Harense scholieren waren kritisch in Cambodja
De Harense scholieren Evelien de Beer (17) en Merlijn Schoondorp (17) stralen passie en betrokkenheid uit als zij vertellen over hun reis naar Cambodja in februari. In het kader van het schoolproject “Both sides now” (Maartenscollege) wilden ze op zoek naar feiten en fabels rond de kledingindustrie.
“We kopen hier heel goedkoop leuke truitjes bij b.v. H&M, maar daarmee houden we mensen in Cambodja aan het werk onder zeer zware omstandigheden”, zegt Evelien. Merlijn: “We zagen een kind van amper tien jaar die labeltjes in kleding moest naaien. We hoorden over fabrieken waar het bloedheet is zonder airco.” De naam H&M wordt vaak hardop genoemd, maar staat model van andere gerenommeerde merken die laten produceren onder soms erbarmelijke omstandigheden, zeggen de twee. Wie wil weten welke merken ‘goed of fout’ zijn kan kijken op de website www.rankabrand.nl.
Solliciteren
De twee meiden gingen met een groep scholieren op reis in het kader van een project waarvoor zij letterlijk moesten solliciteren om hun motivatie te bewijzen. De reissom van 1.500 euro moesten ze niet aan hun ouders vragen maar zelf verdienen. Evelien werkte zoveel mogelijk bij de Jumbo in Haren en Merlijn ging klussen doen voor alles en iedereen. Eenmaal in Cambodja moesten zij direct ‘aan de bak’. Er was amper tijd voor wennen aan hitte en chaos. Zij zochten informatie, maar gingen ook op zoek naar verdachte fabrieken. Er waren gesprekken met mensen die daar zwoegden. Evelien: “Dan hoor je dat ze per maand 128 dollar verdienen, terwijl 160 dollar de laagste norm is voor een redelijk leven. Vergeleken met ons is dat een schijntje.” Merlijn: “Veel mensen maken veel teveel overuren, maar we kwamen toch een vrouw tegen die vond dat ze te weinig uren werkte. Die wilde naar een fabriek waar de omstandigheden veel slechter waren, maar waar ze langer kon werken. Ze hebben het geld heel hard nodig.” Hiermee leggen de twee Harense scholieren het dilemma bloot. Wij kopen misschien wel te goedkoop kleding, maar als we dat niet zouden doen zijn de mensen in Cambodja de dupe. Wat nu? Evelien: “Ik denk dat wij aan de industrie duidelijk moeten maken dat we bereid zijn meer te betalen als daardoor de omstandigheden verbeteren. Misschien een bus bij de kassa. Je koopt voor negen euro een trui, maar doet nog eens vier euro in de bus als signaal dat het duurzamer moet. Dat geld uit die bus mag dan uiteraard naar de mensen in Cambodja.”
Evelien en Merlijn zijn nu bezig om de status ‘ambassadeur’ te verwerven. Daarvoor moeten zij presentaties geven op scholen en proberen het verhaal in de krant te krijgen. Zoals hen dus nu is gelukt.
Foto: Evelien de Beer (rechts) en Merlijn Schoondorp gingen in Cambodja op zoek naar misstanden…
Geen reacties