Rotterdamse kan Haren niet vergeten!

Deze Rotterdamse, die nu in Valkenburg ZH woont, komt nog geregeld terug naar Haren. HIer liggen dierbare herinneringen uit de oorlogsjaren. De boerderij van J.Vrieling was in de dagen een veilige haven.Waarom heeft het dorp Haren het hart gestolen van de Rotterdamse Bep Arnoldus? Waarom keert zij na zestig jaar nog steeds geregeld terug naar die boerderij in de landerijen van de Rijksstraatweg? Verhaal over oorlog en geborgenheid.
De boerderij van J. Vrieling aan de Rijksstraatweg 37 ligt precies tussen de Rijksstraatweg en de snelweg in. Omgeven voor sappige weilanden vol boterbloemen en grazende koeien. Het verkeersgedruis klinkt in de verte en markeert juist de stilte op het boerenerf. De gedachten van Bep Arnoldus (1932) uit Valkenburg (ZH) gaan terug naar het begin van de oorlog, ze woonde in Rotterdam. Bommen hadden begin mei 1940 die stad verwoest. Kinderen uit dat gebied werden in de zomer van 1942 waar mogelijk, naar veiliger plaatsen gebracht om op verhaal te komen. Bep was zon kind: Het ging uit van de Hervormde Kerk, we werden als bleekneusjes met een bus op reis gestuurd naar het noorden. Ik kwam in Haren terecht in Ons Centrum aan de Kerkstraat, waar de gastouders hun kinderen kwamen ophalen. Lien Vrieling, dochter van een boer uit Haren, was er ook en ze dacht toen ze mij zag: als ik dat bleke kindje maar niet krijg! Ze kreeg mij dus wel. Achterop de fiets ging het naar de boerderij. Dat was hemel op aarde!
Hongerwinter
Het oorlogsgeweld was heel ver weg. Het plattelandsleven in dit boerengezin deed het Rotterdamse bleekneusje zichtbaar goed. Ik werd direct opgenomen in het gezinsleven, het werd een heerlijke en onbezorgde tijd rondom de boerderij. Van de oorlog heb ik die periode helemaal niets gemerkt. Na zes weken keerde Bep naar haar ouders in Rotterdam terug. Het paradijs voorbij, maar ze vergat het nooit! Terug naar school in een stad waar de oorlog heel dichtbij was. Vier jaar later, 1944. De hongerwinter was uitputtend. In Rotterdam dacht dat bleekneusjes nog vaak terug aan de boerderij in Haren. Ze was blij te horen dat er pogingen gedaan werden om haar en haar zusje tijdens de hongerwinter alsnog naar Haren te krijgen. Het wachten was op vervoer, zegt Bep. De koffertjes stonden thuis al klaar, we konden zo vertrekken. En dat gebeurde. Op een dag in maart 1945 zijn we lopend naar Schiedam gegaan en ik kwam terecht in een binnenvaartschip. Het ruim lag vol met stro en met kindertjes, tientallen kindertjes. Er was een emmertje als wc, dat overboord werd gekiept als het vol zat. Het schip ging langs Den Haag, het Ijsselmeer over naar Friesland. Een week na vertrek kwamen we in Groningen aan. Ik werd bij nonnen opgevangen, weet nog steeds niet waar dat was. Opeens zat ik met mijn zusje in een bakfiets, die ons naar de boerderij bracht. Ik zie nog hoe we daar het erf opreden, de familie was blij en verrast! De familie Vrieling, die inmiddels was uitgebreid met de vrouw Anna van zoon Geert, nam de oorlogskinderen wederom op in het gezin en kort daarop werd dochter Anna geboren. Lien Vrieling was inmiddels getrouwe met Fokko Wiegers. Liefdevol werden de luizen uit hun haren gewassen en ze kregen goed te eten.
Bevrijding
Juist in die dagen begon bij de Duitse bezetter het besef door te dringen dat de strijd was gestreden. Rond het erf waren loopgraven en de soldaten hadden er een kamp opgeslagen, zegt Bep, die het als dertienjarig kind beleefde. Het waren aardige jongens, ze dronken alleen wel veel. Maar het stelde ons gerust dat ze zeiden niet te willen vechten. Mijn zusje was op 15 april jarig en ze kreeg Hollands geld van de soldaten. Wij hebben er toch niks meer aan, zeiden ze. Juist die dag werd Haren veroverd door de Canadezen. Er werd bij de boerderij niet gevochten, de soldaten gaven zich zonder strijd gewonnen en werden afgevoerd. Nog jaren hebben die wagens daar gestaan, met kisten vol spullen, weet Bep Arnoldus nog. Jaren later heeft Jan Vrieling, die de boerderij nu heeft, nog kogels in de sloten gevonden. Tijdens die bevrijdingsdagen was het toch nog schrikken toen een Duitse sluipschutter in de weilanden was achtergebleven en begon te schieten op het gezin. Intussen vond de strijd om Groningen plaats, dichtbij maar toch verweg. Maar de Rotterdamse meisjes voelden zich veilig op de boerderij!
Hechte band
En zo ontstond die diepe band met dit plekje in Haren. Een band van geborgenheid versus oorlogsangst. Waar geborgenheid overwon. Die band is altijd gebleven, hoewel er jaren voorbij gingen dat er geen contact was. De laatste tijd, nu Bep Arnoldus weduwe is, komt ze weer geregeld logeren bij Jan Vrieling, kleinzoon van de familie die haar destijds heeft opgevangen. Ik vind het hier nog steeds heerlijk in Haren. Deze plaats is mij dierbaar en nu begrijp je vast wel waarom.
Geen reacties