Webcolumn J.E. Bosch (oktober 2018)
Wijzerwerk
Binnenkort kunnen we weer onze halfjaarlijkse werkzaamheden aan de onderscheidende uurwerken aanvatten. De wintertijd nadert met rasse schreden. Het instellen van de zomertijd is een fluitje van een eurocent: de wijzer een uur vooruit en klaar is vadertje tijd. Maar nu moet alles een uur terug en dat is andere koek. De meeste van mijn klokken verdragen het terugzetten van de wijzers niet en dat vergt dus de nodige inventiviteit. Hoe gaat dat nu bij mij in zijn (uur)werk)?. Des nachts om 03.00 uur zet ik bij ons alle klokken stil en kruip weer lekker onder het dons. Een uur later breng ik alles weer op gang en geklaard is de klus.
Maar nu heeft de welbekende Europese Commissie bedacht om deze halfjaarlijkse sessie te beëindigen. Maar de vraag is nu: welke tijd moeten wij aanhouden? De zomer- of de wintertijd? Een Cruyfiaans dilemma volgens mij want elk voordeel hep s’n nadeel nietwaar?
Het aanhouden van de zomertijd houdt in dat het in december/januari om half tien des ochtends nog donker is. Niet leuk voor de ochtendspits. En in de wintertijd is het ’s middags om 17.00 uur in die tijd al donker. De voor- en tegenstanders zullen elkaar wel aardig in evenwicht houden is mijn schatting. Daar wij polderaars sterk zijn in het sluiten van compromissen heb ik het volgende ongetwijfeld lumineuze idee ontwikkeld: Wij zetten straks allemaal de klok een half uur terug in plaats van een heel uur. Zo krijgt iedereen zijn zin.
Maar dan wel liefst in geheel West Europa. Maar hoe het ook zij: ik zal er in elk geval weer om drie uur in de nacht voor uit mijn donsje moeten kruipen!
5 reacties