De krant die je leest van A tot Z
Woensdag 5 augustus, 2020

woensdag 29 juli 2020

Column:

Rubriek Wetenschap & Leven: Door H.J. Mein, fysisch chemicus te Haren

Door: Redactie

Overdenkingen met komeet Neowise
Een ‘wetenschappelijke’ zomercolumn

In juli is komeet Neowise aan het firmament zien, die eens in de 7000 jaar op zo’n 103 miljoen km afstand van de aarde langskomt. Net als planeten draaien er ook kometen om de zon, maar in hele grote banen. Neowise komt net als vele andere kometen uit een gordel aan de rand van ons zonnestelsel. Hij bestaat uit gesteente bedekt met een ijslaag, dat door de zon smelt en samen met ander materiaal een typerende komeetstaart (coma) vormt. Toen de komeet het beste te zien moest zijn, was ik op Texel. Hoewel de weidse blik over de zee vanaf ons appartement hoog op de duinen perfect was, heb ik hem niet gezien. Vrijwel elke avond waren er precies in de kijkrichting steeds enkele wolken. Heel frustrerend. Andere delen van de nachtelijke hemel waren wel helder en boden andere sterren en planeten om te aanschouwen. Met het ruisen van de zee op de achtergrond ga je dan al snel nadenken over onze ‘nietigheid’ of het ontstaan van het universum. Op de strandweg vlakbij hoorde ik een aantal jongens ruzie maken. Ze scholden op een donkergekleurde jongen, die hen blijkbaar niet aanstond. O ja, dacht ik, dit is wat wij als klein groepje wezens in dit onmetelijke heelal doen: Elkaar het leven zuur maken om kleine verschillen in uiterlijk of denkwijze. Het deed me denken aan een aantal wetenschappers, die door hun afkomst, geaardheid of kleur genegeerd werden. Hun werk werd zonder verdere inhoudelijke beoordeling niet geaccepteerd. Net als politici, moeten wetenschappers overtuigingskracht hebben en draagvlak creëren. Wetenschappers kunnen gelijk hebben, maar gelijk krijgen is niet altijd vanzelfsprekend. Iemand waarbij dit ruim 100 jaar geleden speelde, is de Pakistaanse sterrenkundige Subramanyan Chandrasekhar (1910-1995), die neutronensterren ontdekte. Sterren waarbij alle deeltjes zijn samengesmolten tot neutronen. Chandrasekhar werd als Indiër gediscrimineerd door Britse wetenschappers. Met name de vooraanstaande Britse sterrenkundige Eddington (1882-1944) negeerde de bevindingen van Chandrasekhar en riep geleerden op niet naar de verhalen van deze ‘gekleurde ousider’ te luisteren. Vele jaren later zou blijken dat de theorieën van Chandrasekhar juist waren. Hij ontving in 1983 alsnog de nobelprijs voor zijn gehele werk. Hetzelfde overkwam Srinivasa Ramanujan (1887-1920) kort daarvoor. Ramanujan kwam uit een arme Indiase onderklasse en bekwaamde zichzelf in de wiskunde. Hij ontwikkelde (briljante) oplosmethoden voor complexe rekenkundige problemen. Hij correspondeerde met universiteiten in Engeland, maar door zijn afkomst kon hij niet toetreden tot de wetenschappelijke elite. Pas later zag men in dat hij een genie was en zijn methodieken konden worden gebruikt voor structuurmodellen van het universum. (De speelfilm over het leven van deze geleerde is een aanrader). Nog een voorbeeld is Albert Einstein (1910-1955), die de ruimte-tijd beschreef in twee ‘relativiteitstheorieën’. Hoewel hij de nobelprijs daarvoor meer dan verdiende (en later overigens wel kreeg voor ander werk), werd hem die toen niet gegund vanwege zijn Joodse afkomst. Veel geleerden uit nazi-Duitsland boden destijds veel weerstand. Van iets later is het verhaal van de Britse wiskundige Alan Turing (1912-1954), die tijdens de tweede-wereldoorlog Duitse geheime berichten, gemaakt met de Enigma-codeermachine, wist te kraken. Hij was hoogleraar in Cambridge, maar werd om zijn homoseksualiteit ontslagen en in 1952 veroordeeld tot chemische castratie. Zo zijn er meer voorbeelden, ook voor diverse vrouwen in de wetenschap (het aantal wetenschappelijke prijzen voor vrouwen is ruim 20x lager dan voor mannen) of anderen die ‘anders’ zijn. Hoewel het vroeger veel erger was, bestaat er nog steeds discriminatie en ongelijkwaardigheid. Misschien moeten we wat vaker naar het heelal kijken, naar de sterren en planeten. We zouden op de maan moeten kunnen gaan staan, om vanaf daar de betrekkelijkheid van alles te zien. Hoe klein we zijn, letterlijk en figuurlijk. Waarom maken we ons toch zo druk om dingen waarvoor dat niet nodig zou moeten zijn. Het zou ‘one small step for man’ moeten zijn, in plaats van ‘one giant leap for mankind’, zoals Neil Armstrong zei toen hij in 1969 als eerste mens een voet op de maan zette. Laten we hopen dat de wereld geleidelijk aan beter wordt en we beseffen dat we vanuit het universum gezien allemaal gelijk zijn … Over 7000 jaar als komeet Neowise weer langskomt, moeten we nog maar een keer de balans opmaken.

Geen reacties

Wilt u reageren?




Wij plaatsen alleen inhoudelijke reacties. Reacties met voornamelijk slogans en kreten worden niet gepubliceerd.