De krant die je leest van A tot Z
Maandag 15 Juni, 2026
Deze post is bekeken 109 keer.

donderdag 17 april 2014

Nieuws:

Witte rook, Haren heeft een nieuw college van B&W

Door: Redactie

De fracties van D66, GVH en VVD in Haren hebben vandaag na twee weken intensief en constructief overleg de coalitieonderhandelingen afgerond.
In een schriftelijk akkoord met de titel ‘Richting geven, ruimte bieden en verbinden’ zijn de ambities van de coalitie op hoofdlijnen verwoord.

Gemeentehuis Haren
Als belangrijkste uitdagingen voor de komende periode zien de coalitiepartijen:

  • een besluit nemen over de bestuurlijke toekomst van Haren en vorm geven aan de gevolgen van dat besluit;

  • het implementeren van een bestuurscultuur, die gericht is op de dialoog met inwoners en het ontwikkelen van een goed functionerende infrastructuur voor de netwerksamenleving;

  • een degelijk financieel beleid voeren met sluitende begrotingen, een verantwoorde reservepositie en voldoende weerstandsvermogen;

  • het verantwoord en waar mogelijk lokaal uitvoeren van de taken die de rijksoverheid in deze periode gaat overhevelen: jeugdzorg, WMO en Participatiewet;

  • het samen met ondernemers ontwikkelen van vitale winkelgebieden.

Daarnaast zal er nadrukkelijk en waar mogelijk structureel aandacht zijn voor duurzaamheid en het groene landschappelijke karakter van Haren en voor mobiliteit en bereikbaarheid. Binnen het sociaal domein zal aandacht zijn voor armoedebeleid en voor de zwaksten in de samenleving.

De coalitiepartijen hopen dat de andere fracties zich ook kunnen herkennen in het akkoord en zij nodigen deze fracties nadrukkelijk uit een eigen bijdrage te leveren aan en invloed uit te oefenen op het beleid.

De belangrijkste portefeuilles zijn inmiddels in goed overleg verdeeld.
In de raadsvergadering van 24 april zullen voor benoeming tot wethouder worden voorgedragen:
Michiel Verbeek D66, portefeuilles ondermeer: bestuurlijke toekomst, sociaal domein, onderwijs
Mariska Sloot GVH, Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting, communicatie, sportzaken
Paula Lambeck, VVD: financiën, economische zaken en dorpscentrum, mobiliteit en bereikbaarheid

 

Complete tekst van het ‘regeerakkoord’ van Haren

Richting geven, ruimte bieden en verbinden


akkoord tussen D66, GVH en VVD, voor de raadsperiode 2014-2018

april 2014


Inleiding

De fracties van D66, Gezond Verstand Haren en de VVD kiezen in de nieuwe raadsperiode voor een akkoord op hoofdlijnen, waar ook de andere raadsfracties zich in kunnen herkennen. Daarbij nodigen deze partijen de andere fracties in de gemeenteraad nadrukkelijk uit een eigen bijdrage te leveren aan en invloed uit te oefenen op het beleid.

Netwerksamenleving

De samenleving verandert snel. Enerzijds van binnenuit: mensen zijn veel mondiger geworden en tonen veel betrokkenheid bij hun leefomgeving. Anderzijds wordt onder druk van een bezuinigende rijksoverheid de verzorgingsstaat, waar de overheid zorgt voor iedereen die zorg nodig heeft, getransformeerd naar een netwerksamenleving. Daar is zelfredzaamheid het credo en zal het maatschappelijk initiatief tot bloei komen. Daarbij heeft de lokale overheid de taak ruimte te geven, te stimuleren, ondersteunen en faciliteren.
Bij ‘burgerparticipatie’ gaat het niet alleen om de vraag hoe inwoners kunnen participeren in het overheidsbeleid, maar ook en steeds meer om de vraag hoe de gemeente kan aansluiten bij bewonersinitiatieven. In een netwerksamenleving gaan inwoners en gemeente samen de uitdagingen aan. Dat vraagt een nieuwe bestuurscultuur en een goede infrastructuur voor samenwerking tussen gemeente en inwoners*, en voor de aansluiting gemeente-inwonersinitiatieven.

Uitdagingen

Als belangrijkste uitdagingen voor de komende periode zien de coalitiepartijen:

  • een besluit nemen over de bestuurlijke toekomst van Haren en vorm geven aan de gevolgen van dat besluit;
  • het implementeren van een bestuurscultuur, die gericht is op de dialoog met inwoners, op richting geven, ruimte bieden en verbinden;
  • het ontwikkelen van een goed functionerende infrastructuur voor de netwerksamenleving met de focus op communicatie en verbinding, op ruimte geven aan initiatieven en op het ónt’regelen;
  • een degelijk financieel beleid voeren met sluitende begrotingen, een verantwoorde reservepositie en voldoende weerstandsvermogen;
  • het verantwoord en waar mogelijk lokaal uitvoeren van de taken die de rijksoverheid in deze periode gaat overhevelen: jeugdzorg, WMO en Participatiewet;
  • het samen met ondernemers ontwikkelen van vitale winkelgebieden.

Daarnaast zal er nadrukkelijk en waar mogelijk structureel aandacht zijn voor duurzaamheid en het groene landschappelijke karakter van Haren en voor mobiliteit en bereikbaarheid (verkeersknelpunten). Binnen het sociaal domein zal aandacht zijn voor armoedebeleid en voor de zwaksten in de samenleving.

Drie lagen
Dit akkoord kent drie lagen:

  • A. De bestuurscultuur als algemeen fundament voor de attitude van alle gemeentelijke spelers
  • B. Vaste aandachtpunten bij alle dossiers en onderwerpen
  • C. De thema’s waar A en B altijd aan ten grondslag liggen

* Daar waar ‘inwoners’ staat, worden ook begrepen: ondernemers, maatschappelijke organisaties, bedrijven, dorpsverenigingen enz.



A. Bestuurscultuur: fundament onder raadsakkoord 2014-2018

Gemeente = college, raad en ambtelijke organisatie
Gemeentebestuur = college en raad


Gemeente en inwoners in een open netwerksamenleving

De gemeente Haren en haar inwoners vormen samen een open netwerksamenleving, die zich kenmerkt door gelijkwaardige verhoudingen in de omgang met elkaar. Uiteraard heeft elke speler zijn eigen rol. Zo heeft de gemeenteraad tot taak vanuit de verschillende deelbelangen het algemeen belang voor Haren te definiëren.
De gemeente Haren heeft een bestuur dat de inwoners, ondernemers en organisaties kent, en weet wat er speelt. De gemeente past haar rol aan aan de veranderende maatschappij, waarin de rol van inwoners groter en actiever wordt. De gemeente wordt van spelbepaler een medespeler.
Vanuit het besef dat de toekomst gezamenlijk moet worden vormgegeven, wordt er, op basis van respect en onderling vertrouwen, geluisterd naar elkaar en wordt de dialoog aangegaan.
Inwoners hebben het gemeentebestuur veel te bieden: expertise, vaardigheden, inzet, tijd. De gemeente staat open voor initiatieven uit de samenleving.
Het gemeentebestuur maakt plannen in samenspraak met inwoners, ondernemers en instellingen. Op voorhand zoekt de gemeente draagvlak bij belanghebbenden.

Openstaan voor initiatieven vanuit een ‘ja en…’-houding, zonder bureaucratische rompslomp

Het gemeentebestuur maakt ruimte voor initiatieven van buitenaf en onderop en geeft vertrouwen aan partijen die initiatieven nemen. Dit kan ook betekenen dat verantwoordelijkheden worden gedeeld of budgetten worden overgedragen.
De gemeente werpt zo min mogelijk belemmeringen op en haalt waar mogelijk belemmeringen weg: de regeldruk is minimaal, bureaucratie beperkt zich tot het strikt noodzakelijke.
Het gemeentebestuur treedt initiatieven uit de samenleving tegemoet met een ‘ja en…’-houding. Initiatieven worden gestimuleerd, gewaardeerd en indien nodig en mogelijk gefaciliteerd. Regels, vergunningen en legesheffing worden beperkt tot het absoluut noodzakelijke minimum.

Een open, onbevangen bestuursstijl met ruimte voor gemeenteraad en samenleving

Het college van B&W opereert op basis van een akkoord op hoofdlijnen en hanteert een bestuursstijl waarbij voorstellen voldoende ruimte voor inbreng, verbetering, wijziging en coproductie laten voor alle fracties in de gemeenteraad en, waar maar mogelijk, voor inwoners, organisaties, ondernemers, professionals en partners. Voorstellen worden in een vroeg stadium ook aan andere partners (belangenorganisaties, inwoners, deskundigen etc.) voorgelegd. Elk collegevoorstel bevat een paragraaf waarin wordt aangegeven op welke wijze deze betrokkenheid vorm krijgt.
Het college zal de gemeenteraad voorzien van goede informatie in een vroegtijdig stadium. De raad wordt in beginsel niet geconfronteerd met het eindproduct, maar door college en ambtelijke organisatie zoveel mogelijk meegenomen in het proces.
De wijze van communiceren wordt gekenmerkt door een open, transparante houding, is proactief en betrouwbaar.
In het openbaar bestuur is alles in principe openbaar; geheimhouding is alleen mogelijk op grond van wettelijke legitimatie.
Bestuurscultuur

Het college van B&W werkt vanuit de principes: richting geven, ruimte bieden, verbinden, coördineren en resultaten vragen. Het college geeft richting aan en inspireert met voorbeeldgedrag de ambtelijke organisatie en zorgt voor verbinding. Dit leidt tot een bestuurscultuur die gericht is op:

  • verbinding van college-gemeenteraad, gemeentebestuur- inwoners/ ondernemers/ organisaties en gemeentebestuur-ambtelijke organisatie;
  • creëren van openheid, tolerantie, creativiteit en vertrouwen;
  • oplossingen vanuit een gezamenlijke visie.


Collegiaal bestuur

Er is sprake van collegiaal bestuur en collegiale verantwoordelijkheid. Omdat veel onderwerpen waar de gemeente over gaat, verbonden zijn, worden bij het maken van plannen de integraliteit en de dwarsverbanden altijd in het oog gehouden. Dientengevolge zullen bij veel onderwerpen meerdere portefeuilles/wethouders betrokken zijn.

Organisatie verandert mee

De gemeentelijke organisatie en de dienstverlening spelen in op de veranderende maatschappij en groeien naar een open, wendbare organisatie met een eigen rol in de netwerksamenleving. Deze rol wordt vervuld in wisselwerking met de netwerkpartners: college, raad, inwoners, organisaties en andere betrokkenen.

Integriteit

Sinds 2003 kent Haren een ‘gedragscode bestuurders’, waarin belangrijke begrippen rond integriteit benoemd zijn. Deze code bevat kernbegrippen die leidend zijn, als toetssteen dienen voor bestuurlijke gedragingen en die bestuurlijke integriteit in een breder perspectief plaatsen. De gedragscode is aan actualisatie toe. Tot de actualisatie gereed is, vormt de huidige gedragscode voor de bestuurders van Haren het uitgangspunt. Zie bijlage 1 ‘Gedragscode bestuurders’.
Voor de ambtelijke organisatie geldt de ‘gedragscode ambtelijke integriteit’, die met elke medewerker persoonlijk wordt doorgenomen.
 

B. Vaste aandachtpunten bij alle dossiers en onderwerpen

1. Betrekken van inwoners en communicatie

Elk raads- en collegevoorstel wordt voorzien van een vaste paragraaf, waarin wordt beschreven of en hoe de inwoners en/of ondernemers of organisaties zijn betrokken bij het maken van het voorstel. Uitgangspunt is dat bij elk voorstel – binnen de kaders van het besluitvormingsproces van de raad – goed wordt nagegaan of en hoe de inwoners optimaal betrokken kunnen worden.
De zogenaamde participatieladder kan hierbij als hulpmiddel gebruikt worden. Zie bijlage 2 ‘Participatieladder.
In alle voorstellen aan de raad wordt aangegeven welke trede van de participatieladder aan de orde is.
Het inloopspreekuur voor wethouders wordt weer ingevoerd.
De gemeentelijke dienstverlening en de openingstijden van de gemeentewinkel worden geëvalueerd en zonodig bijgesteld.
De gemeente draagt zorg voor een goede privacybescherming, van inwoners bij de dienstverlening en van zorgcliënten en hun cliëntgegevens bij de zorgpartners, professionals en vrijwilligers, waar de gemeente verantwoordelijk voor is.
De participatieladder

2. Financiën

Elk raadsvoorstel krijgt een financiële paragraaf. Daarin wordt niet alleen aangegeven hoe de kosten van het voorgestelde gedekt zijn, maar wordt ook verantwoord dat gekozen is voor de beste oplossing voor het laagste bedrag. Waar relevant wordt in deze paragraaf aangegeven of en hoe er is gekeken naar concurrerende offertes, naar de inzet van creativiteit vanuit de samenleving, naar praktische en/of alternatieve oplossingen en of er oog is voor een maatschappelijk verantwoorde uitvoering.
Uitgangspunt is dat bij elk voorstel goed wordt nagegaan of de juiste financiële afwegingen hebben geleid tot de beste oplossing.
Tevens wordt in deze paragraaf aangegeven onder welk programma uit de programmabegroting het onderwerp is ondergebracht.

3. Duurzaamheid

Elk raadsvoorstel krijgt een duurzaamheidsparagraaf. Indien het begrip duurzaamheid op geen enkele wijze van toepassing is op de inhoud, wordt dit aangegeven.
Uitgangspunt is dat bij elk voorstel aandacht is voor de vraag: kunnen we een duurzaamheidsbijdrage leveren?

C. Thema’s

1. Bestuurlijke toekomst van Haren

Dit thema wordt ingevuld nadat de gemeenteraad de opdracht voor een projectplan heeft geformuleerd en vastgesteld.

2. Infrastructuur voor een goed functionerende netwerksamenleving

Bij een netwerksamenleving past geen hiërarchische structuur. De gemeente betrekt de inwoners optimaal bij haar beleidsvorming en zal zelf ook zo goed mogelijk aansluiten op de eigen kracht van de samenleving. Aan het college de opdracht een passende infrastructuur te ontwerpen voor:

a. Overleg met inwoners
Met behulp van de participatieladder kan worden aangegeven op welke wijze inwoners betrokken kunnen worden bij het gemeentelijk beleid. Daarbij is het van belang duidelijke werkvormen te definiëren met heldere kaders.

b. Initiatieven uit de samenleving
In kaart wordt gebracht hoe de inwoners de gemeente kunnen betrekken bij hun activiteiten en initiatieven. Laagdrempeligheid en de ‘ja-en-houding’ zijn hierbij sleutelwoorden. De gemeente geeft de wettelijke kaders en waar relevant de financiële kaders van het speelveld duidelijk aan.

c. Vrijwilligers
De gemeente ontwikkelt een visie op vrijwilligerswerk, in elk geval voor de situaties waarin de vrijwilligers moeten samenwerken met professionele krachten. Zie bijlage 3 ‘Visie op vrijwilligerswerk’

d. Adviesraden
Aan de WMO-adviesraad en de Milieuadviesraad wordt voorgesteld voortaan niet alleen het college te adviseren, maar ook de gemeenteraad, gevraagd en ongevraagd. Naast deze gremia stelt de gemeente een jeugdraad in die het gemeentebestuur gevraagd en ongevraagd kan adviseren over alle zaken die voor de jeugd van belang zijn.

3. ‘Ont’regelen

De gemeente zal de regeldruk in Haren in kaart brengen. Alle mogelijke vergunningen, waaronder kapvergunningen, en de legesverordening, welstandscommissie enz. worden kritisch bezien. Wat binnen de wettelijke kaders geschrapt kan worden, zal aan de raad worden voorgelegd met het voorstel deze punten te schrappen dan wel te vervangen door een kosteloze meldingsplicht of anderszins.
Om de contacten met ondernemers en inwoners zo efficiënt, snel en klantvriendelijk mogelijk te laten verlopen, wordt de dienstverlening zoveel mogelijk integraal aangeboden bij één loket. Een essentiële voorwaarde daarbij is dat men aan de voorkant de juiste informatie kan ontsluiten.

4. Sociaal Domein

De wettelijk verplichte taken worden gegarandeerd. Ook al zijn er veel onzekerheden rond taken en budgetten, de gemeente geeft zo snel mogelijk duidelijkheid aan de inwoners over de vraag wat men wel en wat niet van de gemeente mag verwachten. Daarbij zal de zorg gegarandeerd worden voor mensen die niet (meer) beschikken over voldoende eigen kracht, noch over een eigen netwerk of voldoende financiële middelen.
Het college zal de nieuwe taken voor de gemeenteraad inzichtelijk presenteren en de raad voortdurend informeren over actuele ontwikkelingen.
Zorg wordt in beginsel zoveel mogelijk dicht bij de mensen en in samenhang georganiseerd; alleen opschalen als specialistische opvang en/of expertise ontbreken.
Waar mogelijk wordt geprobeerd lokaal dwarsverbanden aan te leggen tussen de WMO en de participatiewet door bijvoorbeeld arbeid op WMO-terrein te laten verrichten door mensen die gebruik maken van de participatiewet.

a. WMO
Bij de uitvoering van de WMO wordt de eigen kracht van inwoners optimaal aangesproken. Ondersteuning en zorg zijn nodig bij inwoners met afgenomen eigen kracht, maar dienen erop gericht te zijn de eigen kracht – waar mogelijk – te ontsluiten of te versterken en, waar nodig, aan te vullen. Dit kan betekenen dat in het ene geval zorg wordt verleend en in het andere geval volstaan wordt met een steuntje in de rug om de eigen kracht en zelfredzaamheid te bevorderen. Maatwerk leveren is de grote uitdaging voor de professionals op dit werkterrein.
Voor de toegang tot ondersteuning en zorg zullen sociale wijkteams rondom de huisarts en wijkverpleegkundige worden geformeerd. Rondom de wijkteams worden met lokale organisaties producten en diensten samengesteld die aansluiten bij de vraag. Burgerinitiatieven die een bijdrage kunnen en willen leveren aan de ondersteuning en zorgverlening, zullen hierbij direct betrokken worden. Vrijwilligersorganisaties die een bijdrage kunnen en willen leveren, zal gevraagd worden te helpen met bijvoorbeeld ‘maatjesprojecten’, thuisadministratie, huisbezoeken. Daarbij zal de relatie tussen hulpvrager en vrijwilliger niet belast worden met strenge protocollering en verantwoordingssystemen. De cultuur en de structuur van de vrijwilligersorganisatie zijn bepalend. Voor de buitendorpen kan gedacht worden aan vrijwillige ‘dorpsondersteuners’ die oog en oor zijn in het dorp: de schakel tussen dorpsbewoners en deskundigen.
Mantelzorgers kunnen voor ondersteuning een beroep doen op het wijkteam. Het wijkteam zal zich ook proactief inzetten voor mantelzorgers en waar nodig mantelzorgondersteunende activiteiten aanbieden.
Gestreefd wordt naar het bieden van keuzevrijheid in zorgaanbieders en naar het behoud van Persoonsgebonden Budgetten (PGB’s), waarbij het college in een voorstel zal vastleggen hoe de controle op het gebruik van PGB’s plaatsvindt.

b. Participatiewet
Ook hier geldt dat de eigen kracht van inwoners optimaal aangesproken wordt. Allen die gebruik maken van de participatiewet, worden gestimuleerd deel te nemen aan de samenleving door middel van werk: van (aangepast) regulier werk tot vrijwilligerswerk. Van iedereen die daartoe in staat is – de beoordeling is aan de professionals – wordt, in redelijkheid, een tegenprestatie verwacht. Daar waar mogelijkheden zijn om met opleiding of omscholing doorgeleiding naar het reguliere arbeidsproces te bewerkstelligen, kan de gemeente dit, ook financieel, ondersteunen.
Samen met lokale ondernemers wordt gekeken naar de mogelijkheden om mensen met een beperking of een flinke afstand van de arbeidsmarkt een zinvolle werkomgeving te bieden. Van ondernemers wordt een financiële bijdrage gevraagd die passend is bij de geleverde arbeidsprestatie.

c. Jeugdzorg
Vanaf 2015 valt de jeugdzorg onder de verantwoordelijkheid van de gemeente. Vooralsnog blijft de jeugdzorg regionaal georganiseerd. Dit beleid wordt voortgezet met als aandachtspunten: sturingsmogelijkheden voor de gemeente, democratische legitimatie, preventie, de risico’s van dure specialismen (zoals jeugddetentie) onderbrengen in collectieve verbanden en maximale inzet om te komen tot het concept ‘één kind, één gezin, één plan, één aanspreekpunt’.

d. Armoedebeleid
Het college zal zich proactief inzetten om inzicht te krijgen in de armoede- en schuldenproblematiek in Haren. Niet alleen onder uitkeringsgerechtigden, maar ook onder werkenden en ouderen. Dit vanuit het oogpunt dat armoede- en schuldenproblematiek in veel gevallen leidt tot een vorm van sociale uitsluiting. Vroegsignalering kan veel problemen voorkomen. Wijkteams kunnen armoede- en schuldenproblematiek onderwerp van gesprek maken en daar waar sprake is van een dergelijke problematiek doorverwijzen naar de schuldhulpverlening. Onderzocht wordt hoeveel mensen gebruik maken van de voedselbank en/of de kledingbank en de effecten van stapeling van lastenverzwaring. Het college zal de bevindingen aan de raad voorleggen en een voorstel doen om een bijdrage te leveren aan de bestrijding van armoede, voor zover daar binnen de wettelijke kaders en regelingen ruimte voor is. Aansluiting bij het Jeugdsportfonds kan worden overwogen.
De bestaande voorzieningen, zoals het participatiefonds en de mogelijkheden van kwijtschelding van gemeentelijke lasten, blijven bestaan.

5. Vitale winkelgebieden

De gemeente heeft nadrukkelijk aandacht voor de problematiek van het MKB en de positie van de winkelcentra Haren-Dorp en Oosterhaar.
De gemeente waardeert en ondersteunt het initiatief van de gezamenlijke ondernemers in Haren, om te komen met visie en een plan voor het dorpshart in de toekomst. De gemeente ontwikkelt, samen met betrokken partijen, een integrale visie op het centrum van Haren. Hier hoort de ontwikkeling van het Haderaplein bij.
Onderdeel van de integrale visie is ook de verkeersafwikkeling en het parkeerbeleid. Gezamenlijk uitgangspunt is een levendig gastvrij centrum, waar het goed werken en vertoeven is en waar de economische en de sociale functie optimaal in balans zijn. Onderzocht zal worden of invoeren van gratis parkeren (blauwe zone) mogelijk is.
De gemeente zal zich inspannen de ondernemers te ‘ontzorgen’ door het instellen van een ondernemersloket als vast aanspreekpunt en door het zoveel mogelijk ‘ont’regelen (zie 3 ‘ont’regelen) en zal het mogelijk te maken dat (winkel)panden eenvoudiger een andere bestemming kunnen krijgen.

6. Ruimtelijke ordening; bouwplannen in uitvoering

Gezien de verscheidene plannen in ontwikkeling zal er weinig tot geen ruimte zijn voor nieuwe ambities op het gebied van ruimtelijke ordening. De focus ligt op de bestaande plannen in Haren en de buitendorpen. De gemeente zal zich inspannen bij deze plannen de vaart erin te houden (bv Stationsgebied) of te brengen (b.v. Van Spoor tot Steeg).
De gemeente stelt zich op de hoogte van de wijze waarop de gemeente Assen zelf sociale woningbouw realiseert en onderzoekt of dit ook een mogelijkheid biedt voor de gemeente Haren in Haren-Noord, DHE, deelgebied 5.
Voor het overige is het Woonplan 2013-2023 leidend met als accenten: duurzaam bouwen en levensloopbestendig bouwen.

7. Mobiliteit en bereikbaarheid

Uitgangspunten blijven de concepten ‘Duurzaam Veilig’ (2005) en Shared Space en het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoerplan 2012-2017.
De fietsroute plus langs de Kerklaan wordt gerealiseerd.
Het college zal bij aanvang van de bouw in Haren-Noord DHE deelgebied 5 en 6 een plan presenteren voor de verkeersafwikkeling tijdens en na de bouw, gerelateerd aan bouwfasen. Daarin wordt ook aangegeven op welke wijze een en ander wordt gecommuniceerd met de omwonenden.
Het college inventariseert de bestaande verkeersknelpunten en maakt een voorstel voor oplossingen met een tijdpad en voorstellen voor financiële dekking.
Het college treedt op zeer korte termijn in overleg met ‘Groningen Bereikbaar’ en de projectorganisatie ‘Ringweg-Zuid’ om op voorhand oplossingen te zoeken voor de te verwachten overlast in Haren tijdens de werkzaamheden aan de Zuidelijke Ringweg.
8. Gemeentelijk vastgoed

Aan de hand en in de lijn van de vlootschouw juni 2013 en het onderzoek naar de toekomst van ’t Clockhuys (oktober 2013, raadsbericht februari 2014) zal het college een visie ontwikkelen op de verdere omgang met het gemeentelijk vastgoed. Hierbij zullen de vragen worden beantwoord: hoe kan het vastgoed uit de in de vlootschouw benoemde C-categorie worden afgestoten en welke mogelijkheden zijn er om het vastgoed uit de B-categorie te verzelfstandigen dan wel af te stoten? Tevens zal onderzocht worden welke besparingen gerealiseerd kunnen worden door de activiteiten die plaatsvinden in ’t Nije Cruysgebouw onder te brengen in ’t Clockhuys.

9. Landschap, groen, duurzaamheid

Haren is een aantrekkelijk dorp: de ‘groene’ identiteit is in hoge mate te danken aan het groene tussengebied in Haren-Noord en aan de buitendorpen Noordlaren, Onnen en Glimmen. De natuur en het landschap worden in beginsel beschermd en waar mogelijk versterkt. Haren-Noord verdient daarbij bijzondere aandacht: het groen markeert de overgang van stedelijk naar landelijk gebied. Onderzocht wordt of het instellen van een ontwikkelvrije zone het behoud van het tussengebied voor lange tijd kan veiligstellen.
Agrariërs zijn belangrijke partners bij het landschapsbeheer en het behoud van het groene karakter van Haren en omgeving. Het is belangrijk dat agrariërs perspectief houden op een economisch gezonde en verantwoorde bedrijfsvoering.
De aanleg van een gescheiden systeem voor de afvoer van regenwater en afvalwater bij nieuwbouw is vanzelfsprekend en zal ook bij renovatie van het bestaande rioleringssysteem leidend zijn.
De gemeente Haren zet zich in voor duurzame nieuwbouw, verduurzaming van de bestaande bouw en voor kleinschalige duurzame opwekking van energie binnen de gemeente. Initiatieven uit de samenleving kunnen – binnen de wettelijke kaders en financiële mogelijkheden – op een positieve houding van de gemeente rekenen.
De gemeente Haren zal actief aansluiting zoeken bij initiatieven in de regio en de geboden kansen zo goed mogelijk benutten. Bijvoorbeeld bij het noordelijk initiatief ‘Switch’, zie bijlage 4 ‘Switch’. Switch is: ‘een praktisch programma als antwoord op het Nationaal Energieakkoord door de gezamenlijke noordelijke overheden en de stichting Energy Valley’.
De gemeente Haren versoepelt waar mogelijk vergunningsprocessen voor duurzame aanpassingen aan woningen en kantoren.
Ten aanzien van de reeds vastgelegde ambities voor CO2-reductie zoekt de gemeente Haren aansluiting bij het project van de Stichting Het Groninger Landschap dat de koolstoffixatie in de Harener Wildernis, de Oosterpolder en het Zuidlaardermeergebied onderzoekt.
De mogelijkheden om op de Harener scholen duurzaamheidseducatie te introduceren worden onderzocht, bijvoorbeeld in samenwerking met de Stichting Natuur- en Milieufederatie Groningen.
10. Financieel perspectief

De gemeente Haren voert een degelijk financieel beleid met als uitgangspunten: een sluitende begroting in een meerjarenperspectief, voldoende reserves, voldoende weerstandsvermogen en sluitende grondexploitaties.
Wat de begroting betreft: structurele zaken dienen in principe niet gefinancierd te worden met incidenteel geld. Bij aannames en inschattingen is behoedzaamheid een vereiste. De boekhouding dient realistisch te zijn: geen leges of boekwinsten opvoeren als niet zeker is dat die in het begrotingsjaar ook werkelijk ingeboekt kunnen worden. Leningen en garantstellingen worden begrensd.
Gelet op het zorgelijke meerjarenperspectief van de gemeente, op nog te verwachten kortingen op de uitkering van het gemeentefonds en op krappe budgetten die bij de gedecentraliseerde overheidstaken geleverd worden, lijken nieuwe bezuinigingen onontkoombaar.
Bij bezuinigingen is de kaasschaaf inmiddels versleten. Er zullen dus keuzes moeten worden gemaakt, die met concrete argumenten worden verantwoord. De mogelijkheden worden zo snel mogelijk geïnventariseerd/geactualiseerd, zodat de raad bij de begrotingsbehandeling in november 2014 keuzes kan maken. Op basis van de (werkelijke cijfers van) de jaarrekening en het jaarverslag kan de raad de discussie voeren over intensivering, vermindering of schrappen van bezuinigingen op onderdelen van het beleid. Die uitkomsten vormen de input voor de volgende begroting.
Wat de coalitiepartners betreft, is in beginsel alles bespreekbaar, zolang de betrouwbaarheid van de lokale overheid niet in het geding komt, de verplichte kerntaken uitgevoerd kunnen worden en er een degelijk sociaal vangnet intact blijft voor de zwaksten van de samenleving.
Rijksmiddelen zowel als rijksbezuinigingen dienen in beginsel te worden ingezet voor/op de taken of beleidsvelden waarvoor/ waarover de middelen bedoeld zijn. Concreet: de middelen die horen bij de nieuwe WMO-taken horen daarvoor te worden aangewend en als het Rijk bijvoorbeeld een X-bedrag bezuinigt op huishoudelijke hulp, moet dat lokaal gevonden worden bij de huishoudelijke hulp.

Subsidies zijn altijd tijdelijk. Zij worden transparant en openbaar gepresenteerd door middel van een openbaar subsidieregister en zij worden periodiek geëvalueerd.
In beginsel is de basis van alle gesubsidieerde activiteiten en voorzieningen maatschappelijk initiatief. Alle organisaties en particulieren dienen te streven naar maximale kostendekking. Ook hier vormt zelfredzaamheid het uitgangspunt.
Het gemeentebestuur zet in op een hoger percentage kostendekking van de huidige voorzieningen voor sport, cultuur en welzijn.

Er wordt maximaal ingezet om lastenverzwaring voor de inwoners te voorkomen. Als bezuinigingen nodig zijn, zal de gemeente eerst naar haar uitgaven kijken. Indien de OZB toch wordt verhoogd, zal het gemeentebestuur daarover bij het aanslagbiljet verantwoording afleggen en uitleggen waarom de OZB wordt verhoogd.
Door het ‘ont’regelen (zie 3 ‘ont’regelen) zal de lastendruk van de inwoners en ondernemers verlicht worden. Het gemeentebestuur zal zich tevens inzetten om de mogelijkheden voor gesubsidieerde instellingen om eigen inkomsten te verwerven te verruimen, dan wel te vergemakkelijken, uiteraard voor zover dit past binnen de huidige wet- en regelgeving.

Haren, 17 april 2014

Bijlage 1 Gedragscode bestuurders

Uit: ‘Gedragscode bestuurders’ gemeente Haren, 24 april 2003

Deel I. Kernbegrippen van bestuurlijke integriteit
De burgemeester, de leden van het college van burgemeester en wethouders en de leden van de gemeenteraad stellen bij hun handelen de kwaliteit van het openbaar bestuur centraal. Integriteit van het openbaar bestuur is daarvoor een belangrijke voorwaarde. De belangen van de gemeente en in het verlengde daarvan die van de burgers, zijn het primaire richtsnoer.

Bestuurlijke integriteit houdt in dat de verantwoordelijkheid die met de functie samenhangt wordt aanvaard en dat er de bereidheid is daarover verantwoording af te leggen. Verantwoording wordt intern afgelegd aan collega-bestuurders en de gemeenteraad, maar ook extern aan organisaties en burgers voor wie bestuurders hun functie vervullen.

Een aantal kernbegrippen is daarbij leidend en plaatst bestuurlijke integriteit in een breder perspectief.


Dienstbaarheid

Het handelen van een bestuurder is altijd en volledig gericht op het belang van de gemeente en op de organisaties en burgers die daar onderdeel van uit maken.


Functionaliteit

Het handelen van een bestuurder heeft een herkenbaar verband met de functie die hij vervult in het bestuur.


Onafhankelijkheid

Het handelen van een bestuurder wordt gekenmerkt door onpartijdigheid, dat wil zeggen dat geen vermenging optreedt met oneigenlijke belangen en dat ook iedere schijn van een dergelijke vermenging wordt vermeden.


Openheid

Het handelen van een bestuurder is transparant, opdat optimale verantwoording mogelijk is en de controlerende organen volledig inzicht hebben in het handelen van de bestuurder en zijn beweegredenen daarbij.


Betrouwbaarheid

Op een bestuurder moet men kunnen rekenen. Die houdt zich aan zijn afspraken. Kennis en informatie waarover hij uit hoofde van zijn functie beschikt, wendt hij aan voor het doel waarvoor die zijn gegeven.


Zorgvuldigheid

Het handelen van een bestuurder is zodanig dat alle organisaties en burgers op gelijke wijze en met respect worden bejegend en dat belangen van partijen op correcte wijze worden afgewogen.

Gedragingen moeten aan deze kernbegrippen getoetst kunnen worden.


 

Bijlage 2 Participatieladder

Participatieladder

Het college van burgemeester en wethouders en/of de gemeenteraad leggen bij de start van elke beleidsnota of plan vast in welke mate de inwoners betrokken worden bij de totstandkoming van dat nieuwe beleid of dat uitvoeringsplan. Er zijn vijf ‘participatietreden’. Vooraf wordt vastgesteld welke trede passend is. Als er geen mogelijkheid is om inwoners mee te laten beslissen (bijvoorbeeld omdat er heel veel belangen spelen of omdat (wettelijke) regels dat onmogelijk maken), wordt tevoren duidelijk gemaakt wat de invloed wel kan zijn. Zo ontstaan geen valse verwachtingen.

Trede 1: Informeren

Op deze trede gaat het erom dat de gemeente inwoners op de hoogte stellen van plannen of maatregelen. Inwoners kunnen verduidelijkende vragen stellen, maar er wordt niet om hun mening gevraagd. Bij alle hogere treden is dit wel het geval.
Voorbeelden: informatieavonden, werkbezoeken

Trede 2: Raadplegen

Op deze trede wil de gemeente graag de mening van inwoners horen. Wat leeft er, zijn er nieuwe ideeën? De gemeente is niet verplicht de ideeën over te nemen of de plannen aan te passen, maar houdt er wel zoveel mogelijk rekening mee. Er moet altijd een vorm van terugkoppeling plaatsvinden.
Voorbeelden: klankbordgroep, inloopavonden, hoorzittingen, enquête

Trede 3: Adviseren

Bij de derde trede op de participatieladder krijgen inwoners alle gelegenheid om problemen en oplossingen aan te dragen. Hun inbreng speelt een volwaardige rol bij de ontwikkeling van beleid. De politiek moet goede argumenten hebben om deze adviezen niet op te volgen.
Voorbeelden: adviesraden, inwonerpanels, expertgroepen

Trede 4: Coproduceren

Hier hebben alle betrokkenen samen de touwtjes in handen. De partijen zoeken samen met de gemeente naar oplossingen. De politiek houdt zich aan deze oplossingen. De afspraak is dat inwoners altijd een reactie krijgen op hun inbreng.
Voorbeeld: werkgroepen van inwoners, ambtenaren en eventueel politici, die gedurende een korte periode gezamenlijk werken aan een vooraf vastgesteld doel of product

Trede 5: Meebeslissen

Op deze trede is de invloed van inwoners het grootst. Het gemeentebestuur laat het maken van beleid – binnen de gestelde kaders – helemaal over aan de betrokken partners over. De ambtenaren hebben een adviserende rol.
Voorbeeld: maatschappelijke initiatieven die gesteund worden door de gemeente, al dan niet met (wijk)budget

NB Overal waar inwoner staat, kan ook staan: ondernemer, organisatie enz.


 

Bijlage 3: notitie Visie op vrijwilligerswerk

Nooit eerder stond vrijwilligerswerk zo in de belangstelling als nu. De ingrijpende veranderingen in het zorgdomein gaan gepaard met grote verwachtingen van de rol van het vrijwilligerscorps. Betekent ‘minder geld’ automatisch een verschuiving van het professionele werk naar het vrijwilligersdomein en kan dat zo maar? Is het een kwestie van geld alleen?
Vrijwilligers vormen het cement van de samenleving – cement dat zich tot nu toe ook vrijwillig gevormd heeft. Kan de overheid dit cement uit kostenbesparingen zomaar zwaarder belasten? Welke risico’s zitten daaraan? En: niet alle vrijwilligers zijn gelijk. De een ontleent zijn enthousiasme aan eigen autonomie, de ander vindt het juist plezierig aangestuurd te worden door anderen. Hoe krijg je de juiste vrijwilliger op de juiste plek? Hoe komt elke vrijwilliger het best tot z’n recht?
De gemeente moet een visie ontwikkelen op vrijwilligerswerk, in elk geval daar waar de vrijwilligers moeten samenwerken met professionele krachten.

Visie op vrijwilligerswerk
Hoe zou een visie op vrijwilligerswerk er uit kunnen zien? Allereerst kun je als gemeente vaststellen waar je je niet mee hoeft te bemoeien. In principe hoeft de overheid zich niet te bemoeien met het vrijwilligerswerk van verenigingen, of dat nu sportverenigingen, buurtverenigingen of ouderenbonden zijn. Juist daar geldt dat de grootste kracht en de voldoening zitten in de autonomie van de organisatie. Uiteraard werkt bemoeienis in de vorm van waardering, incidentele ondersteuning en stimulering positief en het is een goede zaak als de gemeente zich inzet om het werk van deze verenigingen zoveel mogelijk ruimte te geven.
Daar waar een verschuiving plaatsvindt van nu nog professioneel werk naar vrijwilligerswerk, zullen professionals samenwerken met vrijwilligers. Dan is het zaak goed na te denken over wat wel en wat niet aan vrijwilligers kan worden overgelaten, onder welke voorwaarden en over de houding die professionals daarbij moeten aannemen. Er is een onmiskenbaar spanningsveld als betaalde krachten niet betaalde vrijwilligers gaan ‘aansturen’. De bevindingen van een recent onderzoek van de Universiteit van Amsterdam kunnen goede diensten bewijzen om vrijwilligers optimaal tot hun recht te laten komen.

Onderzoeksproject UvA
Onderzoekers van de UvA onderzochten de voor- en nadelen en voorwaarden van het toenemend beroep op vrijwilligers in de gemeenten Amsterdam, Den Haag, Utrecht en Zaanstad, in verpleeghuizen, dagbesteding en beheer van buurthuizen en speeltuinen.
Zij vonden drie varianten van mogelijke samenwerking tussen vrijwilligers en professionele krachten:
1. Vrijwilligers dragen de volledige verantwoordelijkheid en worden op afstand begeleid door professionals. De UvA-onderzoekers noemen het beheer van speeltuinen, zwembaden, bibliotheken en buurthuizen. Zij schrijven: ‘Dit model van vrijwillige verantwoordelijkheid heeft veel voordelen: het geeft vrijwilligers veel voldoening en zij zetten zich vol overgave in voor ‘hun’ plek waardoor er tegen geringe kosten veel werk verzet wordt. Voor werklozen onder hen kan vrijwilligerswerk ook een opstap naar betaald werk zijn’. De vrijwilligers dienen wel capabel te zijn en over voldoende tijd te beschikken. Het grootste risico’s is de kwetsbaarheid, bijvoorbeeld als er veel vrijwilligers opeens stoppen. Soms hangt te veel af van te weinig personen.
2. Gedeelde verantwoordelijkheid van vrijwilligers en professionals. ‘Een voordeel van dit model van gedeelde verantwoordelijkheid is dat er ruimte is voor verschillende typen vrijwilligers. Vrijwilligers die weinig begeleiding nodig hebben kunnen zelfstandig aan de gang gaan en de nog aanwezige professionals kunnen zich concentreren op het begeleiden van kwetsbare vrijwilligers (onder wie bijvoorbeeld mensen met een lichte verstandelijke beperking en psychiatrische patiënten).
Een voorwaarde is dat er duidelijkheid is over taken, rollen en verantwoordelijkheden, anders liggen veel problemen op de loer. Professionals moeten in staat zijn een stapje terug te doen en een uitnodigende en verbindende attitude hebben naar de vrijwilligers, die op hun beurt bereid moeten zijn hun eigen verantwoordelijkheid te dragen en zich waar afgesproken te schikken naar de professionals.
3. Professionele verantwoordelijkheid. Deze wordt veel gezien in de woonzorgcentra. Professionals verlenen zorg, verpleging en begeleiding; vrijwilligers verrichten aanvullende taken, zoals wandelen met de bewoners, gezelschap bieden, koffiezetten. De vrijwilligers moeten in staat zijn binnen de geboden structuur te werken.

Met dank aan http://www.socialevraagstukken.nl/site/2014/03/10/kunnen-we-dat-niet-aan-vrijwilligers-overlaten/


 

Bijlage 4 Switch

‘Switch biedt overheden, bedrijven, kennisinstellingen en NGO’s een praktisch programma waarbinnen hun energie-activiteiten gericht en versneld tot uitvoering komen. De agenda moet worden opgevat als een routedocument om de omslag van fossiel brandstofgebruik naar gebruik van duurzaam geproduceerde energie te versnellen. Op die route neemt Noord-Nederland ook graag de rijksoverheid mee’.

Voorwoord van het rapport ‘Switch Noordelijke Energie Agenda’

De omslag naar een volledig duurzame energievoorziening is één van de grootste uitdagingen van de komende decennia. De urgentie is groot: een energiesysteem gebaseerd op fossiele bronnen is schadelijk voor milieu en klimaat en maakt ons afhankelijk van andere landen. Maar een omslag biedt ook kansen. Een duurzame energievoorziening leidt tot economische groei en werkgelegenheid, in Nederland en in de regio.

De energietransitie is inmiddels ingezet. Aarzelend zijn we begonnen, terughoudend bijna, want we weten dat het traditionele energiesysteem flink bijdraagt aan economie en schatkist. Maar steeds duidelijker wordt ook dat we als Nederland kunnen excelleren op het gebied van duurzame energie. Met onze kennisinstellingen, de R&D-mogelijkheden, onze innovatiekracht, de grote industrieën en de MKB-bedrijven, zijn we in staat om de omslag niet alleen in Nederland te maken, maar bij te dragen aan de energietransitie wereldwijd.

De tijd is meer dan rijp om die kans om te zetten in daden. Het medio 2013 afgesloten Nationaal Energieakkoord biedt de kaders om aan de slag te gaan. Dat moet ook, want datzelfde akkoord legt stevige ambities neer. De noordelijke provincies Fryslân, Groningen Drenthe en Noord- Holland en gemeenten willen hier hun schouders onder zetten.

Op grond van de uitdagingen en de kansen die wij zien, hebben we als noordelijke bestuurders besloten om een tandje bij te zetten. De afgelopen maanden is een noordelijke energie agenda ontwikkeld. De lopende projecten, de op stapel staande initiatieven en de plannen voor de toekomst worden gebundeld en gecoördineerd ten uitvoer gebracht. Dit gebeurt onder de titel Switch! Switch brengt focus en regie. Het is een programma waarop overheden, bedrijven, kennisinstellingen en NGO’s kunnen aanhaken. En, niet te vergeten: burgers. Ook in het Noorden schieten de duurzame energiecoöperaties uit de grond en neemt decentrale duurzame opwekking een grote vlucht.

Dankzij de gekozen aanpak zal Switch versnelling brengen. Sneller dan de nationale afspraken wil het Noorden de vereiste percentages duurzame energie halen. Eerder dan beoogd worden in het Noorden nieuwe energiebanen gecreëerd. En sneller dan verwacht profiteert de noordelijke economie van de energietransitie. Samenwerking is daarbij cruciaal. De agenda die wij met Switch presenteren, vormt de start van een nieuw traject. Het is een uitnodiging om mee te praten en mee te doen. Want iedereen kan bijdragen aan de transitie naar duurzame energie. Dat geldt voor burgers, bedrijven en kennisinstellingen. Dat geldt ook voor overheden. Als noordelijke bestuurders zien wij uit naar samenwerking met deze partijen en zullen wij in gesprek met de rijksoverheid werken aan de best mogelijke ondersteuning van ieders inspanningen.


Zie voor het hele rapport: http://www.energyvalley.nl/uploads/bestanden/37bc3c14-50e4-46a1-bf4a-d1229eef4143

1 reactie

Rene Valkema zegt:

Ziet er goed uit. Ik wens het nieuwe college veel succes in de komende tijd. Vanaf mijnvakantie adres.

Wilt u reageren?




Wij plaatsen alleen inhoudelijke reacties. Reacties met voornamelijk slogans en kreten worden niet gepubliceerd.