De krant die je leest van A tot Z
Woensdag 15 Juli, 2026
Deze post is bekeken 177 keer.

woensdag 16 maart 2005

Nieuws:

t Snoepwinkeltje Eggens

Door: Redactie


Aan de Molenkampsteeg, vlakbij het spoor, moet al in de jaren 20 het winkeltje van de familie Luikinga zijn opgericht. Het zaakje hield het midden tussen kruidenier en snoepwinkel. Rond 1932 werd de winkel met woning verkocht aan een Groninger: Christiaan Eggens (1886-1945). Die woonde destijds met zijn gezin aan het Winschoterdiep in de stad, waar hij een winkel in van alles dreef. Groente, fruit, stro…Eggens was altijd op pad om te handelen.

Een van zijn zoons, de heer J.B. Eggens uit Haren weet nog dat rond 1932 zijn vader vrij plotseling meldde dat het gezin naar Haren zou verhuizen. Hij had daar een boerderijtje aan de Molenkampsteeg gekocht, met een winkeltje erin, zegt zoon Eggens.

Ik ben er met mijn zwager op de fiets eens gaan kijken. Ik kon toen niet weten dat ik er tot 2002 zou wonen.

In het winkeltje werden chocolade, limonades, rookartikelen en suikerwerken verkocht. Eggens zette die nering voort, maar het was vooral zijn vrouw Johanna die naar de toonbank slofte als het winkelbelletje ging. Eggens zelf was, net als voorheen, op pad om handel te drijven met boeren in de omgeving. Hij leverde veevoeders, bieten en stro.
Voor de inkoop bereisde hij per fiets de hele regio.

Op een winterochtend, zo herinnert zijn zoon zich, stapte hij eens om vier uur s nachts op zijn fiets en reed naar Leeuwarden voor zaken. De avonturier kwam om half twaalf s avonds weer thuis en vertelde trots dat hij gedeeltelijk over het ijs van de Lauwerszee was gefietst voor een kortere route terug. Voor de handel deed Eggens alles, niet uit winstbejag maar uit noodzaak. Thuis had hij de monden van vier dochters en een zoon te voeden en in de crisisjaren was iedere gulden welkom. Hij verkocht eens vijf ton bieten aan een boer in Oosterhogebrug, die de handel snel moest hebben. Eggens stuurde zijn zoon met de handkar op pad en die ging te voet zijn vracht naar de stad brengen. Onderweg raakte een wiel aan de Waterhuizerweg in de berm en moest de vracht worden afgestapeld om de kar weer vrij te krijgen. Spartaanse taferelen in het Haren van die jaren!
Hij had moeite het hoofd boven water te houden, herinnert zijn zoon zich. Soms moest ie weer ergens geld lenen om een partij kool of stro te kunnen kopen.

In de schuur van het huisje in Haren stonden bovendien acht koeien voor extra bijverdienste. Intussen bestierde Johanna Eggens het zaakje aan de Molenkampsteeg. Ze had er weinig plezier in als ze tijdens de was (met wasbord) werd gestoord door een paar kinderen die voor een cent salmiak kwamen kopen. Ze kreeg overigens hulp van haar dochter Paulina. In de oorlogsjaren hakte het gezin Eggens de knoop door. Het winkeltje sloot de deuren definitief, vader Eggens bleef handelen op het platteland om de schoorsteen te laten roken.

Een opmerkelijke oorlogservaring was dat in 1944 het wasgoed door kogels werd doorboord toen het op het gras lag te bleken. De Engelsen beschoten het rangeerterrein geregeld en hun kogels kwamen wel vaker in Tuindorp terecht! In april 1945, enkele dagen voordat de Canadezen Haren via de Rijksstraatweg kwamen binnenrijden, werd hij ernstig ziek. Hij moest met spoed worden geopereerd aan zijn hoofd. Wegens gebrek aan autos is hij, hoe wrang ook, liggend op een groentekar naar het Academisch Ziekenhuis vervoerd. Aftocht van een handelsman.

De operatie overleefde hij niet. Zijn vrouw Johanna kwam in aanmerking voor een uitkering (Drees) maar volgde haar man al in 1949 in het graf. Het huisje aan de Molenkampsteeg werd nog tot 2002 bewoond door de zoon des huizes en diens echtgenote.

Geen reacties

Wilt u reageren?




Wij plaatsen alleen inhoudelijke reacties. Reacties met voornamelijk slogans en kreten worden niet gepubliceerd.