Preek online uit Gorechtkerk 16 december 2012
Dominee Marja de Jager preekte zondag 16 december met de navolgende tekst.
ne size-full wp-image-52658″ title=”Gorechtkerk Haren raam” src=”http://www.harendekrant.nl/wp-content/uploads/2012/03/Gorechtkerk-Haren-raam.jpg” alt=”” width=”300″ height=”300″ />
Leefregel: uit Paulus’ brief aan de Filipenzen 4: 4-9 (Filp.4:4-9)
Lezing uit O.T. Sefanja 3:14-20;
Lezing uit het N.T. Lucas 3: 7-18;
Gemeente van onze Here, Jezus Christus,
‘Jubel, vrouwe Sion, zing van vreugde Israël, juich met heel je hart’, jubelt Sefanja. ‘Laat de Heer uw vreugde blijven; ik zeg u nogmaals: wees altijd verheugd…, spoort Paulus de Fillipenzen aan. Zing, lach, juich en wees blij. De blijdschap en vreugde spatten ervan af, vanmorgen. ‘Wees blij’, we horen het graag’. En toch…
‘Met kerst zouden we vrolijk moeten zijn’, hoorde ik een Griek afgelopen week in het journaal zeggen, ‘maar’, ik kan weinig redenen tot vrolijkheid bedenken’, voegde hij eraan toe. En iemand die problemen heeft op zijn werk en de vrijdag voor kerst verwacht wordt op de kerstborrel zei me: ‘En dan moeten we met elkaar het glas heffen op een vrolijk kerstfeest. Wat een hypocriet gedoe‘. En een kennisje vertrouwde me toe: ‘Ik zou niet weten hoe ik dit jaar kerst moest vieren. Ik voel me eenzaam en alleen, nu mijn man mij verlaten heeft’. Een aantal redenen waarom mensen maar moeilijk vreugde kunnen vinden in deze tijd. En dan hebben het nog niet eens gehad over de werkloosheid, de beangstigende klimaatveranderingen en het besef dat er grenzen zijn aan onze mogelijkheden. Velen somberen over de toekomst. Het geloof dat we veel, zo niet alles van de toekomst mogen verwachten ebt weg. We moeten onze verwachtingen bijstellen en met andere ogen naar de toekomst gaan kijken.
Hoe? De tijd zal het ons leren. Gaandeweg zullen we met elkaar gaan ontdekken wat werkelijk belangrijk voor ons is en wat we daar met elkaar voor over hebben. Dat vraagt een omkeer in denken. Willen we vreugde kunnen ervaren in ons leven, dan zullen we die vreugde misschien wel in andere zaken moeten gaan vinden dan we gewend zijn. Niet in materiële dingen, niet in behoeften die voor een moment leuk zijn en die we net zo gemakkelijk weer aan de kant schuiven als we ze hebben aangeschaft. Maar in kleine dingen, in basisbehoeften, in creatieve oplossingen, in ons geloof. Geloof is niet de meest voor de hand liggende bron van vreugde. Geloof kennen we als vaste grond van ons bestaan. Of als richtlijn voor ons leven. Of als iets wat buiten ons bereik ligt, maar waarvan we vermoeden dat het ons kracht geeft en inspireert. Geloof kennen we als twijfel en aanvechting. En ‘God’ weten we in dat alles soms wel en soms niet te ervaren. God is een mysterie en Hij woont midden onder ons. God is te kennen en Hij overstijgt ons verstand.
Maar… wat betekent geloof voor ons als bron van vreugde? Ga het maar eens na bij u en bij jou zelf: waar en wanneer het geloof vreugde gaf of de gedachte aan God je blij maakte? Ik hoor best vaak: het mag wel wat vrolijker toegaan in de kerk. Altijd maar die ellende en dat zware en dat serieuze. Daar zit een kern van waarheid in, zeker met de teksten van vanmorgen in ons achterhoofd waarin de vreugde de boventoon voert. ‘Jubel, vrouwe Sion, zing van vreugde Israël, juich met heel je hart’. En…’Laat de Heer uw vreugde blijven, wees altijd verheugd’. Wees blij! Kom op mensen, jubel en juich met heel je hart! Wat heerlijk dat er zulke teksten in de Bijbel staan naast al die andere die het tegendeel oproepen. Zoals aan het begin van het profetenboekje Sefanja. Het is een oude profetie, van rond 650 vóór Christus. Er wordt een enorme omslag in beschreven. Eerst woorden die bol staan van oordeel.
Een dag van toorn over alle mensen die onrecht bedrijven en God de rug toekeren. Maar dan volgt deze tekst. De toon verandert volkomen. Van donkere wolken en donder en bliksem wordt de lucht helder en warm en tintelend van vrolijkheid. In drie hoofdstukken van gericht naar genade, van verdrukking naar vrolijkheid, van uitputting naar extase.
Maar wat voor vreugde is dat en wat voor God? Die eerst zwaar straft in zijn toorn en vervolgens op uitzinnige wijze zijn liefde en blijdschap toont. Kunnen we ons dan wel onbezorgd verheugen? Wat überhaupt al moeilijk is. Want hoe kun je onbezorgd blij zijn als je verdriet en zorgen hebt, ontslagen of gescheiden bent, geldproblemen kent, gepest wordt, ziek bent of geen uitzicht hebt op beterschap? Kun je dan zomaar op commando ‘blij zijn’ zoals in het juich, jubel en zing bij Sefanja en het ‘wees altijd verheugd’ van Paulus? Voor ons mensen, levend tussen die twee uitersten van oordeel en blijdschap, van duisternis en licht klinkt de oproep: ‘weest altijd verheugd’, dan toch als een absurde? Ik denk dat we wel aanvoelen met elkaar dat het hier niet gaat om een soort opgewektheid – vrolijke bende – die ons voor even weg tilt uit onze zorgen. En ook niet over een wolk van blijdschap die sommige gelovigen om zich heen hebben hangen en waarvan je je afvraagt of die wel verankerd is in heel hun aangevochten bestaan. Want over die vreugde gaat het hier. Over blij zijn, juist in ons bestaan van licht en duister, voorspoed en tegenslag, gezondheid en ziekte. In dat bestaan, hoe donker soms ook, mogen we vreugde vinden. Als we naar de afbeelding kijken zien we hoe dwars door de woorden ‘verheug u altijd in de Heer’, krassen en vlekken lopen. Zo is ons leven: vol krassen, vlekken en kleuren. Zo is de realiteit van ons bestaan.
Hoe kun je als mens in dat bestaan volkomen blij zijn, als je niet de hoop krijgt ingefluisterd dat het goede zal overwinnen? Hoe kun je echt vreugde ervaren als je niet de ruimte vindt om die blijdschap te omhelzen, in het vertrouwen dat de koude machtige machines van oorlog en ongelijkheid tot stilstand zullen komen? Hoe kun je diep van binnen jubelen als je niet de liefde kent die sterk is als de dood. Dát is de betekenis van alle oordeelsteksten in het Oude Testament. Je moet door het moeras heen om te voelen dat er een bodem onder zit van een God die hart heeft voor gerechtigheid. Die het slechte niet wil, het kwade wil weren en er uiteindelijk voor zal zorgen dat het goede alles is in allen. We kunnen de volkomen vreugde pas werkelijke ervaren als we weet hebben van een God die het onrecht oordeelt De verhalen over de oordeelde God in de Bijbel zijn niet bedoeld om je een gevoel van gevangenschap te geven of om je bang te maken. Ze willen dingen losmaken, ze willen jou losmaken en in beweging zetten. Zoals de doop van Johannes een onderdompeling is in Gods gerechtigheid om je opnieuw het leven in te trekken. Een leven waarin vreugde te vinden is, omdat de grondtoon van het leven goedheid, liefde en rechtvaardigheid is. Die grondtoon zingt God zelf en deze resoneert in ons. Hoor:
De Heer, je God zal in je midden zijn,
Hij is de held die bevrijdt.
Hij zal vol blijdschap zijn, verheugd over jou,
In zijn liefde zal Hij zwijgen,
In zijn vreugde zal hij over je jubelen.
Dit is de vreugde van God die aan al onze blijdschap vooraf gaat. ‘De Heer verheugt zich in ons’. God laat zich niet ontmoedigen. Hij trekt zijn handen niet van ons af bij het zien van wat we er met elkaar van maken hier op de aarde. Hij staat ons niet boos op te wachten aan het eind van een benauwde, donkere tunnel. Vanuit de toekomst straalt zijn licht ons tegemoet. Dat is het wenkend perspectief van Advent. ‘Hij zal vol blijdschap zijn, verheugd over jou. In zijn liefde zal Hij zwijgen, in zijn vreugde zal hij over je jubelen.’ De liefde en de vreugde worden samen genoemd. Zonder liefde geen vreugde. Gods liefde gaat aan zijn vreugde vooraf. In zijn liefde, verheugt Hij zich over ons. Dat is een diepgewortelde liefde die geen woorden nodig heeft. Die liefde valt met God samen. Die liefde oordeelt, zuivert uit, vergeeft en maakt een nieuw begin, zoals bij de doop in de Jordaan.
Daar bij Johannes, klonken woorden, veel woorden vol hartstocht voor gerechtigheid. Niks geen stilte, een duidelijke oproep tot ommekeer – breng goede vruchten voort, deel, wees eerlijk, doe recht! Maar achter die woorden, achter de daad, gaat een stilte schuil die woont in ‘Gods zijn met ons’. ‘Een zijn’ die zijn oorsprong vindt in liefde en uitdrukking krijgt in de vreugde. Uit-ein-delijk straalt de vreugde van God op ons af. Die vreugde is onze toekomst en wat ziet God ernaar uit dat die vreugde beantwoord wordt: Als vreugde van het hart, als blijdschap van een gemeenschap als de onze, die de vreugde als grondtoon kent. Opdat zij de duisternis niet over zich laat komen, de toekomst niet opgeeft. De grondtoon van vreugde resoneert van God naar ons toe, en van een ieder van ons naar de ander. Een vreugde waarin we worden opgenomen, zelfs als de last van het bestaan op ons drukt en schaduwen van de dood ons omringen. ‘Wees daarom blij!’
Amen.
Geen reacties