Dag van herdenken en herinneringen aan de oorlog in Haren
Door de heer H. Blouw, Haren
Jaarlijks wordt men in de weken voorafgaand aan de 4de mei overdadig herinnerd aan de bezettingsjaren, zo ook door ‘Haren de Krant’. Bij confrontatie van die berichtgeving weet ik niet waaraan ik dan denk: de bezettingsjaren of nog meer aan mijn ouders – en vooral aan mijn vader. Hij stond in het laatste jaar van de oorlog als nummer 1 op de invasielijst. Terugdenkend aan die periode wordt het altijd een beetje paniekerig in mijn hoofd, er gebeurde toen teveel in soms te korte tijd.
We woonden in het Westerveen in Haren. Het huisnummer was 3. In die woning gebeurde van alles. Achter een dubbele wand op de zolder en later in de bloembakken rond huis was een wapenopslag voor de ondergrondse ondergebracht. Onderduikers bivakkeerden op de zolder. Een koolzaad oliepers draaide in de garage op afgetapte stroom. Na spertijd werd achter het huis geslacht – zelfs een vette stier. Er werden grote brokken kolen klein gemaakt voor degene die dat nodig had. Die brandstof werd stiekem van de kapotgeschoten locomotieven gehaald die op het rangeerterrein stonden. Vanuit nummer 3 werd Trouw rondgebracht. Na spertijd (20.00 uur) werd er vaak aangebeld. Mijn vader had mij geleerd hoe ik de voordeur moest openen. Hij stond dan met pistool achter de keukendeur voor het geval het bezoek niet gewenst was. Vooral in de laatste oorlogsjaren was er in het Westerveen dagelijks van alles te doen, maar vanwege de vele huiszoekingen stond het licht meer op rood dan op groen. Mijn vader was sergeant en vocht in de meidagen op de Afsluitdijk. Bij het zien van de eerste Canadezen op 13 april 1945 trok hij zijn uniform weer aan en fietste naar het gemeentehuis in Haren. Vandaar moest hij ’s nachts vluchten voor de terugkerende Duitsers. Zijn uniform verstopte hij bij een kennis aan de Meerweg en kreeg van hem andere kleren. Mijn vader overleed in 1961. Ik ben nu 80 en zal op 4 mei weer aan hem denken.
Geen reacties