Nieuwe column Old Go online
december 2015
Wat had Haren met Bommen Berend te maken?
Dat vraagt u zich natuurlijk af, dat is toch het ontzet van Groningen uit 1672 dat op de 28e augustus gevierd wordt? Eigenlijk is net zo goed een feest voor Haren, want de belegering door de Munsterse en Keulse troepen onder leiding van ’Bommenberend’, de Munsterse bisschop Bernard van Galen had een grote impact op Haren. Door het waarschuwende klokgelui van de koster van de Dorpskerk, die grote stofwolken had gezien uit de richting van Noordlaren, waren de (boeren) inwoners van Haren op tijd met hun vee naar de stad Groningen gevlucht, en door het klokgelui werden de Munsterse troepen opgehouden, omdat die dachten dat het een oproep was om de strijd aan te gaan. Slechts een van de inwoners was niet op tijd binnen de muren van de stad en werd door musketvuur gedood. Hun achtergelaten boerderijen en huizen stonden leeg en natuurlijk werden die direct in beslag genomen en gebruikt door de ‘vijandelijke troepen’. En het achter gebleven vee en andere dieren als kippen, etc. werd als voedsel gebruikt. Nadat de Munsterse troepen Haren hadden ‘leeg’ gegeten, roofden ze door heel het Westerkwartier. BommenBerend zelf vestigde zich op huize Hemmen, en gebruikte het buiten als hoofdkwartier. Als hij de situatie zelf in ogenschouw wilde nemen dan ging hij of naar de Kemkensberg in Helpman of beklom hij de toren van de dorpskerk in Haren. De dorpskerk zelf werd ook gebruikt, als legerplaats voor officieren, banken en stoelen waren er (nog) niet of werden verwijderd, de ruimte was dus in zijn geheel bruikbaar. Uit de kanonnen en ‘bombardes’ werd door het leger van BommenBerend, sommigen hebben het over BombenBerend, een geweldige hoeveelheid bommen op de stad afgevuurd, een aantal met een in teer gedoopt brandend doekje waardoor brand werd gesticht; maar ook de verdedigers van de stad lieten zich niet onbetuigd: een tiental ongelukkige officieren werd gedood en (tijdelijk) in de dorpskerk begraven. In de tijd die de belegering ( van 19 juli tot 28 augustus) duurde, werden er volgens de tijdgenoten verzamelde gegevens meer dan 5000 doden geteld en van de verdedigers ‘maar’ 100. De schade aan gebouwen en huizen was groot, maar herstelbaar. Na het ontzet werden er gedichten en lofzangen en verhalen gedrukt en uitgegeven, oa door Joost van den Vondel. Daar ook de Groningse studenten een belangrijke bijdrage aan de verdediging leverden, werd in een lofgedicht ook hun een strofe gewijd:‘Studenten wilden zich steeds oversaagder weren, met wapens bezig zijn en even niet studeren. Hun posten steeds bezet, de heetsten in de strijd daarmee is het ontzet terdege voorbereid’
Roelof van Wijk, voor OldGo
Geen reacties