De krant die je leest van A tot Z
Dinsdag 16 Juni, 2026
Deze post is bekeken 86 keer.

dinsdag 16 juni 2026

Nieuws:

Hoe gaat in Zuid-Soedan met Harenaar Henk van den Bosch?

Door: Redactie

De eerste bevindingen van de Harense predikant Henk van den Bosch, die namens de Gereformeerde Zendingsbond en PKN sinds enkele maanden predikanten opleidt op het Kajo-Keji Christian College in Zuid-Soedan.

Door Henk van den Bosch voor Haren de Krant

Een geweldige en gewelddadige samenleving. Wanneer ik na drie maanden in Zuid-Soedan mijn eerste indrukken van het land op een rijtje zet ontstaat er een gemengd beeld. Enerzijds is het een prachtig land, met uitermate vriendelijke mensen en een prachtig, groen en golvend landschap. Ik ben hartelijk ontvangen en voel me hier thuis. Geweldig! En tegelijk is het een wonderlijk gewelddadig land. Een land met een lange geschiedenis van burgeroorlog en politiek geweld. Maar wonderlijker nog vind ik de geweldsuitbarstingen rond de zogenaamde ‘cattle raids’, de veediefstallen. Regelmatig berichten nieuwsmedia hier over dergelijke raids, met vaak tientallen dodelijke slachtoffers. De bevolking van Zuid-Soedan bestaat uit ruim zestig stammen met hun eigen traditionele culturen. Sommige van die stammen zijn veehouders en andere landbouwers. Het leven van veehouders staat geheel in het teken van hun grote kudden runderen. Zij drukken hun welvaart en hun welzijn uit in de omvang en de staat van hun kudde en ze voeren de naam van hun mooiste rund als persoonlijke aanspreektitel. Ook hun relaties, zowel onderling als met omringende volken, worden bepaald door hun liefde voor runderen en hun grenzeloze behoefte om daar meer en meer van te verwerven. Daarin ligt een belangrijke aanleiding voor het gebruik van geweld: van oudsher grijpen deze volken gemakkelijk naar wapens wanneer het om de verdediging en de uitbreiding van hun kudden gaat. In dergelijke geweldsuitbarstingen is de waarde van een mensenleven gering. Het is onderdeel van de cultuur, van jong af aan worden kinderen aangemoedigd om hun meningsverschillen uit te vechten, en voor de volwassen man zijn gevechtsvaardigheden en moed de hoogste deugden. Ook vandaag wordt veediefstal hier algemeen gezien als een belangrijke en gewelddadige aanjager van conflicten. De onderliggende dynamiek is de afgelopen eeuwen ongewijzigd: in tijden van droogte trekken de volken die vee houden met hun kudden naar graziger weiden, waar de daar wonende landbouwers worden beroofd en verdreven. Waar in het verleden deze overvallen cultureel waren gereguleerd en werden uitgevochten met speren zijn ze vandaag de dag geëscaleerd tot gewelddadige georganiseerde misdaden met vele slachtoffers. Deze escalatie wordt in de hand gewerkt door de alomtegenwoordigheid van vuurwapens, die na jaren van burgeroorlog nooit zijn opgeruimd, en door het onvermogen van de zwakke overheid om de wet te handhaven.
Het is zeker niet zo dat de gemiddelde inwoner van Zuid-Soedan van nature gewelddadiger is dan een doorsnee inwoner van Haren. Maar de mix van traditionele cultuur met modern wapentuig kan wel hoogst explosief zijn.

Een gewone dag in Kajo-Keji
Ruim drie maanden geleden ben ik vanuit Haren vertrokken naar Kajo-Keji in Zuid-Soedan, om daar als docent Theologie te gaan werken aan Kajo-Keji Christian College. Op de campus van dat college deel ik mijn leven met collega’s en studenten, en verloopt de dag doorgaans volgens een vast ritme.
Die dag begint vroeg. Tussen half zes en zes wordt het licht, en als vanzelf word ik dan ook wakker. Een wekker zetten hoeft hier niet, het zonlicht, de vogels, het gekraai van een haan, alles maakt duidelijk dat de dag begonnen is. Ik heb dan een uurtje om me klaar te maken, wat koppen te snellen in de nieuwsberichten op internet, een bakje koffie te drinken en een of twee bananen te eten. Het gezamenlijke ontbijt is om half tien, maar zonder iets in mijn maag red ik dat niet.
Om zeven uur beginnen we iedere dag met een ochtendgebed, de ‘morning devotion’. Het idee is dat we dat als campus-gemeenschap gezamenlijk doen. Maar de praktijk is anders: we beginnen met een handjevol vroege vogels, geleidelijk komt de een na de ander binnendruppelen, en tegen de tijd dat we om half acht afronden zijn we compleet. En ik heb de indruk dat niemand daarom maalt, ieder komt op de eigen tijd en dat is voor iedereen prima. We beginnen het ochtendgebed met het zingen van een paar liederen. We gebruiken daarvoor een bundeltje met 323 liederen, en dat is een heel gevarieerde collectie. Er staan protestantse klassiekers in als ‘Take my life and let it be’, allerhande spirituals uit de Afro-Amerikaanse traditie, op de psalmen gebaseerde liederen. Voor mij het meest verrassend is dat de bundel voor de helft bestaat uit Arabischtalige liederen. Ondanks de afscheiding van het Arabischtalige noorden in 2011 wordt er in Zuid-Soedan nog volop Arabisch gesproken, als een soort lingua franca naast het Engels. Men noemt het hier ‘Juba Arabic’, en dat is een lokaal dialect, afwijkend van het officiële Arabisch en in het Latijnse alfabet getranscribeerd. Dus ik kan gewoon uit volle borst meezingen, al heb ik amper een notie van wat we zingen. Na de liederen volgt een schriftlezing met een korte uitleg, door een van de studenten. Om een of andere reden wordt de lezing vrijwel altijd genomen uit de psalmen, en de uitleg is er onveranderlijk eentje in drie punten. De studenten zijn duidelijk klassiek geschoold. En het sluitstuk van de viering is de dienst van de gebeden, met veel aandacht voor de voorbeden. Iedere aanwezige mag gebedsintenties aandragen, en zo wordt heel de wereld voor het aangezicht van God gebracht.

Aansluitend beginnen om half acht de colleges. Op maandagochtend, bijvoorbeeld, geef ik van half acht tot half tien college over de poëtische boeken van het Oude Testament aan een groep van acht studenten. Na wat inleidende colleges zitten we nu midden in de psalmen. En dat is uitermate boeiende college- en gespreksstof! Het gesprek met de studenten over wat hun favoriete psalmen zijn en waarom, over hoe ze de psalmen verstaan, over de schoonheid van de poëzie van de psalmen, – het zijn stuk voor stuk interessante uitwisselingen die voor mij heel leerzaam zijn. Dat begint er natuurlijk al mee dat ik geen oudtestamenticus ben en me nu voor deze colleges driftig aan het inlezen ben. Er gaat een wereld voor me open! Een andere ontdekking: de studenten wisten niet dat de psalmen bedoeld zijn om te zingen (of zelfs om op te dansen!), voor hen zijn het geschreven teksten zoals bijvoorbeeld ook de evangeliën of de brieven in de bijbel. Voor iemand die is opgegroeid met de 150 psalmen in het liedboek (waarvan er iedere maandag eentje uit het hoofd opgezegd moest worden) is dat een wonderlijke ontdekking. En zo gaan, in gesprek en leerstof, voor mij en voor hen de psalmen hopelijk op een nieuwe manier leven.
Om half tien is het dan eindelijk tijd voor het ontbijt! Zonder die banaan op de vroege ochtend zou ik het tot hiertoe niet gehaald hebben. De docenten gebruiken de maaltijden gezamenlijk, en vaak is dit een leuke gelegenheid om wat bij te kletsen en nieuwtjes uit te wisselen. Soms ook eten we in stilte. Aan het ontbijt wordt overigens niet al te veel aandacht besteed: doorgaans is het cassave wat de pot schaft, een enkele keer rijst. En omdat beide gerechten sec worden opgediend, zonder verdere toeters en bellen, is dit een wat smaakloze en droge bedoening. Gelukkig krijgen we er een grote mok thee bij geserveerd.

Na het ontbijt gaan we verder met de colleges, en om twaalf uur is het dan tijd voor de lunch. Lunch en avondeten zijn beide warme maaltijden, en iedere dag wordt hetzelfde geserveerd. Hoofdbestanddeel is posho, een dikke maïspap. En bij de posho worden bonen en (meestal) een groente (vaak kool of een soort spinazie) geserveerd. Vlees of vis komt bij hoge uitzondering op tafel, maximaal een of twee keer per maand. De maaltijden bieden dus weinig variatie, voor culinaire hoogstandjes moet je niet in Kajo-Keji zijn. Tegelijk smaakt het eten me uitstekend, bevalt ook het gezamenlijke eten me heel goed, en vind ik het bijzonder comfortabel dat ik niet mijn eigen potje hoef te koken (om het vervolgens in m’n eentje op te eten) maar dat er goed voor ons wordt gezorgd. En aangevuld met een greep uit de talloze sinaasappels, mango’s en jackfruit die op de campus groeien heb ik volgens mij best een gevarieerd dieet. Kortom: over de keuken hoor je mij niet klagen!

Om een uur gaan de colleges weer verder, tot een uur of drie. Dan houdt de werkdag op en is het tijd voor andere zaken. Sommige studenten zetten zich aan de studie in de bibliotheek, anderen zoeken een schaduwrijk plekje onder een boom om wat bij te kletsen. En momenteel gaat menigeen in de tuin aan het werk. Iedere docent en student heeft aan de rand van de campus een stukje grond toegewezen gekregen om groenten te verbouwen. Omdat de regentijd hier bezig is, is dit het moment om de grond om te ploegen en in te zaaien. Er wordt vooral mais, cassave en kool verbouwd, soms ook pinda’s of mij onbekende gewassen. En de opbrengst wordt opgegeten, verkocht op de markt of aan het college, of meegenomen wanneer de familie wordt opgezocht.
En daarmee loopt de dag ten einde. Om zes uur is het donker, om zeven uur gebruiken we nog samen het avondeten, en om een uur of half acht valt er een diepe stilte over de campus. Tot de volgende ochtend.

Geen reacties

Wilt u reageren?




Wij plaatsen alleen inhoudelijke reacties. Reacties met voornamelijk slogans en kreten worden niet gepubliceerd.