De krant die je leest van A tot Z
Vrijdag 18 september, 2020

donderdag 24 december 2015

Nieuws:

Verhalen onder de kerstboom, geschreven door lezers – lees meer…

Door: Redactie

 

Op verzoek van Haren de Krant hebben lezers bondige kerstverhalen geschreven met als (verplichte) titel: ‘Het liep heel anders’. Het resultaat van de lokale schrijfkunst treft u hieronder aan. Veel leesplezier.

 

Door Chantal Kuipers, Groningen

Voorzichtig liep ze richting het Raadhuisplein. Een dun laagje sneeuw kraakte onder haar voeten.

Ze rook de geur van warm brood en haar maag begon te rommelen. Het was inmiddels alweer een jaar geleden dat ze hier was en toch voelde het nog steeds als thuis. De bakker, het kleine fonteintje en het vele groen. Ze wist pas hoeveel ze het miste als ze weer hier was. Dit jaar zou alles anders zijn. Tot nu toe waren alle jaren gevuld met stemmen van de kinderen. De samenhorigheid van de nachtmis, het late lome ontbijten, en de wandeling bij Appelbergen. Ze kon zich niet herinneren hoe het eerder was, alleen met haar man. Maar dit jaar zouden ze voor het eerst met zijn tweeën zijn. Zou ze het nog steeds zou fijn zijn als vroeger? De nachten dat ze huilend van het lachen opbleven leken te lang geleden. Ze trok haar muts over haar oren. Wat zouden ze gaan doen deze kerst? En moest ze wel gaan koken? Het was haar droom die ieder jaar werkelijkheid werd. Met de tafel vol stemmen en dan alleen maar luisteren naar het geluk van haar kinderen. Ze keek naar de kerstverlichting boven haar hoofd. Het straalde alsof het haar uitnodigde mee te doen. Haar hart danste in haar borstkas. Alsof ze opgetild werd door het licht.

Ze trok haar sjaal af en bevrijdde zich van haar jas. Alsof ze veel te lang opgesloten had gezeten. Met haar armen wijd draaide ze rondjes. Steeds sneller tot ze misselijk werd. Haar adem stokte. Daar in de verte zat hij, op het terras dat altijd open leek te zijn. Zijn neus verstopt in zijn sjaal. Aan zijn ogen zag ze dat hij lachte. Hij hief zijn beker warme chocolademelk naar haar op. Ze lachte omdat ze wist dat hij ook lachte ook al zag ze het niet. Ze herkende zijn gezicht uit duizenden. Zo was nu en zo was het altijd geweest. En ze wist dat het goed zo komen. Ook deze kerst. Zonder de kinderen maar met haar leuke man.

 

Door Demi Stoppels

Het was tweede kerstdag, ik herinner het me nog goed. Ik liep met mijn zusje Natasja door het dorp. We zwerven al sinds gisteren over straat, proberend onszelf warm te houden. We zijn van huis weggelopen. Onze ouders hebben vaak ruzie met onze broer Peter. Hij is geen perfect kind, en dat weet hij maar al te goed. Hij krijgt het echter iedere Kerst voor elkaar de sfeer weer te verpesten. Hij heeft altijd wat te zeuren over de cadeaus en over het eten. Mijn zus en ik waren het zat, en hebben onze biezen gepakt. We hopen ergens een plekje te vinden om te kunnen slapen, tot de kerstdagen en het Nieuwjaar weer voorbij zijn. We lopen door het dorp, en zien de molen.  ‘Zullen we kijken of de deur openstaat?’ Ik knik, en laat me door haar meesleuren. We lopen op de stoep, en komen langs het politiebureau. ‘Hebben ze daar geen plekje voor ons?’ ‘Nee, ze brengen ons toch wel weer naar huis. Dat horen ze te doen.’ Natasja haakt haar arm in die van mij.  ‘Ik wil geen Kerst op straat vieren.’ ‘Nee, ik ook niet. Maar we hebben geen keus, toch?’

‘Nee…’ Ze sleurt me mee, voorbij het politiebureau. We lopen richting de versierde molen. Er hangen kerstlichtjes en de molen is beschilderd met kerstbomen en Kerstmannen. ‘Kijk, dat is nu echt Kerst.’ We staan voor de molen en kijken naar boven. ‘Haren is wel echt de plek voor Kerst, met een mooie molen in het hart van het dorp.’ ‘Vertel mij wat.’ Ik kijk achterom, en zie een agent lopen. Ik word naar beneden getrokken door Natasja. Ze gebaart dat we stil moeten zijn. ‘Kom maar tevoorschijn dames.’ Heel langzaam ga ik omhoog, tot grote afschuw van Natasja. De agent kijkt ons aan. ‘Wat doen jullie hier, op deze mooie kerstdag?’ ‘We, eh… We hebben geen slaapplaats.’ ‘En waarom dan niet?’ ‘Onze ouders hebben ieder jaar ruzie met onze broer. We zijn het zat, en zijn van huis weggelopen.’ ‘Ah, de zusjes Brandsma. Jullie ouders hebben ons inderdaad al gebeld. Lopen jullie mee?’ We kijken elkaar aan en lopen met onze hoofden naar beneden achter de agent aan. Hij opent de deur, en laat ons binnen. We kijken onze ogen uit. Er staat een levensgrote, verlichte kerstboom in het midden van de hal. Er hangen slingers, en er staan overal kaarsen.

‘Vieren jullie Kerst met ons?’ We knikken, en lopen achter de agent aan. Als we in zijn kantoor zitten, krijgen we een warme mok chocolademelk aangeboden. We nemen het aan en genieten van de warme vloeistof.

‘Ik heb een verrassing voor jullie.’ De agent loopt weg, en komt even later, verkleed, terug met een grote, rode zak. ‘Cadeaus!’ Ik veer overeind, en kijk lachend naar de agent. ‘We geven ieder jaar cadeaus weg, aan gezinnen die het moeilijk hebben, om ze hopelijk toch een mooie Kerst te geven.’ We bedanken de agent en zingen kerstliedjes, samen met het korps.

 

 

Door Lianne Hartman, Groningen

Van de ene dag op de andere, direct na het wegsturen van Sinterklaas met zijn knechten, worden overal in de opvang kerstversieringen opgehangen. Kerst is een feest dat hij kent en waarvan hij weet wat er gevierd wordt. Maar hij is moslim, geen christen, hij wil de geboorte van de profeet Jezus niet zo uitbundig vieren. Het zien van al die kerstspullen, zorgt voor onrust in zijn hart. Hij begrijpt wel dat hij hier niet alleen woont en dat hier ook christelijke vluchtelingen wonen, maar begrijpen zij dat ook? Hij zal toch niet gedwongen worden om dit feest met hun mee te vieren? Gelukkig loopt het heel anders. De weken tussen Sinterklaas en Kerstmis zijn onrustig in de opvang, hij voelt de spanning toenemen. Het komt niet tot harde confrontaties, maar iedereen heeft minder geduld met de ander en iedereen geeft de ander daar de schuld van. Hij maakt zich steeds meer zorgen. Het was zo fijn om uit de oorlog te zijn. Het is de druppel dat hij zijn eigen zoon van tien betrapt als die een christenmeisje, ongeveer even oud, voor hoer uitscheldt. Waarom? Zijn zoon kan het hem niet duidelijk maken. Hij maakt zijn zoon wel duidelijk dat hij respect moet hebben voor vrouwen, ongeacht hun geloofsovertuiging. Als hij bij de vader van het meisje zijn excuses aanbiedt, hebben ze een vruchtbaar gesprek, als vaders onder elkaar. Ze delen elkaars zorgen en ze zijn het erover eens dat ze alleen zo dicht op elkaar kunnen samenleven, als iedereen daar zijn best voor wil doen. Als ze respect voor elkaar hebben en voor elkaars gewoonten en gebruiken, dan is het mogelijk. Wanneer ze nog even verder spreken, vormt zich al snel een plan voor Kerstmis. Samen zoeken ze het gesprek met invloedrijke bewoners en met enkele vrijwilligers. Iedereen is het erover eens: dit plan is eenvoudig, maar perfect. De beide vaders spreken daarna veel met hun geloofsgenoten. Natuurlijk is er hier en daar wat weerstand, maar uiteindelijk worden alle criticasters overtuigd. Ze zijn stomverbaasd dat hun eenvoudige plan zelfs de krant haalt. Is er dan echt niemand anders op dit idee gekomen? Zo vernieuwend is het toch niet? Een vrijwilliger vertaalt het krantenartikel voor hen. “Kerstmis wordt vredesfeest voor vluchtelingen. In de vluchtelingenopvang in Haren is een opmerkelijk initiatief opgestart door twee Syrische vluchtelingen, een moslim en een christen. In plaats van Eerste Kerstdag elk op hun eigen manier te vieren, vieren ze het samen in een vredesfeest. Het bidden voor vrede en het praten met elkaar staan die dag centraal. De centrale ruimte is de hele dag ingericht voor gesprek en samenzijn van alle bewoners. Vanzelfsprekend is er voor iedereen gedurende die dag ook gelegenheid voor kerkgang of vrijdagmiddaggebed. De dag zal worden afgesloten met een eenvoudige, gezamenlijke maaltijd.” Na afloop kijkt hij terug op een geslaagde, vredevolle dag. Het werd een dag waarop bewoners, soms hele gezinnen, uit het dorp naar hun opvang kwamen om de vrede met hun mee te vieren.

 

Door Marleen Prins, Haren

Kerstmis was bij mij altijd één van de mooiste feestdagen. Gezellig met de hele familie aan het kerstdiner. Al jaren viert mijn opa het kerstfeest mee. Dit jaar is hij er ook zeker bij, althans dat dacht ik.  Ik zal me even voorstellen. Mijn naam is Miguel en ik woon al sinds mijn geboorte in het dorp Haren. Ik heb een zusje Christina  en woon bij mijn ouders.  Christina wil graag artiest worden en heeft voor de kerst auditie gedaan voor een optreden op één of ander kerstfeest. Terwijl ik samen met mijn moeder op eerste kerstdag bezig was met het eten ging opeens de telefoon. Mijn vader nam hem op. ‘’Hallo met Hans Meijer’’.  Onder het bellen zat hij tussendoor te knikken. Ik keek hem vragend aan. Na 5 minuten hing hij op. ‘’Christina kom eens naar beneden’’,  riep hij. Het jonge meisje huppelde vrolijk naar haar vader toe en keek hem vragend aan. ‘’Je bent geselecteerd voor het optreden van vanavond’’ Mijn zusje begon te juichen en sprong mijn vader blij in de armen. ‘’Dat betekent dus vanavond geen cadeautjes en diner, maar naar Christina kijken’, ’ zei mijn moeder. Ze liep naar haar toe en gaf  een kus. Ik keek teleurgesteld, opa zou immers ook komen en nu moeten we hem afbellen terwijl hij helemaal uit Amsterdam moeten komen. Mijn moeder pakte de telefoon en belde hem af.  ’Mam hoe zit dat met onze voorbereidingen, staat alles al klaar?  ‘Dit is toch al een feestje. Christina die een artiest wordt.’ Zei mijn moeder. ‘Voor haar wel maar voor mij niet’ zei ik ‘’Pardon schreeuwde mijn vader. ‘Je hebt me wel gehoord’   ‘Je moet leren dat de hele wereld niet alleen om jou draait. Ik snap dat je teleurgesteld bent vanwege opa maar om Christina af te branden is helemaal niet terecht’ ‘ Afbranden? Ik geef gewoon mijn mening of mag dat niet meer?’   ‘’Niet op jouw brutale manier’’ zei mijn vader kwaad. ‘’Dan zeg ik toch niks meer want alles wat ik zeg is toch fout’’  – ‘Misschien is het beter als je gewoon weggaat, niemand zit te wachten op een kerstfeest met jou’,  zei mijn vader terwijl hij mijn spullen uit de slaapkamer haalde. Tien minuten later stond ik letterlijk met de koffers op straat. Met mijn schoenen stond ik in de sneeuw en hoorde ik hoe de klok van de dorpskerk acht uur sloeg. De oliebollenkraam die er al sinds november  staat was dicht, die medewerkers waren ook aan het feestvieren zoals het hoort.  Ik liep het stille centrum in en zag dat Astoria open was. ‘’ Zou ik hier een hapje mogen eten?’ ‘Natuurlijk mag dat’,  zei de ober.   Ik zat alleen totdat opeens mijn beste vriend Diederik met de familie  binnenkwam lopen. ‘Miguel wat ongezellig. Kom bij ons, anders zit je zo alleen’ zei hij. Ik lachte en kwam erbij zitten. ‘Op een plezierige kerst waar niemand alleen is in Haren’ zei zijn vader. ’Proost’ riep iedereen.

 

 

 

 

Geen reacties

Wilt u reageren?




Wij plaatsen alleen inhoudelijke reacties. Reacties met voornamelijk slogans en kreten worden niet gepubliceerd.