Column Huub van ’t Hek augustus 2018
Dood door schuld
Huub van ’t Hek
Zij was de mantelzorger van haar moeder. Zij was de oudste, daaronder nog twee broertjes. Haar moeder leed aan wanen, lag vaak op de bank en schold heel veel. Psychopathische trekjes, zeiden de mensen. Haar vader deed er alles aan om geschreeuw en geruzie te voorkomen. Het hielp niet. Het leek wel of haar moeder niet normaal kon praten. Luisteren kon zij sowieso niet. Na tien jaar huwelijk hield haar vader het voor gezien. Hij kon niet meer, had hij gezegd. Hij had hun moeder een ruziejunk genoemd en een bodemloze put. In huis kon hij zijn kinderen niet meer beschermen. Dat zou beter gaan als hij weer op zichzelf zou wonen. Hij had de instanties gewezen op de omstandigheden waaronder zijn kinderen moesten opgroeien. Of de instanties hem konden helpen, had hij gevraagd. Dat kunnen wij niet, hadden de instanties gezegd. U heeft het huis verlaten, dus kunnen wij u niet helpen. Wij richten ons wel op hulp aan uw ex. De instanties hadden haar moeder constant naar de mond gepraat. Omdat zij het contact met haar niet wilden verliezen. Dat het huishouden op de oudste dochter neerkwam, was niet zo erg. Elk kind moet een beetje de mantelzorger van zijn ouders kunnen zijn, zeiden de instanties. Dus had zij geen jeugd gehad. Moest zij altijd weer naar huis om te zorgen. Voor haar moeder en voor haar broertjes. De instanties kwamen twee keer per jaar kijken hoe het ging. In acht jaar was er niets veranderd. Vanaf haar 18e begeleide kamerbewoning en studeren aan de Hogeschool. Eenzamer had zij zich nooit gevoeld. Zij had voor iedereen leren zorgen behalve voor zichzelf. Explosieve groei zelfdoding onder jongeren, hadden de kranten gekopt. Zij begreep als eerste waarom. Haar leven was lopen op dood spoor geweest. Haar moeder zou nooit worden veroordeeld wegens dood door schuld. Een tragisch ongeval, zeiden de instanties.
Geen reacties