een dokter in witte jas kwam uit een verloskamer en we hoorden hem nog net zeggen: ‘Dat is niet goed’. Hij liep vervolgens langs de wachtkamer en trok het gordijn dicht, zodat wij geen zicht meer hadden op de gang. Ik combineerde deze twee dingen met elkaar en concludeerde dat er met de geboorte iets helemaal fout ging en dat mijn dochter spoedig per bed door de gang gereden zou worden op weg naar God-mag-weten welke operatiekamer. Ik was trouwens niet de enige die dit scenario construeerde, want het werd heel stil. Ik had eventjes heel sombere gedachten en begon mij voor te bereiden op moeilijkheden. Achteraf bleek er niets aan de hand te zijn. Misschien ging die arts gewoon even zijn agenda halen omdat er een afspraak misliep (‘Dit is niet goed’) en zag hij terloops geïrriteerd dat het gordijn open was, terwijl dit meestal dicht is (‘Verdikkie, ik moet ook alles doen hier’). Deze man zal zich het voorval niet eens herinneren. Maar als artsen dit lezen zullen ze zich er misschien weer bewust van zijn dat mensen in een ziekenhuis zichzelf niet zijn, heel onzeker kunnen worden en gevoelig voor de kleinste details. Moeder, vader en dochter maken het trouwens heel goed. En ik heb inmiddels weer een grote mond.
3 reacties